Wiebelige quasimodo

Is het een terreinwagen? Een coupé? Een snelheidsduivel? Bas van Putten snapt niets van de nieuwe Mercedes GLE Coupé.

Verkoopadviseur Jorrit Hoex en de nieuwe Mercedes GLE Coupé bij Rogam in Moordrecht. Foto Peter de Krom

Verdomd, ook nog gereden, de Mercedes GLE Coupé. Een paar maanden geleden mocht ik alle smaken proeven. Hoe kan het dat me er zo weinig van is bijgebleven? Ik herinner me een diesel die geen leven maakte en een AMG-versie, een van de snelste jongens uit het huis, die je met je poot stijf op het gas aandoenlijk goor King Kong in nood kon laten nabrullen. Verder niets.

Gelaten fris ik mijn geheugen op met de persinfo vol onbedaarlijke onzin, die de trefwoorden voor de beleving opdist. Daar is de grotewoordensoep waarmee een sterrenrestaurant in truffelolie gefrituurde peterselieblaadjes aanprijst. Ik heb „verfijnde sportiviteit met grandeur” ervaren in een auto die „de présence van een SUV” verbindt met „de behendigheid en elegantie van een coupé”. Daar zat ik zonder het te weten bovenop! Wat moet het een geweldige ervaring zijn geweest.

Laat ik uitleggen wat hier in bedekte bewoordingen wordt toegegeven. Mercedes-Benz bedoelt dat het een SUV heeft uitgebracht met een schuin aflopende daklijn, waardoor hij theoretisch lijkt op een coupé. Die formule, over het waarom kom ik te spreken, heeft het merk niet zelf verzonnen. Dat deed het Koreaanse SsangYong, de schrik van schoonheidszoekers, in 2006 met de Actyon, een gedrocht dat de gezondste netvliezen spontaan staar bezorgde. Het weerhield BMW er niet van met de weerzinwekkende X6 het rampidee te plagiëren. Die moordaanslag op de esthetica werd zo’n succes dat de concurrentie wel moest aanhaken. BMW komt de onsterfelijke verdienste toe dat het door plundering van Koreaans gedachtengoed het monstrueuze salonfähig heeft gemaakt. Alleen daarom heeft nu ook Mercedes-Benz zo’n quasimodo in de aanbieding.

Hij is te vies om aan te pakken, een terreinwagen waarvan het halve dak is weggeslagen; een oorlogsslachtoffer. De tekstschrijver van de folder voelt aan zijn water dat hij fout zit met zijn pretentieuze wegkijkproza. ‘Verfijnde sportiviteit’ – met meer dan 2.200 kilo staal onder je kont zeker, ga je moeder pesten.

En wij maar met de brokken zitten. Mijn generatie is opgegroeid met de nu fundamentalistische gedachte dat een auto een functie heeft. Een stationwagen voor de ruimte, een coupé voor het leuk, een 4x4 voor het terrein. Nu is de moeilijkheid dat het bestaansrecht van de GLE Coupé, los van zijn commerciële insteek als het noodzakelijke antwoord op een BMW, kan worden gewogen vanuit twee tegengestelde gezichtswijzen. De eerste luidt, dat het een onzinnige gedachte is bij een SUV laadruimte te offeren aan het hersenspinsel dat je een offroader als een 911 kunt laten rijden. De andere is de ‘nou èn-respons’: Wat kan er tegen zijn om alle nuts- en amusementsfuncties van de personenwagen te verenigen in één almachtige omnivoor die én hard gaat, met neergeklapte achterbank toch nog een beste berg golfclubs slikt én modderpoelen bedwingt met het gemak van een Land Rover? Dan heb je de homo universalis onder de auto’s in portefeuille, de Michelangelo van Mercedes.

Marketingdrek

De GLE is het, tot op zekere hoogte. In bochten raakt de adaptieve elektronica, die het onderstel geheel self-supporting in balans moet houden, voelbaar in conflict met de massa en het hoge zwaartepunt dat geen coupélijn uit een SUV krijgt. Dan wordt het een wiebelig apparaat dat je met permanente stuurcorrecties moet bedwingen. Streep dat ‘sportief’ maar weg, dit kan de BMW X6 veel beter. Verder rijdt de GLE zo comfortabel dat je hem met puntdak of in paars met witte stippels nóg had willen hebben. Maar dat doen veel Mercedessen en, ach, ook vrij veel BMW’s.

Nogmaals: waarom is hij er? Maar wat zou ik proberen het te snappen? Mijn verstand staat sowieso stil sinds ik voor deze krant wekelijks een nieuwe emmer marketingdrek van me afspoel, met genoegen trouwens. Er zijn nu eenmaal klanten die tegen de verkoper zeggen: „Zo’n pakhuis alstublieft, maar dan een dat de présence van een SUV paart aan de elegantie van een coupé.” In mijn plaats op die bestuurdersstoel zit straks de trendmens die het wel vat. De relativist in mij zegt: toe maar, jongen.

Voor loyale Mercedes-fans, dit is pas echt lachen, is er ook een gewone GLE te koop. Die heeft de daklijn van normale P.C. Hooft-tractoren én hij houdt met nog meer laadruimte voor nota bene minder geld de duffe, degelijke SUV-cultuur in ere. Anders dan de coupé is hij bovendien leverbaar als hybride of met de fijne viercilinder diesel die Mercedes voor het afgehakte ding te min acht. Ik zeg niets meer.