Column

Vluchtelingen

Bent u ooit vluchteling geweest? Als kind voor een sterke jongen die u een pak rammel wilde geven; voor een agent die u op wat dan ook betrapt had; voor een naamloos gevaar waarvan u zeker wist dat het op u loerde? Het echte vluchten is in deze tijd, sinds we de grote oorlogen achter de rug hebben, in ons deel van de wereld een zeldzame bezigheid geworden. Misdadigers vluchten voor de politie en misschien komt het nog voor onder jeugdbendes, maar voor de rest zag je de mensen niet meer rennen voor hun leven, het vege lijf redden. Volgens Van Dale: lichaam in doodsnood.

Eén keer ben ik een klassieke vluchteling geweest, op 14 mei 1940, nadat de Duitsers Rotterdam hadden gebombardeerd. De eerste bom viel in een buitenwijk, op een meter of tachtig ten zuiden van het huis waar mijn vader en moeder en ik in de kelder zaten. De vloer golfde. „Eruit!”, riep mijn vader. Eerst hebben we in een diepe kuil op een landje achter ons huis gezeten. Laag en langzaam vlogen de bommenwerpers over. Mijn vader vond onze schuilplaats niet veilig genoeg. We mochten met de buren mee, in de auto de polder in.

Die avond capituleerde Nederland en we gingen terug naar ons huis. Voor alle zekerheid want misschien kwamen er plunderaars. Van de terugweg herinner ik me lange, haveloze stoeten vluchtelingen, weg uit de brandende stad, naar de veiligheid.

In 1943 wilde ik naar Amerika. Geïnspireerd door Bulletje en Boonestaak die als verstekeling daarin geslaagd waren, ging ik naar de Lloydkade en sloop daar aan boord van een Zweeds schip. Ik werd ontdekt terwijl ik me onder het dekzeil van een reddingsboot probeerde te verstoppen en ik werd aan de Duitse politie overgeleverd. Ik bleek geen verzetsstrijder te zijn en toen ben ik op de tram naar huis gezet. Een roemloos verhaal, maar het is echt gebeurd.

In deze tijd halen de vluchtelingen ons deel van de wereld overhoop. Ze komen binnen als deerniswekkende armoedzaaiers en dan blijkt dat ze met geen macht ter wereld meer zijn weg te krijgen. Ze verstoren de politieke verhoudingen, veroorzaken nationale onenigheid die vaak in vechtpartijen eindigt. En wat het diepst ingrijpt, ze veranderen langzamerhand ons uitzicht op de toekomst. Zo beschouwd zijn de vluchtelingen de nieuwe revolutionairen. Misschien zal uit hun massale aanwezigheid een nieuwe samenleving groeien. En tegelijkertijd blijven ze het armste, het meest kwetsbare deel van de bevolking.

Vluchtelingen zijn er altijd geweest, maar hun positie is radicaal veranderd. Wie herinnert zich de Turkse kleermaker Gümüs? Zes jaar had hij met zijn gezin in Amsterdam gewoond, belastingen en andere vaste lasten betaald, hij was populair in zijn buurt geworden, en toen moest hij eruit. Burgemeester Schelto Patijn heeft geprobeerd het te verhinderen. Vergeefs. Hij is weer naar Turkije gegaan.

Een jaar of tien geleden hadden we de zaak van Taïda Pasic, een meisje uit Kosovo dat zich hier met haar familie had gevestigd. Ze was op de middelbare school, zat voor haar eindexamen toen de Vreemdelingendienst ontdekte dat ze illegaal aanwezig was. Van de minister van Vreemdelingenzaken, Rita Verdonk, moest ze eruit. Er ontstond een nationaal verzet maar de minister bleef onverbiddelijk. Op de Nederlandse ambassade in Sarajevo heeft Taïda eindexamen gedaan, is in Leiden rechten gaan studeren en heeft zich tenslotte als juriste in New York gevestigd.

De tijden zijn snel veranderd. Nu zijn de vluchtelingen het meest invloedrijke deel van het volk. Daarom is het verwonderlijk dat de wetenschap zich nog niet in hun geest heeft verdiept. Is er een fenomenologie van de vluchteling? De vluchteling deelt zijn armzalig bestaan met miljoenen en het worden er steeds meer. Hij is de nieuwste verschijningsvorm van de massamens van wie op den duur alles kan worden verwacht, zonder dat we daarover nu een zinnige voorspelling kunnen doen.