Overgebleven coffeeshops barsten uit hun voegen

Voorlopig even geen sluitingen van coffeeshops meer. „Het is een oplossing voor een niet bestaand probleem.”

Coffeeshops in het centrum, zoals Popeye hierboven, hebben het dubbel zo druk als voor het afstandscriterium. Foto Imara Angulo Vidal

Lange rijen, geen plaats binnen om rustig een jointje te roken en gedoe op straat. Medewerkers van Coffeeshop Stone’s Corner, een van de laatste op de Warmoesstraat, herkennen de klachten van overbelaste coffeeshops in het centrum sinds de ene na andere coffeeshop moet sluiten. Woensdag waren ze zelf voor het laatst open. Echt gezellig vinden ze het trouwens niet meer in de straat. Het lijkt soms wel tien jaar terug in de tijd: ’s avonds lopen de straatdealers gewoon voorbij.

Maar er is eindelijk goed nieuws: burgemeester Van der Laan besloot na aandringen van een deel van de raad de geplande sluiting van 15 coffeeshops op 1 januari voorlopig uit te stellen. Hij wil de uitspraak van de Hoge Raad over de afschaffing van de landelijke wietpas komend voorjaar afwachten. Als dat gebeurt, dan zou Amsterdam volgens sommige raadsleden geen verdere coffeeshops meer hoeven te sluiten.

Want bestaande coffeeshops barsten uit hun voegen. Onderzoek van onderzoeksbureau Intraval maakte het vermoeden officieel: sinds de sluiting van meerdere coffeeshops hebben de overgebleven shops in het centrum het twee keer zo druk als voorheen. Dat onderzoek is uitgevoerd in opdracht van de gemeente. Zij wilden weten of het zogenoemde afstandscriterium tot nu toe heeft gewerkt. Het afstandscriterium is een lokale maatregel uit 2014 om jongeren te beschermen tegen softdrugs: coffeeshops binnen een straal van 250 meter van een school mogen niet open zijn tijdens schooluren en 27 coffeeshops zouden moeten sluiten. De 250 meter-regel werd ingesteld als lokale vervanging van de landelijke wietpas, een wet die betekende dat inwoners bij hun gemeente een pas moesten aanvragen om softdrugs te kopen. Deze maatregel werd onmogelijk geacht voor Amsterdam, dus werd onder andere het afstandscriterium verzonnen. Daardoor gingen inmiddels elf coffeeshops dicht. Daarnaast moesten nog eens 26 andere coffeeshops in het Wallengebied hun deuren sluiten vanwege project 1012.

Hoewel uit het onderzoek blijkt dat de overgebleven coffeeshops het daarom nu dubbel zo druk hebben, is er geen sprake van méér overlast. Aan de andere kant: het wietgebruik onder scholieren is ook niet verminderd. Mede daarom wilden GroenLinks en D66 dat de 15 coffeeshops die op 1 januari zouden sluiten, waaronder Utopia op de Nieuwezijds Voorburgwal, open mochten blijven. Voorlopig mag dat dus van de burgemeester.

Een zeer verstandig besluit, zegt Maurice Veldman, advocaat gespecialiseerd in gedoogde verkoop van softdrugs in coffeeshops. „Het afstandscriterium is namelijk een oplossing voor een niet bestaand probleem. Het is een gedrocht van een maatregel.” Volgens Veldman heeft het sluiten van coffeeshops alleen een averechts effect: straatdealers staan te klappen in hun handen, net als de georganiseerde criminaliteit; de coffeeshop verliest zijn functie als informatiepunt; kan niet meer dienen als horecagelegenheid; en het jaagt toeristen weg. En die schoolgaande jongeren worden er ook niet mee geholpen: die kwamen met het deurbeleid toch al niet binnen. „Voorlichting werkt beter dan een coffeeshop op 248 meter van een school sluiten. Schooldirecteuren zeggen ook dat het flauwekul is.”

Maar er is ook een andere kant, geeft de burgemeester aan in zijn brief aan de gemeenteraad. Want in totaal telt Amsterdam nog steeds 174 coffeeshops. Ter vergelijking: Utrecht, Rotterdam en Den Haag hebben er samen 85. Bovendien schrijft hij dat de maatregel een verplichting vanuit Den Haag is. