Zijn dit terroristen of vluchtelingen?

De vluchtelingenstroom brengt risico’s met zich mee. Wat als er een terrorist tussen zit? Dit zijn de manieren waarop de IND de binnenkomers screent.

Migranten, zojuist aangekomen in Duitsland, op weg naar een registratiepunt in het Beierse Simbach.

De thermostaat geeft 25 graden aan. Ondanks de kou buiten lopen de Syriërs in hun asielwoning rond op gele teenslippers en in korte broeken. Asbakken en shagpakjes op de leuningen van twee banken. De koelkast is gevuld met een schaal kebabvlees en een literbak Griekse yoghurt. Een van de asielzoekers die hier wonen, is een gladgeschoren man met achterovergekamde zwarte haren. Hij wil niet met zijn naam in de krant. Hij wordt er vanuit Syrië door activisten van beschuldigd te hebben gewerkt voor de terroristische organisatie Islamitische Staat (IS).

De vluchtelingenstroom brengt risico’s met zich mee. Wekelijks komen zo’n tweeduizend asielzoekers aan in Nederland. Onder hen kunnen zich handlangers bevinden van terroristische groepen. PVV-leider Geert Wilders waarschuwt er bij herhaling voor: „Onder die asielzoekers smokkelt de Islamitische Staat duizenden terroristen naar Europa”, zei hij onlangs. Veiligheidsdiensten zeggen er geen concrete aanwijzingen voor te hebben. Al eerder weersprak de inlichtingendienst AIVD het beeld dat terroristen massaal gebruikmaken van vluchtelingenroutes, evenals de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND). Terroristen zullen eerder het vliegtuig pakken dan met bootjes de Middellandse Zee oversteken, zei de IND-directeur.

De vraag is hoe de diensten dit zo zeker kunnen weten. Hoe pikken zij de terroristen uit de tienduizenden vluchtelingen?

Het voorbeeld van de gladgeschoren man in de asielwoning laat zien hoe lastig dit is. Vorig jaar ontvangt de AIVD een tip over hem. Een Syrische activist meldt dat de man heeft gewerkt voor het mediaorgaan van IS. Concreet bewijs, zoals een foto, heeft de activist niet. De tip bereikt ook NRC. Via Facebook maken we een afspraak met de vermeende terrorist.

Hij blijkt een uiterst vriendelijke man die zijn bezoek ontvangt met een Syrisch drankje en een schaal appels. Hij zegt Nederland „heel dankbaar” te zijn dat hij wordt opgevangen en begint te vertellen. Over zijn vrouw en drie kinderen die hij moest achterlaten. En over de opstand tegen Assad, waaraan hij meedeed.

Hij filmde demonstraties tegen Assad en zette die op YouTube. In 2013 ontstond een strijd tussen oppositiegroepen, vertelt hij, die gewonnen werd door IS. Zijn woonplaats Raqqa werd de hoofdstad van het door IS uitgeroepen kalifaat. „Wat ik van IS vind? Daar heb ik geen mening over. Ik ben niet voor één bepaalde groep.”

Daarna ging de man volgens de Syrische tipgever voor de mediatak van IS werken. Hij zou het land zijn ontvlucht toen het te gevaarlijk werd. Volgens hemzelf heeft hij nooit voor IS gewerkt, maar is hij meteen gevlucht.

Of zijn verhaal klopt, controleert immigratiedienst IND. Die doet de „intake” met alle vluchtelingen die in Nederland arriveren. Jihadstrijders zijn lang niet altijd te herkennen aan een vals paspoort. De Nederlandse overheid kent niet alle buitenlandse strijders bij naam, zegt terrorisme-expert Bibi van Ginkel van Instituut Clingendael. „Nederland werkt niet samen met het Syrische regime – áls die al zouden beschikken over dergelijke gegevens.”

Kennis is minimaal

De AIVD wil niet zeggen hoeveel de dienst weet over buitenlandse strijders. Maar bij rechtszaken tegen Nederlandse strijders bleek eerder al dat de kennis over de jihadistische strijd in Syrië minimaal is. Om te bewijzen dat Syriëgangers voor een terroristische groep vochten, was justitie afhankelijk van onderschepte sms’jes, foto’s op Facebook of een overgelopen jihadist. Daarom, zegt Van Ginkel, moet de belangrijkste informatie komen uit de gesprekken die de IND voert met vluchtelingen.

Asielrechtadvocaat Loes Vellenga heeft tientallen verslagen ingezien van dergelijke ondervragingen. Vluchtelingen worden zeer gedetailleerd verhoord, zegt zij. Eerst wordt hun gevraagd of zij aan de strijd hebben deelgenomen. Zo niet, waar verbleven zij dan op dat moment? In welk dorp? Hoe zag het er daar uit? Welke moskeeën zijn daar kapotgeschoten? Waar precies waren de checkpoints?

De informatie wordt vergeleken met wat Syrische observatoren weten over de situatie ter plekke. Op die manier moet de vluchteling aannemelijk maken dat hij écht op die plek verbleef – en niet elders waar hij bijvoorbeeld mogelijk deelnam aan de gewapende strijd.

Als tijdens het gesprek twijfel ontstaat, wordt de asielaanvraag doorverwezen naar een IND-afdeling die nog meer kennis heeft over de situatie in Syrië en bovendien justitiële informatie raadpleegt. Twintig vluchtelingen werden vorig jaar geweigerd vanwege mogelijke oorlogsmisdaden, van wie tien Syriërs.

Breed begrip

Nu zijn ‘oorlogsmisdaden’ in Syrië een nogal breed begrip. Waarschijnlijk maken de meeste strijdende partijen zich schuldig aan oorlogsmisdaden zoals het executeren van gevangengenomen strijders. De IND hoeft niet te bewijzen dat iemand een oorlogsmisdaad heeft begaan om hem asiel te weigeren – een vermoeden is al genoeg.

Dat ondervond asielrechtadvocaat Anjo Hekman toen hij vorig jaar asiel aanvroeg voor zijn cliënt Ahmad S. De Syriër werkte in een fabriek van de overheid. Alle werknemers van de fabriek moesten op vrijdagen bij moskeeën posten, om te voorkomen dat er zou worden gedemonstreerd tegen het regime. S. deed daar ook aan mee maar heeft nooit geweld toegepast, zegt hij. Informatie van de IND dat in deze regio over het algemeen demonstraties werden neergeslagen door groepen zoals die van S., bleek voldoende om hem als ‘oorlogsmisdadiger’ asiel te weigeren.

Vluchtelingen die met de IND praten, proberen dus zo veel mogelijk te verbloemen dat zij op de een of andere manier betrokken waren bij de oorlog. Dat geldt ook voor de gladgeschoren man die wordt beschuldigd van IS-lidmaatschap. Die zegt nooit een wapen in zijn handen te hebben gehad en niks te maken te hebben met IS.