Het mysterie van het spooktelefoontje

Omdat het vooral mannen zijn die hun mobiel in de broekzak meevoeren lijkt spookbellen een mannenkwaal. Foto iStockphoto

Doe dit: ga op de rug in het gras liggen en kijk naar de blauwe hemel. Of, als het gras nat is en de hemel niet blauw: ga op een divan liggen en kijk naar een goed verlicht wit plafond. Denk aan niets in het bijzonder en wacht op de dingen die komen gaan. Houd de blik op oneindig.

Tien tegen één dat binnen een minuut de mouches volantes komen binnen vliegen, kleurloze slierten en bolletjes van een onregelmatige vorm die altijd wegschieten als je er naar kijkt maar weer terugdwarrelen als je daarmee ophoudt. Dàn weer zijn het er veel, dàn weer weinig, maar je ziet ze altijd.

Sommige mensen beginnen de dag, nog in bed, steeds opnieuw met de genoeglijke jacht op de vliegende vliegjes in het eigen oog. Als je ze hard heen en weer jaagt, alle hoeken van het oog laat zien, dan veranderen ze een klein beetje van vorm. Soms haken ze wat in elkaar, soms schieten ze los. Verbazingwekkend hoe het assortiment steeds wisselt, na een week zijn er weer heel andere. Veel last heb je er meestal niet van.

Wat ook verbazing wekt is dat er mensen zijn die nooit iets van het bestaan van mouches volantes gemerkt hebben, ook niet van eye floaters zoals Amerikanen ze noemen. Het is ze nooit opgevallen dat zich huisgemaakte onregelmatigheden voordoen in het blikveld. Geloof het of niet, die mensen zijn er. Het is de categorie die niet weet dat oorsmeer bitter is en urine zout, zo ver staat die van het eigen lichaam. Als dan op een kwade dag de floaters ontdekt worden is Leiden in last. Dan moet er een oftalmoloog aan te pas komen om de rust terug te brengen.

Een bezoek aan de Wikipedia-lemma’s ‘floater’ of ‘glasvochttroebeling’ kan ook dienst doen want daar zijn treffende impressies van de floaters te vinden. Ook verder is er veel behartenswaardigs samengebracht. Het staat nu vast dat de gewone floaters worden veroorzaakt door de normale, natuurlijke afbraak van het collageen dat als het ware het skelet is van het geleiachtige glasvocht in het oog. De Tsjech Jan Purkinje zat rond 1825 niet ver van deze waarheid. Na het 55ste levensjaar kan de hoeveelheid floaters toenemen, ook allerlei ziekten en afwijkingen hebben invloed. Van belang is dat een oogarts met de juiste hulpmiddelen de floaters in andermans oog zichtbaar kan maken. Aan het bestaan van de sliertjes hoeft niet te worden getwijfeld.

Maar tot ver in de negentiende eeuw zijn mouches volantes, ondanks Purkinje, als illusies beschouwd: hersenspinsels ‘te weeg gebragt door den aandrang van het bloed naar het hoofd’ (Algemeen Handelsblad, 1866). Toen hun fysieke bestaan eenmaal bewezen was werd hun aanwezigheid prompt geweten aan ‘verkeerd leven’, zoals ‘halve nachten bridgen, borreltjes drinken, zware sigaren rooken en vleesch eten’ (Het Vaderland, 1934). Tachtig jaar later doemen dan weer holistische denkers op die een invloed van het bewustzijn op de vorm van de floaters veronderstellen. Uit de slierten en bolletjes spreekt een zeker dualisme.

Dit alles, lezer, als een soort referentiekader voor een andere gewaarwording die misschien wèl een zinsbegoocheling is: de valse telefoonoproep. Bijna iedereen in AW-omgeving bleek ze te kennen: de verwarrende momenten waarop men meent te worden opgebeld terwijl dat niet gebeurt. De overtuiging dat de mobiele telefoon in de broekzak trilt terwijl-ie dat niet doet. Inclusief de lichte teleurstelling die er op volgt. In ernstige gevallen kan het zich een paar keer per week voordoen.

Het fenomeen is een jaar of tien geleden voor het eerst beschreven en heeft inmiddels de aanduiding phantom vibration syndrome gekregen. Omdat het vooral mannen zijn die hun mobiel in de broekzak meevoeren lijkt het een mannenkwaal. Absolute geslachtsgebondenheid blijkt er niet te zijn. De meeste onderzoekers (psychologen die psychologiestudenten onderzochten, doorgaans een stuk of twaalf) zijn ervan overtuigd dat het een pure illusie is. Er trilde niets in die broek toen de valse indruk werd gewekt, denken zij. Maar de mogelijkheid dat de mobiel door resonantie of godweetwat energie opneemt uit de omgeving en daardoor trilt is nog niet onderzocht. „We’re just starting to see research on this.”

Psychologisten hebben al nagegaan dat de verwarring niets bijzonders is. Er zijn immers, becijferden zij, maar vier mogelijkheden: de mobiel trilt en er is inderdaad een oproep, of die is er juist niet. Of hij trilt niet en is ook inderdaad geen oproep, of juist wel. Goedbeschouwd is er dus 50 procent kans dat het mis gaat. Dan hoeft niemand zich over een mismatch te verbazen.

De psychologen op hun beurt zeggen te weten hoe de illusie ontstaat. Er is een te fel verlangen naar contact, een verlangen naar ‘communication permanente’, een geestestoestand die zich uit in non-stop e-mail checken, twitteren, tweeteren, noem maar op. Het is iDisorder, een scheefgroei in de hersenen die tot paniekaanvallen leidt als de mobiel zoek is. Bij personen met iDisorder kan elke minieme verschuiving van de mobiel in de broekzak, of van de mobielhoudende broekzak in de broek, al de drempelprikkel opwekken die in verband wordt gebracht met een oproep.

Er is een remedie die de mismatches verhelpt: verandering van de sterkte van die drempelprikkel. Dat kan door de mobiel in een sterkere trilstand te zetten. Of door hem bij een gevoeliger deel van het lichaam te bewaren. Allebei kan ook.