Column

Beleving

De eerste keer dat het gebeurde begon ik behoorlijk aan mezelf te twijfelen. Ik had het schrijven van een lastige email te lang voor me uitgeschoven maar was er uiteindelijk toch voor gaan zitten. Ik schreef, las het nog eens na, zuchtte diep en drukte op send. Er steeg applaus op. Oh nee, het is begonnen, dacht ik. Over een half jaar brei ik truien van mijn eigen hoofdhaar en vertel ik ook aan wie het niet horen wil dat ik een hond ben die Bingo heet. Maar het applaus stierf uit. Ik hoorde mensen lachen. Dit was geen ingebeeld applaus, maar daadwerkelijk geklap van mensenhanden. Ik keek uit mijn raam. Ja hoor. Een kudde toeristen met oortjes in en regenponcho’s aan stond tevreden naar een gids met een tandpastalach en een microfoon in zijn hand te glimmen. Mijn straat blijkt het einde van een tour. Inmiddels ben ik aan het applaus gewend (vrienden zien de toeristen ook, het is geen acteurskwaal).

Ik woon in het centrum van Amsterdam en daar wordt de laatste tijd nogal geklaagd over toeristen. Het worden er steeds meer en ze verplaatsen zich omhoog kijkend te voet op het midden van de weg, lallend en lillend op een bierfiets, in een paardenkoets, een waterfiets of een riksja, en soms zelfs kotsend. Maar de types die écht levensmoe zijn en anderen daar graag in meesleuren huren zelf een fiets. Vaak hele gezinnen.

Het duurt niet lang of op elke hoek staan mensen verkleed als kaas folders uit te delen. De Bijenkorf richt zich uitsluitend nog op rijke Arabieren, Russen en Chinezen. Het is verbouwd en personeel wordt vervangen, zoals een dame van de parfumafdeling die over drie jaar met pensioen zou gaan na 46 jaar trouwe dienst. Die laatste drie jaar moet ze noodgedwongen iets anders doen. „Ach”, zegt ze, „ik was zo trots toen ik hier als zestienjarige kwam werken, maar het is toch mijn Bijenkorf niet meer. Het is jammer, maar het is niet anders.” Anders is het wel, spreek een winkelbediende aan en de kans is groot dat je hoort: „I’m sorry, do you speak English?”. Alles moet een beleving worden. Nou, dat was het zeker toen ik in mijn eigen straat op mijn hoofd gespuugd werd door Ieren in een Airbnb. Maar het heeft ook voordelen hoor. Ik hoef niet ver te lopen voor een vakantiegevoel. Niemand verstaat je, er duiken mooie nieuwe hotels op met rooftoprestaurants waar je eindelijk zicht hebt op de skyline van Amsterdam. In de lobby tref je dan bijvoorbeeld een fotograaf met een baard en een zonnebril op die foto’s maakt van één van de in minirok gehulde gastvrouwen/meisjes/modellen en dingen roept als „No, don’t smile, honey. Echt. Niet lachen. Bah.” Ik ga daar aan denken wanneer ik morgenochtend door een vriendelijk grijnzende toerist op de foto wordt gezet als ik in mijn Nel Veerkamp-badjas een vuilniszak buiten zet.