Waterroofkever laat dubbele ogen in enkele uren groeien

Foto Lisa Britton/University of Cincinnati

Elke Buschbeck, hoogleraar biologie en neurowetenschappen aan de universiteit van Cincinnati, kweekt waterroofkevers in haar lab. De soort waarvan hiernaast twee larven zijn te zien (Thermonectus marmoratus – de grote is een circa 2,5 centimeter groot exemplaar in het derde larvestadium, de kleine zit in het eerste stadium) is bijzonder. Met name om zijn ogen. In 2010 beschreven Buschbeck en collega’s dat de soort aan weerszijden van de kop twee ogen vlak achter elkaar heeft (Current Biology, 24 augustus 2010). Het zijn geen samengestelde ogen, zoals eigenlijk alle insekten hebben. Nee, deze ogen hebben een lens, met daarachter een kristallijnen buis – te vergelijken met het glasachtig lichaam bij het menselijk oog. En achter die buis ligt het netvlies, met een deel dat gevoelig is voor groen licht, en een deel dat gevoelig is voor ultraviolet en gepolariseerd licht. Het lijkt qua bouw meer op de ogen van gewervelden.

Het ene oog is om dichtbij te zien, licht Buschbeck toe via de telefoon. Het andere voor ver af. „Het zijn woeste jagers”, zegt ze. „Ze pakken alles wat hun voor de voeten komt, en niet groter is dan zijzelf, ook familieleden. Wij voeren ze levende muggen.”

Buschbeck heeft nu opnieuw iets opmerkelijks ontdekt, en beschrijft dat in het novembernummer van het blad Journal of comparative physiology A. De larven maken drie vervellingen door voordat ze verpoppen en een volwassen kever worden. Buschbeck heeft bestudeerd hoe snel het oog tijdens de overgang van het tweede naar het derde larvestadium groeit. En hoe lang het duurt voordat het insekt weer scherp ziet. Al met al kost dat acht uur. De kristallijnen buis groeit het snelst. „Of tja, groeien”, zegt Buschbeck. „We denken dat de buis water opzuigt, via osmose.” Daarna past de lens zich aan. En kan de larve weer gericht jagen.