Stapel

Toen werd aangekondigd dat de populaire politieserie Flikken Maastricht een Rotterdamse spinoff zou krijgen, waren de reacties niet onverdeeld positief.

De cast, met onder anderen Huub Stapel in de hoofdrol, zou bijvoorbeeld niet Rotterdams genoeg zijn. Het Algemeen Dagblad (AD) wist zelfs te melden dat in het centrum van Rotterdam „een ongekeurde en onverzekerde kampeerbus op de openbare weg reed” omdat de productie vergeten was de kentekenplaten er weer op te schroeven na het filmen. „Flikken Rotterdam is flink de fout in gegaan”, wist het AD zelfs te melden. Juist. Schande inderdaad. Hopelijk komen er Kamervragen.

Ik besloot zelf te gaan checken hoe ‘Rotterdams’ de nieuwe serie was en meldde me aan na een casting call. Ik werd gecast als advocaat van de verdachte en mocht een halve dag meespelen in een scene met Huub Stapel. Op naar het juridische hart van Rotterdam op het Wilhelminaplein, waar de opnames waren.

Onze scene duurde hooguit een minuut en draaide om een vrouwelijke verdachte die te horen krijgt dat ze in voorarrest moet zitten. Er waren een paar uren nodig om de goede take te krijgen. Steeds probeerde ik het maximale eruit te halen. Ik had geen tekst, dus ik ging met mijn pen spelen en deed mijn best om emotie uit te drukken.

Tussen de opnames door was Huub Stapel een waar genot om mee te maken. Ik realiseerde me dat dát een goede reality show zou zijn: een camera die de hele dag Stapel volgt tijdens opnames. Van een vlekkeloze Marlon Brando imitatie, in het Nederlands notabene, tot de grappigste verhalen uit zijn carrière – zo kreeg hij in Amerika steunzolen omdat de actrice die hij moest zoenen veel langer was dan hij – schudde hij moeiteloos uit zijn mouw. Het was puur entertainment om Stapel mee te maken op een draaidag.

Maar ik was daar natuurlijk ook om als columnist voor u, de Rotterdamse lezer, het Rotterdamse karakter van de serie door te lichten. Want daar draait alles uiteindelijk om in onze wereldstad, Rotterdam. Ik legde Huub Stapel dus op de pijnbank. Ik vroeg heel dringend: „En? Wat vind je er van dat je voortaan in onze havenstad moet werken?”

Hij gaf zijn antwoord koeltjes en met een overdreven Limburgs accent: “Ach jong, mensen vergeten dat ik zelf kwart Rotterdammer ben.”

Oei. Daar stond ik dan met mijn mond vol Rotterdamse tanden.