Wat #zeghet nu eigenlijk zegt

Je ervaringen met seksueel misbruik delen, zoals deze week op Twitter gebeurt, helpt dat? Alma Mathijsen deed het. Ze beschrijft waarom en wat het met haar deed. En wat het zegt.

Project Boundaries, over seksuele intimidatie. Foto Allaire Bartel

"Je moet me maar niet vertellen wie de jongen was, ik zou hem nu nog verscheuren." Zes maanden geleden zei ik het. Voor het eerst. De dag voordat mijn stuk over seksueel misbruik in deze krant verscheen, belde ik mijn moeder op. Ze wist van niks. Een vaag vermoeden dat er iets aan de hand was, meer niet. Ik was jarenlang doodsbang te praten over wat me was overkomen tijdens een zomervakantie vijftien jaar eerder. Een paar jaar terug kenterde er iets in mijn gedachten, in stilte had ik een mening gevormd over een nacht in Italië. Ik moest erover schrijven; vertellen wat me dwars zat. (Misbruik zonder dader, verscheen 23/03/15 in NRC). Wat is er gebeurd na die publicatie? Helpt het daadwerkelijk om je publiekelijk uit te spreken over seksueel misbruik? En wat hebben anderen er eigenlijk aan?

Op Twitter delen vrouwen én mannen sinds maandag hun ervaringen met seksueel misbruik onder de hashtag ‘zeghet’, bedacht door Anke Laterveer, Stella Bergsma en Anousha Nzume. De reacties schommelen tussen verhalen die regelrecht aanranding aankaarten:

Lammert de Bruin @lammert Nov 2: Ik was 19 en werd dronken gevoerd door man die daarna flink de grens over ging ondanks mijn herhaaldelijk nee + verzet. Nee is nee! #zeghet

En tweets die wijzen op seksuele intimidatie:

Halve Vreugde @demigrerend Nov 4: #zeghet moet me van het hart, oude mannen die je lastigvallen in de kroeg/naar je loeren in de trein. Om schijtziek van te worden.

Het is precies die scheidslijn die het voor sommige mensen lastig maakt om mee te gaan met #zeghet. Sommigen beweren dat de mensen die nu hun verhaal delen het verpesten voor mensen met een echt trauma. De actie krijgt niet alleen bijval, er zijn ook mensen die zich ergeren. Zou er niet nieuwe preutsheid komen als elke vorm van aanraking in het openbaar gezien wordt als een halve aanranding? Moet alles wat zich in het grijze gebied van seksueel misbruik afspeelt ook gedeeld worden?

Mijn antwoord is eenduidig: Ja. De beerput die #zeghet heeft geopend, laat alleen maar zien dat we als samenleving nog geen idee hebben hoe we moeten omgaan met dit soort verhalen. Nee, Twitter is niet de beste weg om seksueel geweld zichtbaar te maken, maar op dit moment lijkt het de enige weg.

Ik was zestien en sloop weg van mijn vriendinnen. Nadat het gebeurd was, wilde ik bij mijn moeder zijn. Ik ging zitten op het trappetje waar ik als kind altijd naar haar keek als ze aan het koken was, en groef mijn Game Boy op uit de mand met oud speelgoed. Super Mario Land 2 deed het nog steeds. De geluiden stelden me gerust, mijn moeder roerde door een grote pan bolognesesaus. Alles zou hetzelfde blijven, hield ik mezelf voor. Maar praten met haar wilde ik niet.

„Wil je niet bij je vriendinnen eten?”, vroeg mijn moeder. „Dat is toch veel gezelliger?”

Ze wilde stoer lijken, vertelde ze me later, een vrije moeder van wie veel mocht, terwijl ik juist zo graag bij haar wilde blijven om me weer een kind te voelen. Ze had die vakantie zonder er iets over te zeggen condooms in het toiletkastje van de badkamer van mijn vriendinnen en mij gelegd, zodat die beschikbaar waren, mocht dat onuitspreekbare ervan komen. Ik dacht altijd dat ze die per ongeluk had achtergelaten, in de veronderstelling dat, o the horror, ze zelf seks had.

Ik begreep niet wat er die avond daarvoor gebeurd was. Met de vriendinnen en twee jongens die we niet heel goed kenden waren we dronken geworden. Een van de jongens had me meegenomen naar de rivier, waar de maan niet kon schijnen, en was bovenop me gekropen. Ik zei nee, de jongen zei ‘heel even’.

De volgende dag zonk een droefheid in me die ik nooit eerder had gevoeld. Ik merkte aan mijn lijf dat een grens was overschreden, maar mentaal kon ik dat niet bevatten.

