Jongen van Gouda blijft een raadsel

Wie is de jongen van wie het graf vorig jaar in Gouda werd gevonden? Hij heeft nu een naam en een gezicht.

‘Jacob’ zoals hij er misschien uitzag. Foto Sint-Janskerk Gouda

In de Sint-Janskerk in Gouda deden archeologen vorig jaar een opwindende en raadselachtige ontdekking. In de grafkelders lagen de skeletten van rijke mensen, die in de 17de en 18de eeuw de stad hadden bestuurd. Dat was al bijzonder, maar ze vonden ook de resten van een jongen van ongeveer 17 jaar.

Daarmee was iets raars aan de hand. Want aan de botten was te zien dat de jongen vaak te weinig eten had. Arme mensen werden nooit in de kerk begraven, rijke wel.

De jongen lag ook in de omgekeerde richting begraven. Normaal gesproken werden mensen begraven met hun hoofd in westelijke richting. De jongen lag in oostelijke richting begraven, net als priesters. Maar hij was te jong voor een priester.

Wie was hij en hoe kwam hij daar? „We hebben geen idee, want ook in de grafregisters komt hij niet voor”, zegt stadsarcheoloog Maarten Groenendijk. „Misschien dat er ooit nog iets opduikt in een archief.” Tot die tijd moeten we maar raden.

Dat doen ze in Gouda op een speciale manier. De jongen heeft een naam gekregen: Jacob. In een boek staat een verzonnen verhaal over het leven van Jacob, die misschien een straatjongen was. En er is een reconstructie gemaakt van zijn hoofd, die nu is te zien op een tentoonstelling in de Sint-Janskerk.

Dit hoofd is gemaakt door van de schedel een afgietsel te maken. Daarop heeft de maker een kunststof laag aangebracht, met daarin blauwe ogen en blond haar. En in zijn mond een pijp. Want aan zijn tanden is te zien dat hij pijp rookte.