Column

De liefde van minister Dijsselbloem voor de coco is misplaatst

Is het illegale staatssteun of niet? De fiscale behandeling van een nieuwe vorm van eigen vermogen bij banken is controversieel. De Nederlandse banken ING en Rabo brachten tot nu toe een kleine 3,5 miljard euro aan zogenoemde contingent convertibles (coco’s) op de markt. Ook ABN Amro zou de uitgifte van coco’s plannen. Het gaat hier om verhandelbare schulden die worden omgezet in aandelenkapitaal als de uitgever – een bank of verzekeraar – onder een bepaalde vermogensgrens zakt. Zo mogen coco’s meetellen als (potentieel) eigen vermogen.

Coco’s zijn riskant, en hebben dus een relatief hoge rente die banken aan de beleggers moeten betalen. Het ministerie van Financiën koos er op aandringen en met actieve betrokkenheid van de banken voor om deze betaalde rente op de coco’s aftrekbaar te maken voor de banksector.

Is dat steun? De regeling is slechts via „informele contacten” aan Brussel gemeld, waar de Europese Commissie kritische kanttekeningen heeft geplaatst. Desondanks gaat minister Dijsselbloem (PvdA) van Financiën door met de regeling. De vraag is of dat verstandig is. Haagse inschattingsfouten in Brussel leidden eerder tot een onnodige ontmanteling van ING.

Dat de banken meeschreven aan de betreffende wet, is niet ongekend. Betrokken instanties of bedrijven doen dat vaker bij nieuwe wetgeving. Maar dat had wel vrijwillig gemeld mogen worden.

Kwestieuzer is de regeling zelf. De samenleving voorziet nu dus, door de aftrekbaarheid van de rente, banken van gratis eigen vermogen. Dat andere Europese landen kennelijk soortgelijke regelingen hebben, mag geen argument zijn. Het illustreert eerder de onderlinge race naar de bodem die toch weer is begonnen waar het de financiële sector betreft. Financiën had er ook van kunnen afzien.

Coco’s zijn ogenschijnlijk een antwoord op de maatschappelijke roep om een bail in, als het fout gaat: niet de samenleving draait dan op voor de redding van een bank (een bail out), maar de beleggers in die bank. Maar de coco lijkt ontworpen voor solvabiliteitsproblemen bij één geïsoleerde bank. De geschiedenis leert evenwel dat banken in de regel gezamenlijk in crisis raken. Een concentratie bij het bezit van coco’s bij enkele marktpartijen zou zo’n crisis kunnen verergeren. Los nog van het feit dat banken, zij het binnen beperkingen, in elkaars coco’s kunnen beleggen.

Er valt veel te zeggen voor de stelling dat de enorme expansie van de financiële sector en de daarop volgende crisis deels het gevolg zijn geweest van het fiscaal te sterk bevoordelen van schulden boven vermogen. Nederland, en kennelijk ook de rest van Europa, past nu zelf precies hetzelfde principe toe om diezelfde financiële sector sterker te maken. Dat is, zacht uitgedrukt, ironisch.