Voor de doorgedraaide einzelgänger die meisjes van hun fietst rukt, was ik gewaarschuwd. Ook voor de likkebaardende griezel die je meelokt naar een bestelwagen, was ik gewaarschuwd. Zelfs voor de potloodventer in grijze overjas. Maar niet voor de kennis die op vriendelijke toon zijn zin doorzet. Het overgrote deel van de daders is een bekende. Het treurige is dat juist daarover zo weinig bekend is.

Als zestienjarige meisje begreep ik mijn eigen gevoel niet. Ik herkende het simpelweg niet, omdat ik het nergens anders eerder had gezien. Waar ik op de middelbare school vlekkeloos leerde een condoom om een banaan te trekken, werd me nooit een ander beeld dan de brute verkrachting voorgeschoteld.

Nee is nee, leerde ik, denkend dat die nee alleen gillend en schreeuwend geuit moest worden. Alleen dan had je te maken met een klassieke verkrachting. Als ik als jong meisje door de bekentenissen die nu op Twitter staan had gescrolled, was ik geschrokken, net zo als ik nu weer schrik, maar dan had ik wel geweten waarom ik me zo somber voelde.

Toen meende ik dat ik mijn moeder er niet over moest aanspreken – bij mijn dode vader kon ik het ook niet kwijt. Maar ik denk niet dat ik het wel aan hem gezegd had als hij er nog was. Seksualiteit deel je niet met je ouders, en bovendien schaamde ik me, ik meende dat ik zelf over een grens was gegaan.

De dag dat mijn stuk over misbruik zonder dader was gepubliceerd, stroomden de reacties binnen. Veel vrouwen lieten weten zich te herkennen in mijn verhaal, betuigden steun, anderen lieten weten het dapper te vinden. Bij dat woord kromp ik altijd iets ineen. Blijkbaar erkennen ook zij de barrière waar je overheen moet stappen en de schaamte die je moet overwinnen om een verhaal over seksueel misbruik te delen. Eigenlijk is dat nu nog net zo verdrietig. Wanneer je in elkaar wordt geslagen, lijkt het logisch daarover te praten, mensen betuigen hun verontwaardiging, maar wanneer het over seksueel misbruik gaat is het voor het een grote groep mensen te intiem en worden sommigen zelfs beticht van schaamteloosheid. Het is precies dat onderbuikgevoel dat het lastig maakt voor mensen om naar buiten te treden.

Ik kreeg ook negatieve reacties, niet veel maar toch. Een man liet in een e-mail van 800 woorden weten dat ik die bewuste avond net als mijn vriendinnen eerder naar bed had moeten gaan. Impliciet zeggende dat het mijn eigen schuld was. Ik kon erom lachen, maar toch verwijderde ik het bericht direct na lezing.

Hoe kunnen we nu voorkomen dat er meer meisjes als ik blijven rondlopen, die, op dit moment nog niet volwassen, niet weten wat ze met hun verhaal aan moeten? Middelbare scholen, wellicht zelfs basisscholen, zouden duidelijk moeten praten over seks, niet in de eerste plaats seksueel misbruik, maar gewoon seks en wat het is. In de aflevering Birds & Bees van Podcast This American Life wordt aandacht besteed aan seksueel misbruik en toestemming. We luisteren naar een vrijwillige seksuele voorlichting in een klas op Buffalo State, ook al is het niet verplicht, het zit er stampvol. Het eerste wat gezegd wordt is: „Wat is toestemming? Een verbaal en enthousiast ja!” Iedereen die eraan twijfelt of en hoe er op een middelbare school over seks moet worden gepraat: luister naar deze aflevering.

Ten tweede moeten ouders, ook al is het pijnlijk en ongemakkelijk, zich eens tegenover hun kinderen uitspreken over wanneer seks ‘met wederzijdse instemming’ is. Al is het maar één keer, geloof me, kinderen zullen het onthouden. Denk niet dat ze naar u toe zullen komen als er iets naars voorvalt, dat zal niet gebeuren. Zulke dingen bespreken kinderen in de meeste gevallen nu eenmaal niet met hun ouders, maar dan hebben ze het in elk geval gehoord.

Ten derde moet het publieke debat openen, daar werkt #zeghet nu aan mee.

Een van de grootste verdiensten van het delen van zulke verhalen, is dat mensen opnieuw gaan nadenken over wat toestemming nu eigenlijk is. Een jongen vertelde me deze week dat hij is gaan terugdenken aan de keren dat hij seks had, en besefte dat hij misschien ook wel eens een grens heeft overschreden.

Die jongen in Italië, vijftien jaar geleden, had ook niet door wat hij deed, op dat moment dacht hij niet: ik ben een meisje aan het verkrachten.

„Zijn naam zal ik niet noemen”, zei ik tegen mijn moeder. Natuurlijk niet, omdat hij, net als ik, niet begreep wat er die nacht gebeurde. Juist daaraan moet iets veranderen.

Alma Mathijsen is schrijfster. Van haar verscheen in 2014 De grote goede dingen.