Column

Dood aan de prikkel

Niet scherp, niet fris, niet goed…. Het was blaftaal die je zelfs in het hoofdkantoor van Volkswagen niet hoort. Toch verrast de sneer van Danny Blind ter diskwalificatie van Robin van Persie niet. De bondscoach heeft zijn natuurlijk gezag verspeeld en vlucht nu in de strategie der radelozen: shockeren met hiërarchische paukenslagjes. Zoals vaker bij paniekaanvallen gaat het hoofd van het verkeerde slachtoffer eraf.

De bruuske ontbladering van Oranje-icoon Van Persie illustreert de wanhoop van de bondscoach. Met de topscorer aller tijden van het Nederlands elftal ga je normaal iets voorzichtiger om dan met een paar scheve dwergen in de defensie. Dat Blind de gezegende aanvaller zo publiek aan het spit reeg, is alleen te verklaren door demonstratieve nood. Zo van: zie mij eens dapper zijn! Slecht theater.

Misschien is het ook persoonlijk. Eerder al moest Van Persie zijn aanvoerdersband aan Arjen Robben afstaan. Ook dat was een publieke tuchtiging van de bondscoach. Je kunt een speler ook zachtjes buiten het elftal masseren met een smartlap over zijn wankele positie bij de club. In het geval van Fenerbahçe was dat niet moeilijk.

Er zijn nog bondscoaches geweest die verslaafd waren aan het hakblok. Ik herinner me de publieke afbranding van Mark van Bommel door Marco van Basten. De PSV-held kon niets goeds meer doen. Hij liet tegenstanders uit de rug lopen, was te traag in de opbouw, schakelde averechts… dat soort jazz. Het scheelde niet veel of Van Basten had hem ook nog nageroepen dat hij uit zijn bek stonk. Uiteindelijk leverde de moe getergde middenvelder zijn nationale shirt in, na eindeloos gestook.

Luttele jaren later werd Van Bommel als aanvoerder van het Nederlands elftal net geen wereldkampioen in Zuid-Afrika onder de unanieme lofbetuigingen van de hele sportjournalistiek. Toch blijft de vernedering van Van Basten nabranden. Hij kan er ook nu nog niet over zwijgen.

Twee jaar geleden was het aan Louis van Gaal om zijn aanvoerder Wesley Sneijder door de gehaktmolen te draaien. Onder zijn gekende motto: niemand deugt, leve het volk. Achteraf zou de bondscoach zichzelf feliciteren met een bombastische analyse van zijn ingreep: de schrobbering had Sneijder weer op scherp gezet. Hij had de prikkel opgepakt.

Prikkel!

Spuug het woord uit als een kwade vlieg. Het hooglied van de prikkel is de grootste leugen. Het is een soort pantser voor netelige sancties waarachter coaches een draai geven aan twijfel en weerzin.

Als er één basisspeler van Oranje was die geen prikkel nodig had dan was het wel Robin van Persie. De spits heeft zo’n gekarteld eergevoel dat hij zijn Oranje-psyche zelf wel dopeert. Daar heeft hij geen blafhonden voor nodig. De conditie mag dan wat minder zijn, de scoringsdrift misschien lichtjes afgeblust, toch was het Nederlands elftal voor hem meer dan een podium – het is een geloof, een autonome bestemming. Je zou kunnen zeggen dat Oranje hem de rust geeft waar hij sinds zijn jeugd naar op zoek is.

Het anker Oranje.

Een volwassen coach die blaakt van zelf vertrouwen vergrijpt zich niet lichtvaardig aan zo’n stamboomgevoel van een van zijn meest verdienstelijke spelers. En als hij het toch doet, gaat de ontluistering achter langs de huizen, niet op het balkon. Het probleem van Van Persie is dat hij in zijn bijna mystieke beleving van het Nederlands elftal soms de indruk wekt dat vlag en hymne hem gestolen kunnen worden. Averechtse nonchalance.

Danny Blind is van karakter geen slachter. Hij wordt het pas in ontreddering en onzekerheid. Maar een excuus is dat niet.