Politie en OM hebben er de kracht niet meer voor

De omvang van de schade die de ‘politiemol’ bij justitie heeft aangericht, zal de komende weken duidelijker worden. Maar je kunt dit veilig een majeure ontsporing met structurele oorzaken in de politieorganisatie noemen. Samengevat: een nooit gescreende en vervolgens mislukte politierekruut wordt niet ontslagen maar overgeplaatst, waarna hij vier jaar toegang houdt tot vertrouwelijke politie-informatie. Tegen alle regels, afspraken en controles in. De man verkoopt vervolgens aan criminele motorbendes geheime informatie uit recherche onderzoeken. Wie is er verdacht, wie wordt gevolgd en afgeluisterd; wat weet, denkt of vermoedt de politie in concrete zaken. Dit gaat dus over een milieu waarin liquidaties voorkomen en dat als ‘ondermijnende criminaliteit’ de hoogste opsporingsprioriteit heeft. En die lui konden dus meekijken met de politie. Wat hier samenkomt, is gedateerde automatisering, falend intern toezicht, verkeerde prioriteitstelling, onmacht om te selecteren - een brevet van onvermogen dus.

Of is het misschien tijd voor bredere vragen? Zijn politie en justitie wel voldoende toegerust, gefinancierd, bemand en bij de tijd gehouden door de kabinetten Rutte? De kwestie ‘politiemol’ deed me denken aan Bart van U., de schipper met waandenkbeelden die zich zwaar bewapende, zijn zuster vermoordde en mogelijk ook minister van Staat Els Borst. Uit een groot onderzoek bleek eveneens systeemfalen, op veel niveaus. Onderbezet, ondergefinancierd, achterhaalde automatisering, slechte communicatie en een versnipperd apparaat dat onmachtig was om regels stipt uit te voeren. Als politie en justitie hun werk goed hadden gedaan, leefde de zus van Van U. nog en vermoedelijk ook Els Borst.

In dat licht wekt het geen verbazing dat het Openbaar Ministerie zèlf, bij monde van zijn voorzitter Herman Bolhaar, bij het laatste jaarverslag waarschuwt dat het zo niet langer kan. „Het OM functioneert in alle opzichten aan de rand van zijn kunnen”, zo luidde toen de ‘winstwaarschuwing’ van Bolhaar. In de vooruitblik op 2015 werd dat uitgewerkt. „Met de huidige omvang en organisatie van de opsporing ontbreekt de capaciteit om de criminaliteit voldoende aan te pakken”. Zo staat het er echt. Die ontbreekt. Het aantal verdachten dat het OM inschrijft daalt al jaren; de politie heldert van alle overvallen, inbraken en straatroven meestal minder dan 20 procent op. Gemiddeld wordt maar één op de tien criminele groeperingen opgespoord. Bij mensenhandel, drugs en witwassen, waarop prioriteit ligt, komt het gezag tot „hooguit één op de vijf”. De conclusie is letterlijk dat „het strafrecht niet in staat is de veiligheidsproblemen in Nederland op te lossen”. Ik vraag me wederom af waarom toch ooit de VVD bedong het ministerie van Justitie om te dopen tot Veiligheid en Justitie. Van der Steur is er tot nu toe vooral crisismanager en brandenblusser.

Vorige week luidde Joep Simmelink, advocaat-generaal en de nieuwe bijzonder hoogleraar OM in Maastricht de noodklok. Het Openbaar Ministerie moest van de kabinetten Rutte tot 2018 een kwart van zijn budget inleveren – en dat bedreigt direct het functioneren van het OM, zegt hij. Het OM staat er nu zo voor, aldus Simmelink: „In veel strafzaken blijkt de administratie niet op orde, het procesdossier niet tijdig beschikbaar en/of incompleet, de tenlastelegging ongelukkig opgesteld, de doorstroming vertraagd, vertoont de verwerking van de rechterlijke uitspraak gebreken of staat de juistheid van de vervolgingsbeslissing ter discussie”.

Het OM moest de afgelopen jaren wel dezelfde hoeveelheid zaken blijven afdoen - en dat is ook gelukt. Zij het, volgens Simmelink, met kunst en vliegwerk en ten koste van de organisatie die nu „in de richting van overbelasting” koerst. Tijdens het inkrimpen, concentreren (en dus verhuizen) en digitaliseren moest er ook worden gereorganiseerd. Inmiddels staat vrijwel vast dat het OM dit niet zal bolwerken. „Stevige risico’s voor het primaire proces” dienen zich aan, volgens een organisatie advies. Dat betekent dus méér Bart van U.’s, niet minder. Waarom Opstelten en Teeven toch ooit crimefighters werden genoemd, is mij een raadsel.