Benijdenswaardig gevoel voor avontuur

Hoe presteert de Nationale Opera vergeleken met de grote operahuizen over de grens?

Soms wordt er gemord. Moet artistiek directeur Pierre Audi na een kwart eeuw niet eens worden opgevolgd? Loopt zijn keuze van regisseurs en decorbouwers achter bij een experimenteel operahuis als Brussel? Juist de Brusselse Munt kreeg als enig niet-Duitstalig gezelschap ooit de prestigieuze titel ‘Operahuis van het jaar’ van tijdschrift Opernwelt. Voor de muzikale continuïteit is het gunstig dat de chef van de opera tevens chef is van het belangrijkste operaorkest, het Nederlands Philharmonisch. Maar waarom is de Verdi van dirigent Marc Albrecht niet net zo goed als diens Richard Strauss, zoals Trouw onlangs constateerde? En heeft de casting nog het niveau van een aantal jaar geleden?

Wie het vraagt aan toonaangevende internationale operacritici, durft weer chauvinistischer te zijn. Volgens Manuel Brug, operajournalist van Die Welt, behoort Amsterdam samen met Brussel en Parijs tot de top drie van operahuizen buiten Duitsland. „Voor de beroemde en peperdure zangers kom je niet naar Amsterdam. Maar Audi kiest uit het grote aanbod van coproducties spannende combinaties waardoor er altijd iets te genieten is, muzikaal dan wel scenisch.”

Hugh Canning, muziekredacteur van The Sunday Times: „De Nationale Opera heeft een gevoel voor avontuur en innovatie waar we in Groot-Brittannië jaloers op kunnen zijn. Audi bracht zijn gezelschap naar de absolute Europese top, wat gezien het relatief lage subsidiebedrag boven elke redelijke verwachting is.”

Ook de cijfers stemmen mild positief. De crisis van 2008 deed het aantal abonnementen dalen, subsidies werden gekort met 5 procent en een paar jaar later haakte de hoofdsponsor af. Dit seizoen is er een lichte abonnementsstijging waarneembaar: van 47.746 naar 51.576 stoelen. Directeur Els van der Plas: „Dat is mede te danken aan dynamic pricing, afgekeken van de luchtvaart: hoe langer je wacht, hoe duurder.” Ook de losse kaartverkoop stijgt licht. De zaalbezetting schommelt met zo’n 125.000 operabezoekers dit jaar rond de negentig procent.

De fusie met het Nationale Ballet in 2013 zorgt volgens Van der Plas voor efficiëntere kantooruitgaven en een iets grotere overlap in opera- en balletpubliek. Het publiek verjongt, door vlottere campagnebeelden, de ‘Operaflirt’, jonge donateurs met een achterban. Maar er is nog werk aan de winkel: 36 procent van de bezoekers is ouder dan 65, 14 procent jonger dan 40.

Een internationale vergelijking valt in veel opzichten positief uit. De omvang van het theater, met zijn brede podium maar toch ‘slechts’ ruim 1.600 stoelen, maakt het zeer geschikt voor zowel grootse producties als kleinschalige barok – daarvoor zijn bijvoorbeeld de Metropolitan Opera House in New York en de Opéra Bastille veel te groot. De Nationale Opera beschikt over relatief grote budgetten voor producties. Toch is de ticketprijs van 15 euro tot 160 euro voor de toprang op zaterdag relatief goedkoop: de ‘Met’ in New York vraagt voor de eerste rang bij prestigieuze producties soms ruim 400 euro, de Scala in Milaan komt voor chique logeplekken ver boven duizend euro uit.