Dit zijn de beste reacties op Black Twitter

Voorpagina NRC Weekend, 7/8 november.

Sunny Bergman, die van de docu tegen Zwarte Piet, de held van de gekleurde gemeenschap? Niet dus, stelden donkere vrouwen in een NRC-interview: ze is een ‘helper whitey’ die met haar antiracisme enkel goede sier maakt.

De antiracismestrijd behoort dus toe aan zwarten, witten moeten luisteren en invoelen. En zich vooral bewust worden van hun ‘white privilege’, hun bevoorrechte positie als blanke in een westerse samenleving: donkere mensen die vanuit dit principe iedereen ervan langs geven die anders denkt of ‘geen recht van spreken’ heeft, worden ook wel geschaard onder de noemer ‘Black Twitter’. Hun stellingnames in de krant van zaterdag brachten een schokgolf op datzelfde medium teweeg.

Via opinie@nrc.nl stromen inmiddels de brieven binnen. Stuur zelf ook een reactie, liefst in maximaal 100 woorden. In dit artikel een selectie.

Sinan Çankaya, cultureel antropoloog en postdoc aan de VU
Wie aan privileges morrelt, krijgt de goegemeente over zich heen. Maar wie privileges wil ontmantelen, moet benoemen. Benoemen – inmiddels een Nederlandse deugd, nietwaar – is een noodzakelijke eerste stap van emancipatiebewegingen in het pootje haken en laten wankelen van macht. Het onbehouwen wijzen naar het onverdiende voorrecht van witheid is geen omgekeerd racisme, maar een interventie in hoe vanzelfsprekendheden macht uitoefenen in dagelijkse situaties: tussen agenten en jongeren, sollicitatiecommissies en sollicitanten, beveiligers en uitgaanspubliek.

Maar de identity politics van de ‘Black Twitter’ vrouwen sluit ook potentiële bondgenoten uit, vanwege een enkelvoudige en onwrikbare invulling van politiek activisme. Identity politics gaat over een politieke strijd gebaseerd op identiteiten, in plaats van op ideeën. Voor veel mensen is dit precies het ongemak. De vraag is niet alleen ‘wat is de boodschap’, maar ook ‘wie is de boodschapper’. Terecht, maar niet in de vorm waarbij witte mensen worden gediskwalificeerd als legitieme sprekers in het antiracisme debat en a priori verdacht zijn, tenzij ze door een exorcistisch zuiveringsritueel gaan waarbij de juiste kleur is bekend en duizendmaal excuses zijn aangeboden voor witte privileges. Gemarginaliseerde groepen moeten absoluut meer aan het woord komen, maar witte bondgenoten zijn onmisbaar. Het patriarchaat ontmantel je ook niet zonder mannen.

Een enkelvoudige invulling van identity politics sluit altijd iemand in- en uit. Niet alleen witte mensen. Zo draagt het importeren van een Amerikaans denken over raciale verhoudingen het risico in zich van het uitgommen van de specifieke migratiegeschiedenis in Nederland. De ironie is dat een verhaal over uitsluiting, vanwege dit Amerikaanse raciale denken, andere vormen van uitsluiting conceptueel uitsluit. Zo gaan de ‘Black Twitter’ vrouwen nauwelijks in op vormen van islamofobie, bijvoorbeeld tegen moslimvrouwen of de hardnekkige racialisering van Marokkaans Nederlandse jongemannen, verhalen die juist zo kenmerkend zijn in de Nederlandse context, naast het anti-zwarte racisme dat zichtbaar werd als gevolg van de politisering van Zwarte Piet. De meest prangende vraag is nog: hoe grijpen klasse en gender in op racisme?

Er is dringend behoefte aan een inclusieve boodschap met ruimte voor witte antiracisten die al om zijn, witte personen die nog twijfelen en zelfs voor witte en zwarte Nederlanders die nog weerstand ervaren tegen het erkennen van raciale ongelijkheden. En ik val nu in de val van het zwart-wit-denken, want natuurlijk ook alle ‘kleuren’ daartussen.

Laura Teresa Dominguez
Ik ben een Spaanse vrouw en woon nu enkele jaren in Nederland. Ik ben niet helemaal wit, maar voor de dames van Black Twitter ben ik ook niet gekleurd genoeg. Na lezing van het artikel was ik verbijsterd. Ik zou zeggen: in dit land is veel meer positieve discriminatie dan omgekeerd. Als je gekleurd bent, een exotische achtergrond hebt en een grote mond op Twitter, opent dat hier veel meer deuren dan in mijn land.

Om de quota van etnische minderheden te vullen, worden kwaliteitsstandaarden verlaagd en wordt middelmatigheid beloond. Waar ik vandaan kom, zouden vier tamelijk onbekende vrouwen met een paar duizend volgers op Twitter niet de voorpagina halen met hun herhaalde claim dat ze worden gediscrimineerd, om die koe vervolgens keer op keer te melken. Omdat het verkoopt, omdat het tweetbaar is. Niet alleen in mijn land, in de meeste landen zouden ze in hun wildste dromen de voorpagina nog niet halen.

