Succescoach Stegeman is ‘Johnny-tijdperk’ voorbij

Het succesverhaal van de jongste trainer in de eredivisie kent voorlopig nog geen einde. „Ik zou kruipend naar Almelo zijn gegaan, als het moest.”

Foto Pics United

Assistenten hebben bijnamen, maar de trainer is De Trainer. „John was Johnny, zoals we René Kolmschot ‘Kollem’ noemen”, zegt Heracles-middenvelder Thomas Bruns. „Maar dat was afgelopen toen Stegeman de baas werd.” In de woorden van Heracles-voorzitter Jan Smit: „We hebben de groep meteen duidelijk gemaakt toen John hoofdcoach werd: de eerste die nog ‘Johnny’ zei, had een probleem. Het Johnny-tijdperk was voorbij.”

Niemand die nu nog Johnny zegt. In het sprookje Heracles is de lancering van de trainerscarrière van coach John Stegeman een vermakelijke verhaallijn. Heracles prijkt na elf speelronden als vierde op de ranglijst in de eredivisie. Direct achter Ajax, Feyenoord en PSV, die geleid worden door trainers met respectievelijk 112, 106 en 101 interlands. En Stegeman? Hij speelde ooit zeven eredivisieduels voor Vitesse, voorafgaand aan een carrière als spits voor clubs in de eerste divisie.

Het ontslag van Jan de Jonge vroeg in het vorige seizoen maakte de weg vrij voor het onbeschreven blad Stegeman (39), nu de jongste trainer in de eredivisie. Hij was ‘derde man’, tweede assistent, toen hij begin vorig seizoen het elftal van Heracles ad-interim onder zich kreeg. Toen John van den Brom (nu AZ) ‘nee’ zei, was de vraag: Stegeman of verder zoeken? „Natuurlijk ga je kijken bij trainingen, of de acceptatie er was van de spelersgroep. Dat zat wel goed”, zegt voorzitter Smit.

Eén presentatie en ze waren verkocht

Maar dat Stegeman hoofdcoach is gebleven, dankt hij aan een powerpointpresentatie die hij eind vorig jaar gaf aan het bestuur. „John is een uitstekende communicator. Hoe hij de ploeg wilde laten spelen, de intensiteit van trainingen, al met al een overtuigend verhaal.” Een kwartier later – Stegeman zat alweer in de auto naar huis – belde Smit. „Keer maar weer om, we hebben goed nieuws.”

Sindsdien is hij de onbetwiste hoofdtrainer, die Heracles naar lijfsbehoud leidde en nu in de subtop laat meedraaien. Stegeman is de eerste om te benadrukken dat hij staat op de schouders van grote Heraclieden: algemeen-directeur Nico-Jan Hoogma, clubman Hendrie Krüzen, voorzitter Smit. Sparringpartners zocht en vond hij gaandeweg: sportpsycholoog Paul van Zwam, vriend Edwin Overmars (broer van Marc) en Peter Bosz (oud-Heracles, nu Vitesse), om er maar een paar te noemen.

Voor de Oekraïens-Nederlandse oud-voetballer Jevgeni Levtsjenko is Stegeman „een van de weinige vrienden” die hij aan het voetbal over heeft gehouden. In zijn vorige maand verschenen biografie noemt hij Stegeman „de eerste persoon die ik tegenkwam die Nederlands tegen me aan zat te praten zonder dat ik er iets van verstond”, wat komische autoritten opleverde toen de twee jonge voetballers samen door Vitesse aan Helmond Sport werden verhuurd. De sociale kant van Stegeman maakt hem geknipt voor het trainersvak, zegt Levtsjenko. „Coaching is communiceren, naar spelers, maar ook naar het bestuur, naar supporters. Ik merk dat hij heel duidelijk zijn visie kan overbrengen. Hij was altijd al heel leergierig, besefte al vroeg dat hij er als speler niet meer uit kon halen.”

Huidig assistent-trainer Hendrie Krüzen, cultuurbewaker van de club en als international onderdeel van de gouden Oranje-selectie van 1988, was de man die oud-speler Stegeman in 2008 terug bij de club haalde. „Een sociale jongen met enorme interesse in het trainersvak. Ik wist dat hij bezig was met zijn cursussen, ik kende hem goed als speler hier. Gert Heerkes [destijds trainer] wilde iemand van Zwolle aantrekken, maar ik heb liever mannen met een Heracles-verleden bij de club. John investeert in zichzelf. Hij is bereid te leren, en ik kon hem veel leren.”

Een goede leider duldt sterke mensen

De weg naar het trainerschap was voor Stegeman allerminst geplaveid. Hij had al een baan bij Hilmar Industries, shirtsponsor van hoofdklasser WHC, waar de geboren Epenaar toen speelde, toen Krüzen hem naar Almelo haalde. Die meent zich te herinneren dat Stegeman nog even twijfelde, aangezien hij er in inkomen op achteruit zou gaan als assistent-trainer. Stegeman maakt met die lezing korte metten. Twijfel? „Ik zou kruipend nog naar Almelo zijn gegaan, als het moest.”

Krüzens invloed als assistent wordt in Almelo geduid als bepalend in het huidige succes van Heracles. Hij houdt alle spelers eronder met darts, biljart, tafeltennis, latje trappen – om het even wat. En Stegeman zuigt ondertussen de kennis op van Krüzen, zijn mentor en assistent ineen en de enige Almeloër die onder Rinus Michels het EK meemaakte. Wie is dan de echte leider? Voorzitter Smit: „Een goede leider duldt sterke mensen om zich heen. Zo werkt dat hier.”

Na overwinning acht van dit seizoen, afgelopen vrijdag tegen Willem II (2-1), worden de spelers bij de kleedkamer opgewacht door Stegeman en Krüzen. Ferme handdruk, een indringende blik in de ogen en voor wie dat wil een bear hug. Vlak voor de coaches de kleedkamer ingaan, fluistert Stegeman Krüzen in het oor dat hij de jongens het weekend vrij geeft.

Het leven is goed in Almelo, zong het publiek al. Aanstaande zaterdagavond, PEC Zwolle uit. Wie eindigt de opmars van John Stegeman?