Dicht op de huid in Auschwitz

De Hongaar László Nemes bewijst met zijn indrukwekkende speelfilmdebuut Son of Saul, in Cannes bekroond met de Grand Prix, dat het toch kan: Auschwitz invoelbaar maken. Nemes heeft een briljant compromis gevonden tussen de films van Claude Lanzmann en Steven Spielberg. Zijn kader is vierkant en claustrofobisch, zijn camera zit Saul heel dicht op de huid maar met extreem ondiepe focus: alles op afstand wordt troebel en onscherp. Die visuele stijl voelt niet als afzwakken dankzij het indringende geluid: Duitse bevelen, blaffende herdershonden, het gekrijs bij de massagraven. Eigenlijk is dat een truc uit de horrorfilm. Maar zo ervaar je Sauls machteloosheid en wordt Son of Saul zo’n beklemmende ervaring.