Ron Ritzen, Roermond
Snijdt de kritiek van Anousha Nzume, Mariam el Maslouhi, Seada Noorhussen en Arzu Aslan hout? Ja en nee. Laat ik met met ‘ja’ beginnen aan de hand van een voorbeeld op een ander terrein. Het prediken van gelijke kansen in het onderwijs is niet waarachtig als de prediker op een drafje naar de rechtbank rent als zoon-of-dochterlief niet op het Barlaeus wordt aangenomen. De parallel met het opgeven van privileges is duidelijk: kosteloos antiracisme prediken is ook in de letterlijke zin goedkoop.

Dan het ‘nee’. Heb je meer recht van spreken op grond van je eigen persoonlijke ervaring? Dit laatste is belangrijk, maar het is geen noodzakelijke voorwaarde voor waarheid (als het om feiten gaat) of voor juistheid (als het om normen gaat). De eigen persoonlijke ervaring kan onder bepaalde omstandigheden zelfs het zicht op een ander perspectief belemmeren: wie Zwarte Piet van jongs af aan heeft ervaren als onderdeel van een vrolijk feest, kan zich (wellicht) moeilijk verplaatsen in de positie van iemand die hetzelfde feest racistisch vindt.

Wie in de discussie over racisme eerst probeert vast te leggen wie het meeste spreekrecht heeft en hoe en waarover gesproken mag worden, loopt de kans over een aantal jaren terug te kijken op een debat dat voornamelijk gekenmerkt werd door uitsluiting van andersdenkenden. Is dat gevaar nu al reëel? Ja, want ook dit betoog kan ongelezen terzijde worden geschoven. Het is in feite niets anders dan een uiting van ‘male fragility’. Het Grote Gelijk staat bij voorbaat vast.

Bekijk hier Zwart als Roet van Sunny Bergman:

Joost Schaap, Gorinchem
Het is me in geen jaren overkomen dat ik me zo ontzettend geërgerd heb aan een stuk in mijn krant als dit weekend. Het is waarschijnlijk een optelsom van de laatste jaren over de Zwarte Piet-discussie, maar dit verhaal was voor mij de druppel. Ik voel me zo langzamerhand te gast in mijn eigen land met types zoals Anousha Nzume die overal een podium krijgen om te schreeuwen dat zij zich zo achtergesteld voelen.

Ik moet mij daar als blanke NRC-lezer kennelijk op aangesproken voelen. Dat doe ik dus niet. Omdat ik weet dat ik niemand achterstel. Wel vind ik dat dit soort types niet moeten zeuren. Zij zijn mondig genoeg en krijgen voldoende aandacht om hun eigen positie te verbeteren. Kennelijk lukt dat niet erg. Nederland is namelijk een land waar heel veel mogelijk is. Dat betekent niet dat je altijd krijgt waar je denkt dat je recht op hebt. Dat mijn krant daar ook nog eens aandacht aan schenkt vind ik bedenkelijk. Ik hoop stellig dat dit de laatste keer is geweest dat ik denk De Groene Amsterdammer of de Volkskrant te lezen in plaats van de NRC op zaterdag.

Floor Hulsinga, Rotterdam
Vol interesse las ik het artikel ‘Witte mensen moeten eens luisteren’. We zijn ons inderdaad nauwelijks bewust van de bevoorrechte positie waarin we ons bevinden, de witte Nederlander, in één van de rijkste landen ter wereld. Het fenomeen ‘helper whitey’ is echter van alle huidskleuren. Zo probeerde een dozijn overwegend witte vrouwen decennialang aanhangig te maken dat ze door Bill Cosby gedrogeerd en verkracht waren. Niemand wilde luisteren. Pas toen een zwarte komiek er een grap over maakte, was de rest van de wereld bereid niet langer weg te kijken. Maakt dat van Hannibal Buress een ‘helper blacky’?

Ingvar Hazemeijer
Het interview met enkele vrouwen uit een kleine maar groeiende groep die op sociale media en in interviews ageren tegen de witte vanzelfsprekendheid, schept geen duidelijkheid in het huidige debat over (verborgen) racisme. Als wit en zwart even vanzelfsprekend zijn, kan het niet zo zijn dat een zwarte persoon meer recht van spreken heeft. Wit en zwart verschillen als kleur, maar een kleur is moreel neutraal: de ene kleur is niet vanzelfsprekender dan de ander. De vraag stellen of de witte Sunny Bergman een documentaire ‘Zwart als roet’ wel hoort te maken, veronderstelt al een dergelijk moreel verschil. Mijn huidkleur doet er niet toe, mag er niet toe doen in een debat over Zwarte Pieten, ‘helper whitey’ en ‘male fragility’ ten spijt.

Christel van Vliet
Moet ik nu echt reageren/ Op vrouwen die zich zo frustreren/ Omdat wit bovenop ligt op het zebra pad/ Zich ergeren aan iedere flauwe grap/ Na de Sint het schaakbord mastermind en dammen verwensen/ Wantrouwen hebben tegen alle witte mensen/ Want hun pijn is zonneklaar/ Ze hebben een kleurtje en afrohaar/ Hun eksterogen lopen van teen tot aan hun kruin/ En overal zo prachtig bruin/ Zwarte kracht zwarte pracht, maar o jee dat mag ik natuurlijk niet zeggen/ Want zij zouden mij bevoogdend uit kunnen leggen/ Liever pruttelen zij in hun kampje voort/ Over hullie en over hunnie/ Waar alles wat wit is niet spoort/ Ik ga niet veinzen dat ik geen huidskleur zie/ Wie bepaalt hier goed en slecht/ Wie maakt van de eigen pijn iemand anders z’n gevecht.