De masterclass van nummer 46

De Spanjaard Jorge Lorenzo werd wereldkampioen ten koste van de Italiaan Valentino Rossi, die in de laatste grand prix van dit seizoen intelligent racete.

Een spontane erehaag in de paddock illustreerde de enorme waardering voor de oude krijger. Wat had hij gereden. Eenmaal in de pitbox stapte de bejubelde af en spreidde Valentino Rossi zijn armen. Hier sta ik. Ik kon niet beter.

Het was zondag de race van Rossi, en niemand anders. Natuurlijk, Jorge Lorenzo werd wereldkampioen in de MotoGP, een titel die de Spanjaarden uitbundig vierden. Met recht, want Lorenzo heeft dit seizoen geen meter asfalt gestolen. Maar de masterclass wegracen werd zondag in de GP van Valencia verzorgd door de capo dei capi, de coureur met het nu al legendarische nummer 46.

Je zult maar moeten starten op de 26ste plaats, op de laatste rij. Normaliter een plek voor rijders in de categorie ‘programmavulling’ en veel te nederig voor de man van 322 races, 206 podiumplaatsen, 111 overwinningen en negen wereldtitels. Maar de gestrafte Rossi maakte er het beste van. Hij kanonneerde zichzelf binnen vijf ronden naar plaats vijftien, om nog voor de helft van de race, en na enkele meesterlijke inhaalmanoeuvres, op de vierde plaats uit te komen.

Alleen, want een trio Spanjaarden op te snelle motoren had al een gat geslagen, te groot om aan te pikken. Wilde Rossi zijn leidende positie in het klassement alsnog omzetten in een wereldtitel, dan had Lorenzo een fout moeten maken. Maar dat deed de Spanjaard niet. Die hield zijn landgenoten Marc Márquez en Dani Pedrosa keurig achter zich – of drongen zij niet al te sterk aan? – won de race en overbrugde zijn achterstand van zeven punten op Rossi. De officiële wereldtitel dus naar Lorenzo, maar de morele wereldkampioen – voor wat dat waard is – is Rossi.

De 36-jarige Italiaan kleurde onverwacht het seizoen. Hij perste keer op keer het uiterste uit zijn Yamaha, de motor die vooraf niet werd geacht de wereldkampioen voort te brengen. Maar Rossi is de Einstein onder de wegracers. Hij reed zo goed, maar vooral zo intelligent, dat zijn tiende wereldtitel voor het grijpen lag. Als het genie niet een beetje dom was geweest, zou niet Lorenzo maar hij zondag tot ’s werelds beste motorcoureur zijn gekroonde.

Rossi’s zwakke, emotionele kant

Een veelbesproken voorval, twee weken terug tijdens de GP van Maleisië, deden zijn kansen keren. Een gevolg van Rossi’s zwakke, emotionele kant. Hij wilde valsspeler Márquez een lesje leren. Die zou wat al te opzichtig de belangen van zijn landgenoot Lorenzo verdedigen, meende Rossi, waarna hij „die kleine opdonder” dusdanig ver naar de buitenkant van de baan dreef dat ie ten val kwam.

Een grote fout, erkende Rossi naderhand. Had hij niet moeten doen. Maar dat hij Márquez bewust een knietje had gegeven, ontkende de Italiaan. En de televisiebeelden geven hem gelijk, want pas nadat Márquez met zijn helm de knie van Rossi had geraakt, reageerde die met een korte reflex. Geen sprake van opzet. Maar in die trant werd van hogerhand niet gereageerd. Rossi kreeg drie punten in mindering en moest in Valencia achteraan starten, een straf die het door Rossi geconsulteerde sporttribunaal CAS donderdag handhaafde.

Als een groot sportman accepteerde Rossi zijn lot en antwoordde hij op het niveau van de ware kampioen. De razend populaire Italiaan liet nog één keer zien hoe je een racemonster van bijna 1.000cc echt bestuurt. Hoe je echt een bocht neemt. Hoe je echt een tegenstander uitremt en vervolgens passeert. En vooral, hoe je echt reageert op een verspeelde wereldtitel: met opgeheven hoofd.

Rossi is Rossi, een fenomeen aan wie de sport in het algemeen en de motorsport in het bijzonder nu al, ver voor zijn afscheid, veel dank is verschuldigd.