Rembrandt met een schaar

4.000 gulden ontving Joanna Koerten voor een papierkunstwerk, terwijl Rembrandt maar 1.600 gulden kreeg voor zijn Nachtwacht.

Mannen bij een antieke ruïne (ca. 1700) van Joannes van Achelom, ter grootte van een ansichtkaart. Beeld particuliere collectie

In de Gouden Eeuw is knipkunst een erg populaire bezigheid, vooral onder mannen. Maar het was een vrouw die bekend stond als ‘de Rembrandt van de papierknipkunst’. Joanna Koerten (1650-1715) verkocht als succesvolle ‘schaarminerve’ ooit een papierknipkunstwerk voor 4.000 gulden. Een uitzonderlijk bedrag; Rembrandt kreeg 1.600 gulden voor De Nachtwacht.

Dit jaar is het driehonderd jaar geleden dat Joanna Koerten overleed. Het is voor museum Willet-Holthuysen de aanleiding voor de expositie Knipkunst over drie eeuwen kunst vervaardigd met schaar of mes.

Het Amsterdamse museum laat zo’n zestig knipsels zien, waaronder vier van Joanna Koerten zelf. Haar bekendste bewonderaar, tsaar Peter de Grote, bestelde begin achttiende eeuw zijn portret in ‘platwerk’, waarbij contouren in papier gesneden of ingeknipt worden. In eerste instantie lijkt Koertens beeltenis van Peter de Grote een gravure. Van dichtbij vallen de haarfijne insnedes van lijnen en schaduwarceringen op; ze geven expressie aan Peters golvende krullen en zelfs de haartjes van zijn nertsmantel zijn minutieus weergegeven.

Dat zulke ingewikkelde knipkunst ontstaat uit een simpel stukje papier, bewijst een knipwerk uit 1720 (maker onbekend) met een varkentje naast een boom op een verder nog maagdelijk vel papier.

Een loep is onmisbaar bij het topstuk op de expositie geknipt door Joannes van Achelom. Hij werd eind 1700 in Nederland ontdekt door de Toscaanse groothertog Cosimo III en ingelijfd in zijn hof. Van Achelom produceerde daar jaarlijks een stuk of vier knipsels, waaronder Mannen bij een antieke ruïne, ter grootte van een ansichtkaart. De jagers met musketten, boomblaadjes, de stenen van de ruïne, de uil en de aap in een boom – de weergave is ragfijn. Onbegrijpelijk hoe dit is gemaakt.

Logisch dat alle rangen en standen zich vergaapten aan sierlijke knipkunstwerkjes en ze zelf maakten. De kunstvorm bleef populair tot eind negentiende eeuw, maar kwijnde weg na de uitvinding van de fotografie.

Knipkunst toont in vijf vitrines de veelzijdigheid van het ambacht met thema’s zoals bijbelse verhalen en vanitassymbolen. Ook politieke onderwerpen gingen de knippers niet uit de weg. Een werkje met een keeshondje uit eind achttiende eeuw verwijst naar de strijd van de patriotten tegen het koningshuis.

De meest recente knipkunstwerken zijn twee uit zwart papier geknipte silhouetten uit 2013. Het zijn portretten van papierknipkunstverzamelaars Joke en Jan Peter Verhave die een deel van hun collectie uitleenden aan Willet-Holthuysen. Op een video zie je het echtpaar thuis omringd door knipselwerken. Ze beklagen zich over het feit dat kunsthistorici papierknipkunst beschouwen als volkskunst en er geen aandacht aan geven. Dat moet veranderen, zegt Jan Peter Verhave. Deze kleine, maar heerlijke expositie is hopelijk een begin.