Column

Parate kennis is nodig

Het was in 1995, in het jaar dat Ajax de Champions League won (mijn hoofd zit vol met dit soort irrelevante feitjes), dat ik voor het eerst kennismaakte met internet. Dat was aan de University of London, waar ik werkte aan mijn promotieonderzoek. De Leidse Universiteit maakte internet een jaar later beschikbaar voor haar medewerkers. Rond die tijd kocht ik ook mijn eerste modem voor thuis.

De wereld is de laatste tijd wel vaker definitief en onomkeerbaar veranderd. Het jaar 1989 was zo’n breekpunt in de wereldgeschiedenis dat een nieuw hoofdstuk inluidde in onze toekomstige geschiedenisboeken. Toen viel de Muur, werd de eindoverwinning gevierd van het kapitalisme op het communisme en brak het Duizendjarig Rijk aan van wereldwijde massaconsumptie, dat duurde tot 2008, toen de crisis het failliet van het kapitalisme bewees. Dat soort dingen weet ik gewoon uit mijn hoofd. Een ander keerpunt in de geschiedenis was 2001, toen de torens vielen en de Derde Wereldoorlog uitbrak van het Westen tegen de moslims, die tot op de dag van vandaag voortduurt. Ook dat schud ik zo uit mijn mouw, want ik heb de tijd nog meegemaakt vóór het allesbepalende jaar 1995 dat het werkelijke kantelpunt in de geschiedenis zal blijken en niet alleen vanwege Ajax maar ook vanwege internet.

Want internet is handig. Je kunt ermee mailen en er staan een heleboel feiten op, evenals een nog grotere hoeveelheid complottheorieën, advertenties en porno. Volgens mij wordt het nog groot, dat hele internet. Gratis porno is een winnend concept.

En omdat er afgezien van porno, onzin, amateuristisch bijeengeharkte weetjes en bewust misleidende informatie ook feiten te vinden zijn op internet, hoeven kinderen op school geen feiten meer te leren. Dat is de visie van het Platform Onderwijs 2032 dat deze week zijn advies presenteerde aan de staatssecretaris. ‘De betekenis van kennis is veranderd, feiten zijn minder belangrijk geworden’, lichtte commissie-voorzitter Paul Schnabel toe in een interview in Trouw. ‘Tegenwoordig pak je je mobieltje erbij. Vroeger zat je kennis in je hersenen en je boeken, nu is dat de computer.’

Dat boeken en de computer gelijkwaardige informatiebronnen zijn, is dubieus. Aan boeken kun je zien door wie ze zijn gemaakt, op welke andere boeken zij zich baseren, of ze zijn uitgeven door een uitgeverij die een reputatie hoog te houden heeft, of ze met zorg zijn gecorrigeerd en tal van andere zaken die je een vermoeden kunnen geven over de betrouwbaarheid van de informatie. Op internet is precies dat allemaal nog maar de vraag. Je hebt de kennis van boeken nodig om de betrouwbaarheid van de informatie op internet te kunnen controleren. Maar met dat voorbehoud wil ik er nog wel aan, oké, ik wil niet moeilijk doen, eerst hadden we boeken, nu computers. Maar dat die kennis in computers zit, betekent niet dat zij ook in je hersenen zit. Voor Paul Schnabel is dat geen probleem. Maar het is wel een probleem. Het is het grootste probleem. Dat is de crux.

Je kunt alleen iets opzoeken als je weet wat je zoekt. Je kunt niet vinden wat je nooit geweten hebt. Feiten die je vergeten bent, kun je googlen. Feiten waarvan je het bestaan nooit hebt vermoed, zijn onvindbaar, al was het maar vanwege de banale omstandigheid dat het niet in je opkomt om ernaar op zoek te gaan. Iemand zonder kennis die internet gebruikt, is als een chimpansee met een onbetrouwbare encyclopedie. Juist nu we internet hebben, is parate kennis noodzakelijker dan ooit.