De Spelen lonken, maar het geld is op

Door bezuinigingen wordt het steeds moeilijker om topsporters financieel te ondersteunen. Meer succesvolle sporters en minder geld: NOC*NSF is hard op zoek naar nieuwe wegen.

Afrodite Zegers (r) en Anneloes van Veen moeten hun voorbereiding op Rio financieren via crowd funding. Foto Soenar Chamid

Het zal je maar gebeuren. Drie maanden geleden werden ze vijfde bij de pre-olympische testwedstrijden in Rio de Janeiro. Drie weken geleden waren ze opnieuw vijfde van de wereld, nu bij het officiële WK in Haifa. De Copacabana lonkt, geen vuiltje aan de lucht – zou je denken.

Mis. Afrodite Zegers (23) en Anneloes van Veen (25), het jonge, talentvolle Nederlandse duo in de 470-klasse, zijn zeker van de Spelen in Rio, maar geld om zich op de belangrijkste regatta van hun leven voor te bereiden is er niet meer. En dus is het nog maar de vraag of ze in de cruciale laatste maanden voor de Spelen verder kunnen met hun succesvolle coach, de Griek Ilias Mylonas. En of ze in februari naar het WK kunnen, in Buenos Aires – broodnodig voor hun laatste stap naar het podium. „Als we geen geld vinden zal het lastig worden”, zegt stuurvrouw Zegers. „We gaan naarstig op zoek naar geld. Zoeken naar sponsors, en we gaan proberen aan crowd funding te doen.”

Misschien dat ‘The A-team’ – naar hun beider voornamen – de komende maanden bijzondere krachten losmaakt. Maar de benarde positie van de twee zeilsters is het rechtstreekse gevolg van een gestage afbrokkeling van de geldstromen naar de Nederlandse topsport. De financiële situatie is dusdanig nijpend dat sportkoepel NOC*NSF in het jaar voor ‘Rio’ op alle sportprogramma’s een derde bezuinigingsronde heeft moeten doorvoeren. Na 5 procent in 2013 en 2 procent in 2015, wordt in 2016 liefst 10 procent gekort. De sterke terugloop van de voor Sport bestemde Lottogelden hakken er zodanig in, dat technisch directeur en chef de mission Maurits Hendriks het in aanloop naar Rio met 4,2 miljoen euro minder moet doen; het topsportbudget is voor komend jaar verschraald van 37,9 naar 33,7 miljoen. Een onlangs verstrekt overbruggingskrediet van 1,1 miljoen door minister van Sport Edith Schippers verzacht de pijn een beetje.

‘We lopen in mes eigen succes’

Onderweg naar Rio wordt de situatie steeds nijpender, erkent Hendriks, die al zijn creativiteit aanboort om sporters zo min mogelijk te duperen. Dat zal niet in alle gevallen lukken, „want we staan nu voor keuzes die we liever niet hadden willen maken”. De technisch directeur zegt het punt te hebben bereikt dat er aan sporters in voorbereiding op de Spelen keihard ‘nee’ verkocht moet worden. „We lopen in het mes van ons succes”, concludeert Hendriks bitter.

Na twee bezuinigingsrondes hakt de derde er minder dan een jaar voor de Spelen flink in. Om de toptien-ambities te handhaven moeten sporten met een groot medailleperspectief maximaal 2 procent inleveren. Daartoe behoren onder meer zeilen, hockey (vrouwen), wielrennen, atletiek, turnen (mannen), BMX, handboogschieten en in iets mindere mate roeien, judo en zwemmen. Sporten met minder medailleperspectieven leveren 2 tot 10 procent in. De klappen vallen in de categorie ‘laag medailleperspectief’.

Weg naar Tokio al ingeslagen

Hendriks’ prioriteit ligt bij de voorbereiding op Rio. Dat gaat lukken, denkt hij, al moet her en der flink pijn worden geleden. Grote zorgen maakt hij zich over de Spelen van 2020 (Tokio). Bij een ongewijzigde situatie zijn olympische successen in de toekomst allerminst verzekerd. „De Spelen van Tokio lijken nog ver weg, maar een podiumtraject duurt zo’n acht jaar. We hebben te maken met een wereldwijde verbreding van sport en een toenemende concurrentie. Dan hebben bezuinigingen rechtstreekse gevolgen. En die zijn niet meer te corrigeren. De weg naar Tokio is al ingeslagen, dat doe je echt niet na Rio.”

