Woordpluizerij in plaats van aanpak jeugdwerkloosheid

Een motie tegen de wethouder werd verworpen. Maar de raad is geen steek verder met de aanpak van het échte probleem, betoogt politiek commentator John Bijl.

Even leek het er op, dat taalonderwijs de aanpak van de jeugdwerkloosheid in Rotterdam had kunnen redden. Tijdens een tweede debat over dit belangrijke thema, werd wethouder Maarten Struijvenberg gisteren door de Rotterdamse raad aan de tand gevoeld over uitspraken in een interview. De bestuurder had daar, zo vond de volledige oppositie, een verband gelegd tussen afkomst en oorzaak. Dat jongeren niet aan het werk zouden zijn, zou te maken hebben met motivatie, opvoeding en mentaliteit.

Volgens de wethouder was er niets aan de hand. Zijn uitspraken waren niet grievend of generaliserend, zei Struijvenberg, laat staan discriminerend. Hij had slechts willen betogen dat het op z’n minst opvallend is dat jongeren met bijvoorbeeld een Marokkaanse of Antilliaanse achtergrond tot zes keer zo vaak op werkloosheidslijstjes voorkomen. Correlatie, dus, en niet causaliteit.

Er moest worden teruggegrepen op taalontledingstechnieken uit het voortgezet onderwijs om uit te pluizen wat de wethouder nu precies had gezegd. Hoe interessant die exercitie ook was, er is een belangrijkere vervolgvraag. Als de wethouder inderdaad vindt dat etniciteit een veroorzakende factor is, handelt hij er dan ook naar? Is die etniciteit een factor in zijn beleid?

Verrassend genoeg gaf wethouder Struijvenberg daar twee antwoorden op. Een: nee, het is niet zo dat een eventuele causaliteit tussen etniciteit en oorzaken van het geen werk hebben op dit moment uitgangspunt is voor de bestrijding van jeugdwerkloosheid. Op dít moment. Het bevat een omissie die ook de raad is opgevallen. En dat is antwoord twee: of dat in de toekomst gaat veranderen, daarover wenst wethouder Struijvenberg geen uitspraak te doen. Daarvoor moet de raad een notitie afwachten die hij eerder heeft toegezegd.

Het maakte de volksvertegenwoordiging van Rotterdam extra kriegel. Los ervan dat iedere fractie de druk om snel iets te moeten met de jeugdwerkloosheid, heeft niemand zin om een stevige uitspraak over etniciteit en causaliteit boven de markt te laten hangen. Sterker, een duidelijke uitspraak van een wethouder, een met een Leefbaar-afkomst nota bene, heeft een hartstikke grote urgentie. Er moest een schorsing aan te pas komen, waar de woordvoerders van de coalitiepartijen wethouder Struijvenberg moesten helpen om in een laatste termijn goed duidelijk maken, dat hij achterliggende oorzaken en redenen waarom jongeren het moeilijk vinden om aan een baan te komen zonder aanzien des etniciteit aan wil pakken. Zijn woorden werden door de oppositie én coalitiepartners CDA en D66 op een goudschaaltje gewogen. En goedgekeurd. Voorlopig, althans.

Hoewel het debat met een sisser afgliep, heeft het de raad wel tweeënhalf uur bezig gehouden. Intussen blijven Rotterdamse jongeren met welke achtergrond dan ook moeite houden met het vinden van een baan. Het is te hopen dat de maatschappelijke druk die dat simpele feit oproept de wethouder snel tot handelen zal dwingen. Voorlopig zijn de enigen die door het beleid op de jeugdwerkloosheid aan het werk worden geholpen, zijn de politici op het stadhuis.