Wel oud, maar niet gelukkig in Japan

SCP-directeur Kim Putters zal op de handelsreis in Japan uitleggen hoe dat in Nederland is: oud worden

Veel ouderen in Japan doen hun best actief te blijven. Ze helpen bij sportdagen, houden toezicht in de buurt. Ze sporten graag en veel, wat hen helpt om zich mentaal goed te voelen. Foto Getty Images

Japanners leven langer, maar Nederlanders voelen zich gelukkiger. Kim Putters, directeur van het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP), houdt komende week in Tokio een verhaal over oud worden in Nederland, als onderdeel van de handelsmissie naar Japan met premier Mark Rutte. Er reizen ook Nederlandse pensioenexperts mee en je zou zeggen: Japan, dat sneller vergrijst dan alle andere landen in de wereld, kan wel iets leren van Nederland.

Want wie wil graag heel oud worden als je je niet zo gelukkig voelt? Putters zegt dinsdag op de Keio Universiteit: „Ik zie een mooie uitruil voor me: u legt ons uit hoe we langer kunnen leven, wij delen ons geluk met u.”

Dat het zo simpel natuurlijk niet is, heeft Putters uitvoerig uitgelegd gekregen door zijn onderzoekers Cretien van Campen, ouderenexpert bij het SCP, en Japankenner Pepijn van Houwelingen. Japan en Nederland zijn alle twee economisch welvarende landen met een hoogopgeleide bevolking. Maar in de World Database of Happiness (opgericht en bijgehouden door de Erasmus Universiteit Rotterdam) scoort Nederland een 7,6 en is daarmee een van de gelukkigste landen ter wereld. Japan komt niet verder dan een 6,4.

Helpen bij de sportdag

Volgens Van Campen en Van Houwelingen betekent dat niet zomaar dat Japanners ook echt minder gelukkig zijn – ze hebben wel meer de neiging om zichzelf en hun omstandigheden als ‘gemiddeld’ te omschrijven, ook als ze het eigenlijk heel goed hebben.

Het is niet zeker dat Nederlandse ouderen blijer zijn dan de 65-plussers in Japan. Daar heb je als hoogbejaarde veel aanzien en je doet gewoon mee: als het kan, help je op sportdagen van scholen, je houdt toezicht in de buurt. Ouderen wonen vaak óf bij familie óf in kleine ‘tehuizen’ midden in een dorp of stad. En ze sporten graag en veel, wat ook helpt om je mentaal beter te voelen.

Maar let op, zegt Putters net voor zijn vertrek naar Japan: „Er is een andere cultuur en Japanners hebben niet zoiets meegemaakt als onze ontzuiling waardoor onze samenleving gefragmenteerd is geraakt. Maar ze leven ook zo, afhankelijk van hun familie en hun buurt, uit economische noodzaak. Ze werken vaak door na hun pensionering, omdat ze het grootste deel van hun pensioen in één keer krijgen. Je weet nooit zeker of dat genoeg is tot je negentigste. En de kans dat je negentig wordt, is in Japan heel groot.”

Putters zal in Japan uitleggen hoe juist de inkomenszekerheid van ouderen in Nederland bijdraagt aan ons levensgeluk: uit SCP-onderzoek blijkt dat we het een prettige gedachte vinden, ook als we zelf nog niet oud zijn, dat we tot het eind van ons leven elke maand geld krijgen.

„Juist die zekerheid vinden Nederlanders belangrijk”, zegt Putters. „We hebben ook een sterke spaarcultuur. We sparen voor de studies van onze kinderen en voor onze oude dag.”

Waar zit de verborgen armoede?

Maar er verandert wel iets: een groeiende groep zzp’ers spaart niet voor de oude dag en in het pensioen komen er zo goed als zeker voor iedereen meer mogelijkheden om te kiezen – misschien ook voor het moment waarop je je pensioen krijgt uitgekeerd. En in Japan werken de meesten door na hun pensioenleeftijd (65), in Nederland wordt die pensioenleeftijd verhoogd.

Met het pensioenstelsel in Nederland, dat nu geldt als een van de beste in de wereld, zou het zomaar de Japanse kant op kunnen gaan. Putters: „Ik wil graag van Japanners horen: waar ligt voor jullie de grens met doorwerken na je 65ste? En waar zit de verborgen armoede bij ouderen? Wie is het meest kwetsbaar?”

De Japanse overheid is zelf op zoek naar meer rendement voor de beleggingen met pensioengeld, uit bezorgdheid over de almaar groeiende groep ouderen. En al zijn in Japan de familie- en buurtnetwerken stevig, er is ook een trend naar individualisering. Steeds meer ouderen hebben geen hulp omdat hun kinderen te druk zijn met hun werk of zijn verhuisd. Voor hen moet de overheid iets bedenken.

En dus zien de Japanners met verbazing, zegt Putters, dat Nederland in de ouderenzorg nu kiest voor de buurt en bij familie. „Zij zeggen: maar jullie hadden het toch zo goed geregeld? Waarom dóén jullie dit?”

Putters zegt dat hij er altijd over begint tegen Nederlandse politici en bestuurders: onder dat beleid van zorg-in-de-buurt zit het idee dat er familie- of burennetwerken zijn. In Japan zijn die nooit weggeweest. In Nederland blijkt volgens Putters dat lokale initiatieven zoals zorgcoöperaties vooral komen van hoogopgeleiden – die vaak al goed voor zichzelf kunnen zorgen.

In coöperaties kunnen anderen, zoals kwetsbare ouderen daarvan profiteren. Uit onderzoek blijkt dat hoogopgeleiden die vrijwilligerswerk doen, daarvoor zonder probleem naar de andere kant van de stad gaan. „Zij hebben vaak weinig zicht op hun eigen straat. En de meest kwetsbaren zijn daarop aangewezen: wie is er in mijn straat die kan helpen?”

Het is de taak van ambtenaren om samen met inwoners van hun gemeente vast te stellen wie hulp kan krijgen van anderen en wie alleen is – in ‘keukentafelgesprekken’.

Is dat uit te leggen in Japan? Putters: „Ik ga het proberen.”