Als voorbeeld noemt hij de waterpolovrouwen. „Daar hebben we de laatste drie jaar op ingezet. En nu zijn ze van wereldniveau. Daarop wil je toch niet korten? Vooral niet met het oog op de generatie daarna. Of neem de baanwielrenners. Die zijn na de Spelen in Londen flink gekort omdat we het rendement te laag vonden. Op de nadrukkelijke keus voor de sprint volgt nu het succes. Een extra financiering zou op z’n plaats zijn, maar dat lukt niet. En de handboogschutters die na een individueel succes van Rick van der Ven in Londen met het team podiumkansen in Rio hebben. Zo’n sport wil je laten ontwikkelen, niet inkrimpen.”

Teamsporten

Het luxeprobleem voor Rio wordt nog eens vergroot als zich een aantal teamsporten kwalificeert; dan komen er dure klanten bij. En die kans is reëel, want de handbalsters, volleybalsters, voetbalsters en waterpolosters zijn nog volop in de race voor Rio. Hendriks zou het toejuichen, omdat er hard is gewerkt om buiten het hockey meer dan teamsporten op de Spelen te krijgen. Maar als dat in Rio werkelijkheid wordt, zal hij nog creatiever met het geld moeten omspringen. „Dan gaat het heel hard”, zegt hij licht bevreesd.

Op de huidige financiële basis kan niet worden door gebouwd, weet Hendriks zeker. En al helemaal niet op toenemende overheidsbijdragen – „bovendien een ongewenste route”. Een belangrijk deel van de olympische gelden zal in de toekomst uit de markt moeten komen. In samenspraak met de bonden is afgesproken de olympisch ploeg als Team NL commercieel uit te nutten. Met toppers als Ranomi Kromowidjojo, Epke Zonderland, Dorian van Rijsselberge en Dafne Schippers moet dat geen probleem zijn, denkt Hendriks. Hij hoopt dat op termijn kan worden teruggekeerd naar een budget van zeker 40 miljoen euro. „Als we de positie van Nederland als topsportland willen versterken, zullen we aan verhoging van de inkomsten moeten werken. Het zou zonde zijn niet te profiteren van het potentieel dat we de afgelopen jaren met elkaar hebben ontwikkeld.”

Of de toptien-ambitie door alle bezuinigingen in gevaar komt, durft Hendriks niet zeggen. Hij twijfelt. „Omdat een paar medailles het verschil kunnen maken. Ik kan niet hardop zeggen dat het zal lukken. Het luistert nauw om in de toptien te komen. Ik denk nog steeds dat Nederland de potentie heeft bij de beste tien landen in het medailleklassement te eindigen. Omdat we in Rio een ploeg met veel medailleperspectief hebben.”

‘Slachtoffer’ van succes

De 470-zeilsters Zegers en Van Veen zijn feitelijk ‘slachtoffer’ van de successen van het Watersportverbond, zegt oud-olympiër Serge Kats, nu topsportmanager bij de bond. De Nederlandse kernploeg voor Rio telt niet minder dan zes teams die al eens op het podium hebben gestaan op het hoogste niveau: de windsurfers Van Rijsselberge en Lilian de Geus, Laserzeilers Marit Bouwmeester en Rutger van Schaardenburg, Finnzeiler Pieter-Jan Postma en het catamaranduo Mandy Mulder/Koen de Koning (Nacra 17). „We hadden zoveel potentie dat we in 2013 met acht teams zijn begonnen”, zegt Kats. „Maar afgelopen voorjaar moesten we terug naar de ondersteuning van zeven teams, nu dus naar zes. We hebben niet de middelen om Afrodite en Anneloes in 2016 te ondersteunen. We zijn hard op zoek naar andere manieren om ze te helpen.”

Zeilen een van de duurste sporten

Voor Zegers en Van Veen zal het erom spannen. Maar schipper Zegers verwijt de bond niets. „Het probleem is dat iedereen zo goed presteert in het Nederlandse zeilen. De bond had niet verwacht dat wij het ook zo goed zouden doen. Zeilen is een van de meest succesvolle sporten, maar ook een van de duurste. Je hebt een coach, twee identieke boten – één in Rio en één in Europa – je zit met je reizen, hotels, we hebben twee nieuwe masten nodig, we moeten zeilen testen.”

De geboren Griekse had het liever anders gezien, maar ze wil het wel in perspectief plaatsen. „Als je naar het vluchtelingenprobleem kijkt, moet je ons probleem relativeren. Het is zoals het is, we gaan op zoek naar geld. Het is altijd lastig voor ons geweest, we hebben blessures gehad. Dit is weer een nieuwe uitdaging. Maar één ding: we stoppen nooit.”