Column

Bijbeuntjes

Als je als land de zendtijd van Sesamstraat aan de bejaarden van Jan Slagter afstaat, dan heb je echt geen geloof in je eigen toekomst.

„Waarom doen we dit”, vroeg ik aan Loek Hermans, die hier als lid van de commissie Herprofilering NPO zijdelings mee te maken had gehad. Loek moest zich even concentreren op de weg, omdat hij mij in zijn hoedanigheid van taxichauffeur van het ziekenhuis naar huis bracht. Daar had hij mij net nieuwe medicijnen gegeven en voorlopig volledig genezen verklaard. Op woensdagochtend beunt hij altijd bij op de poli. ’s Middags is hij dan taxichauffeur.

Vandaar dit ritje. Hij kon wel uitleggen waarom het zo druk was in het ziekenhuis. Vooral veel nagelbijtende vaders met hun verbaasde kinderen. Volgens Loek kwamen ze allemaal uit de buurt van Hillegom en Noordwijk om te verifiëren of hun kroost niet door Harry Mens verwekt was. Over Meavita wilde hij niet veel kwijt. Behalve dat ze ook enorm gelachen hadden. Vooral over dat plan met die zogenaamde TVFoon. Hilarisch. Kwam van een neefje van Jos van Rey dat in Delft gesjeesd was.

Loek reed op de tomtom omdat hij niet echt de weg wist. Hoefde ook niet in zijn geval. Je kan niet overal verstand van hebben. Hij kon goed sturen, kende de verkeersregels en dan kom je een eind. Via de mobilofoon had hij contact met Frank de Grave, die op dat moment de taxicentrale beheerde. Frank verdeelde de ritjes. Hij hield het kort want hij had Edje Nijpels op de andere lijn. Die ging hij een lekkere lange rit geven. Edje kon wel wat werk gebruiken. Ondertussen belde een vanouds schaterende Gerrit Zalm. Bij wie hij nu moest zijn om de door zijn collega’s van de ING in elkaar geflanste cocowet zo geruisloos mogelijk door de Eerste Kamer te loodsen? Ik vroeg aan Loek wat coco’s waren. Hij had geen idee. Maar dat was in zijn geval ook niet zo belangrijk. Een soort derivaten, maar dan nog ingewikkelder. Op dat moment toeterde achter ons heel amicaal een Maserati. Ik vroeg me hardop af wat die op de trambaan deed. Hij had geen taxilicht op zijn dak.

Loek kende hem wel. Dat was de auto van die Möllenkamp. Die wagen had nog steeds een taxivergunning en mocht daarom op de trambaan. Ik zag dat de auto bestuurd werd door Edje. Möllenkamp zat achterin. Frank vertelde via de mobilofoon dat Edje hem naar Spanje ging brengen. Möllenkamp stak zelfverzekerd zijn duim op. Had hij van Badr geleerd. Loek legde uit dat dit een klein ritje was. Vorige keer mocht Frank die Erik Staal van Vestia naar Bonaire vliegen. Stak toen ook zijn duim op. In die tijd beheerde Edje de taxicentrale en de verkeerstoren op Schiphol.

Ik vroeg of Loek me even langs de apotheek wilde rijden zodat ik mijn door hem voorgeschreven recepten kon inleveren. Loek stelde voor dat hij dat wel deed. Hij moest ’s avonds toch bij die apotheek zijn omdat hij daar op woensdagavond altijd de administratie deed. Frank de Grave kwam de medicijnen wel even brengen. Dat was zijn woensdagavondklusje.

Loek vroeg of mijn tuin al winterklaar was? Hij had aanstaande zaterdag veel tijd. Ik vroeg hem om bij mijn kapper te stoppen. Ik treed weer op en wil fris voor de dag komen. Loek wilde mij ook wel knippen. Hij had een setje scharen en een tondeuse in de achterbak. Ik bedankte hem voor de rit en het aanbod.

Bij de kapper moest ik even wachten op een meneer die heel tuttig in de krullers zat. Hij liet zijn haar weer verlinksen. Hij zat als een oude nicht te zeveren dat hij te overmoedig de politiek was ingestapt, dat hij daarvan spijt had en dat hij een heel belangrijk boek geschreven had. Ik vroeg of hij Tofik Dibi was. Toen hij over zijn lieve dochter begon, zag ik dat het Pieter Hilhorst was. Hij jammerde hoe hard de politiek was. Dat zag je nu weer bij Loek Hermans. Het begrip persoonlijk drama viel een paar keer. De kapper knikte instemmend. Ik ook. Ondertussen dacht ik: als je als land de zendtijd van Sesamstraat aan de bejaarden van Jan Slagter afstaat, dan heb je echt weinig geloof in je eigen toekomst.