Column

Rennen

‘Ik ben deze zomer gaan hiken in de Pyreneeën”, zei het ene barista-meisje tegen het andere. Deze zin had een paar jaar geleden niet uitgesproken kunnen worden, en over een paar jaar ook niet meer. Een eiland in het taal/tijdcontinuüm. Niet alleen vanwege de barista’s die nog niet zo lang bestaan, maar ook vanwege dat ‘hiken’ (spreek uit haiken).

‘Wandelen’ klinkt waarschijnlijk te suf, te veel als of je de paddenstoelen van de ANWB braaf volgt naar het pannenkoekenhuis. Hiken klinkt als: boven de 2.500 meter, echt zweten, gedehydrateerd voedsel meenemen en een zonsopgang zien samen met een bergmarmot. Vroeger heette die activiteit dus ook gewoon wandelen, maar toen werd wandelen nog niet als sport beschouwd.

Nu steeds meer mensen vinden dat ze moeten sporten, voldoen de oude woorden niet meer. Oude activiteiten moeten nieuwe namen krijgen, anders voelen ze niet sportief genoeg. ‘Joggen’ is daarom totaal passé. Het roept beelden op van te dikke, voortsjokkende mensen die tegen heug en meug moeten bewegen van de dokter. Sjokken kon langzamer gaan dan wandelen.

Nee, nu rennen wij. Rennen is natuurlijk een oud woord, maar heeft de afgelopen jaren nieuw elan gekregen. Rennende mensen stralen uit dat ze van niemand hoeven, behalve van zichzelf. De renner heeft niet per se plezier, maar wel veel zweet en een soort getormenteerde doelbewustheid.

Natuurlijk heeft de renner een strakke broek aan, in plaats van het (ook ter ziele zijnde) joggingpak. In het Engelse taalgebied bestaat inmiddels de term ‘mamil’: een middle-aged man in lycra. Dat refereert eigenlijk aan mannen in strakke pakken op fietsen, maar ik denk dat het net zo goed op een rennende man in strak pakje kan slaan.

Dat de strakke broek niets toevoegt, zal over een tijdje duidelijk worden. Over een jaar of tien kunnen we naar foto’s van nu kijken en denken: waarom had iedereen toen glimmende leggings aan? Toch niet omdat we toen nog echt dachten dat stof ‘ademde’?

Het wachten is op een of ander als cool te boek staand persoon die in z’n gewone broek gaat rennen. En die na het rennen een gewoon bakkie pleur gaat drinken, gemaakt door moeder de vrouw. Niks barista.