Bendes en drugs in LA

Het is een repeterende Amerikaanse geschiedenis: politieagenten gebruiken buitensporig geweld tegen zwarte burgers, waarna in achterstandswijken rellen uitbreken. Zo ging het in Ferguson, zo ging het in 1992 in Los Angeles, toen twee agenten werden vrijgesproken nadat iedereen – videobewijs – had kunnen zien hoe ze taxichauffeur Rodney King aftuigden. ‘Om ongeveer 17 uur die middag braken er rellen uit,’ zo schrijft Ryan Gattis in de prelude op zijn roman Zes dagen. ‘Pas zes dagen later, op maandag 4 mei, kwam daar een eind aan, na 10.904 arrestaties, 2.383 gewonden, 11.113 branden en meer dan een miljard schade aan onroerend goed. Daarnaast vielen er zestig doden.’

Gattis legt de nadruk op een verborgen aspect van de onlusten. LA telde indertijd ruim honderdduizend bendeleden, en de bendes zagen hun kans schoon in de chaos rekeningen te vereffenen. Gattis opent met de gruwelmoord op de medewerker van een taco-restaurant. Deze Ernesto heeft de botte pech de broer te zijn van gangster Lil Mosco, die een rivaliserende gang een hak heeft gezet. Zus Payasa, op jonge leeftijd ook al bendelid, besluit Ernesto te wreken, het begin van een ijzingwekkend oog-om-oog, bijgelicht door de brandende stad. We krijgen LA door Payasa’s ogen te zien, maar ook door die van andere bendeleden, van Koreanen die het recht in eigen hand nemen, van een verpleegster en – het sterkste stuk van het boek – een brandweerman die zijn werk probeert te doen, te midden van mensen met een diepe afkeer voor alles in uniform.

Hoe behoud je je menselijkheid terwijl je gevangen zit in deze wijken? ‘LA heeft geen geheugen,’ zegt gangster Lil Creeper. ‘LA leert nóóit wat. En dat wordt de dood van LA.’

Zes dagen vertoont sterke gelijkenissen met een andere recente roman, Marlon James’ Een beknopte geschiedenis van zeven moorden. Beide gaan uit van een historische gebeurtenis en de rol van bendes daarin. Bovendien laten beide schrijvers vele vertellers aan het woord, in Gattis’ geval maar liefst zeventien. James won de Booker Prize, en toch beviel Gattis’ roman me een stuk beter: dwingender van compositie, met minder overtollig vlees op de botten. Zijn personages leven, en op elke pagina voel je de winst van uitputtende research. Het maakt Zes Dagen tot een waarachtig en helaas al te relevant boek.