Schaf die Zondagswet toch af

Tamelijk onopgemerkt heeft minister Ronald Plasterk (Binnenlandse Zaken, PvdA) vorige week laten weten dat de Zondagswet gehandhaafd blijft. Onopgemerkt, maar daarom niet minder opmerkelijk. Op de eerste plaats omdat de minister een wens afwijst die een ruime meerderheid van de Tweede Kamer per motie van D66 en VVD eind 2012 uitte: schaf de Zondagswet af. Behalve deze twee partijen stemden PvdA, PVV, GroenLinks, Partij voor de Dieren en 50Plus voor; een royale meerderheid, toentertijd goed voor 114 van de 150 zetels. De confessionele partijen en SP waren tegen.

Argumenten voor intrekking van deze Zondagswet, die uit 1953 dateert, waren volgens de motie dat degenen die geen behoefte hebben aan zondagsrust in hun vrijetijdsbesteding werden beperkt. Zo zijn volgens de wet „openbare vermakelijkheden” tot één uur ’s middags verboden – waarbij „sport en ontspanning” niet tot deze vermakelijkheden worden gerekend. Op basis van dezelfde wet is het de hele zondag verboden optochten of bijeenkomsten op openbare plaatsen te houden. Wie „zonder genoegzame reden” op zondag werkt en zo de rust verstoort, pleegt volgens de Zondagswet, die ook op christelijke feestdagen geldt, een strafbaar feit.

Tot zover de theorie. Want in de praktijk kunnen burgemeesters en de gemeenteraden ontheffingen verlenen en ze doen dit in de meeste gemeenten met een dusdanige vanzelfsprekendheid, om niet te zeggen enthousiasme, dat de Zondagswet is verworden tot een dode letter. Bovendien zijn er zoveel andere wettelijke regelingen, tot aan het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens toe, die gemeenten mogelijkheden bieden om regels te stellen. Ook om zo het doel van de Zondagswet te bereiken: dat wie ter kerke wil gaan in alle rust een dienst moet kunnen bijwonen.

Waar politieke partijen beurtelings of in koor roepen dat deregulering zo dringend gewenst is, zou afschaffing van de potsierlijke Zondagswet dus zeer voor de hand liggen. Maar na drie jaar bedenktijd en onderzoek komt minister Plasterk tot de conclusie dat intrekking van deze wet „geen prioriteit moet worden toegekend”. Hoewel hij toegeeft dat de – verdeelde – burgemeesters in meerderheid de wet niet hanteren. Ander argument is de vrees dat gemeenten bij afschaffing juist strengere regels gaan stellen. Welnu, laat dat maar aan de democratisch gekozen gemeenteraden over.

CDA, ChristenUnie en SGP waren destijds verdrietig over de motie; ze voelden zich als christenen een veronachtzaamde minderheid. Het kabinet heeft de stemmen van deze partijen in de Eerste Kamer nu vaak hard nodig. Het doet vermoeden dat handhaving van de Zondagswet slechts wisselgeld is dat politiek opportunisme dient.