Rond de watertoren is het stil

Mijn vriendin Eva is op bezoek uit Nijmegen. Op Rotterdam Centraal stappen we in de eerste tram die vertrekt. Onderweg leg ik de regels uit: ogen en oren openhouden en erop vertrouwen dat er ergens onderweg een wonder gebeurt. Tot nu toe is dat altijd zo geweest.

Tram 21 stopt in de Esch. Daar is niets. Een huisje voor conducteurs, een dijk, een autoweg en weer eens: blokken grijze flats. Het einde van de wereld. Letterlijk: wat er overblijft na de apocalyps. Eva fronst: „Dit wordt moeilijk.”

Voor het huisje staat een conducteur een sigaret te roken. Hij heet Burak, is 26. „Wat is het leukst hier?” vragen we. „Tja...” lacht hij. Eigenlijk moeten we de tram weer in en terug naar het centrum, dáár is het leuk. Wij leggen uit dat de opdracht juist is om hiér iets leuks te vinden. Na lang denken zegt hij: „Verderop is een oude watertoren.”

De watertoren is uit 1871. Met krullen en ornamenten, als een torentje van het Kremlin, uitkijkend over de Maas. Binnen zit een restaurant, volgepropt met een internationaal gezelschap luidruchtige vijftigers.

Twee mannen uit dat gezelschap roken buiten een sigaret, een Nederlander en een Oostenrijker. Ze hebben een reünie, vertellen ze. Ooit studeerden ze samen aan de Erasmus Universiteit. „A very special time.” Niemand doet waarvoor ze toen studeerden: in het gezelschap zitten een toneelspeler, een kunstenaar en een man die ooit een uitstapje deed in de porno-industrie. Ze hebben elkaar 25 jaar niet gezien. Voelen ze zich ook 25 jaar jonger vandaag? „No, older”, lacht de Oostenrijker.

De Nederlander weet nog hoe het gebied rondom de watertoren er 25 jaar geleden bijlag: totaal verlaten. „Nobody gave a shit.” Sindsdien is alles aangepakt en opgeknapt.

Even later sjokt het hele gezelschap naar een volgende locatie. De Nederlander, joelend zwaaiend met zijn jas boven zijn hoofd, loopt vooraan. Achteraan lopen twee koppels. Hand in hand, vrolijk en flirterig, als bakvissen.

Eva’s oma moest lachen toen Eva vertelde over ons avontuur: van alle plekken waar we hadden kunnen eindigen in Rotterdam, eindigden we bij de oude watertoren: de plek waar Eva’s overleden tante heeft gewoond.