Tuttig

Op het Oosterdokseiland, bijna letterlijk op een steenworp van het Centraal Station, ontrolt zich de nieuwe stad — en dus ook de nieuwe Amsterdammer. Dat is niet in alle opzichten fijn. Want je kent hem (of haar) wel: vindt zichzelf ruimdenkend maar is eerder hypergevoelig, op het tuttige af. Hij woont op het Oosterdokseiland tussen — en in — een fascinerende bundeling van strakke en hoge gebouwen met veel glas en uitzicht op het water. In het comfort van nieuwbouw én vlak bij het oude centrum. Dan heb je niet te klagen en toch doet hij dat, want zo is de Nieuwe Amsterdammer wel. Hij weet de weg naar het gezag altijd goed te vinden.

Aanleiding is de ligging van het drijvende restaurant Sea Palace. Dat moet een stukje meer naar links, vinden de bewoners, terwijl de gemeente een stukje meer naar rechts in gedachten had. Met als gevolg een stevig onderbouwde lobby en petities waarvan de woordenschat en grammatica een hogere opleiding doen vermoeden. De Nieuwe Amsterdammer tilt het Niet In Mijn Achtertuin naar academische hoogten.

Je moet er geweest zijn om de tuttigheid hiervan te doorgronden. De bewoners vrezen overlast van het Chinese restaurant Sea Palace, dat inderdaad vrij groot is maar dat daar al lag voordat de nieuwbouw gerealiseerd werd. Om precies te zijn sinds 1984, toen het Oosterdok nog alleen het PTT-distributiecentrum herbergde. Deze eeuw werd er gesloopt en gebouwd, en nu is het Oosterdokseiland een schitterende plek met illustere hotels, de alom geprezen Openbare Bibliotheek en het Conservatorium van Amsterdam. Hoog en imposant — de hoofdstad kreeg weer iets meer trekken van een Stad.

Maar goed, de Nieuwe Amsterdammer ervaart de afstand van zijn massieve appartementencomplex tot het drijvende restaurant als te kort. Dertig tot vijfendertig meter, dat kan écht niet! Moet je nagaan, elders in de stad, waar de mensen niet in nieuwbouwforten wonen maar in oude panden met gebreken, verrijzen restaurants en koffiehuizen op de meest onmogelijke plekken onder en naast de mensen. Maar op dit splinternieuwe stukje stad is dertig meter ondraaglijk.

Ook gaven de bewoners vanuit hun veilige en hooggelegen onderkomens aan dat ze zich ‘overvallen’ voelen door de vele bezoekers van het Oosterdokseiland (dat zij kennelijk nu al als hún eiland beschouwen). Er komen inderdaad veel mensen, vaak ontwikkelde jongelui die aangetrokken worden door de bieb, het conservatorium en de horeca. Dat was precies de bedoeling: het lange tijd zo mistroostige Oosterdok moest ‘intensief’ en ‘levendig’ worden.

Dat is ruimschoots gelukt, maar nu klaagt de Nieuwe Amsterdammer over al die vreemdelingen voor zijn deur. En over Sea Palace, dat absoluut een stukje verderop moet komen te liggen om het Oosterdok ‘leefbaar’ te houden. Maar deze week besloot het stadsbestuur tot handhaving van zijn besluit. Gelijk heeft het. En nu maar hopen dat de bewoners (en ondernemers) dichter tot elkaar zijn gekomen door hun lobby. Saamhorigheid is een duur goed tegenwoordig. Dan is dat benauwde, om niet te zeggen dorpse Niet Voor Mijn Steiger toch nog ergens goed voor geweest.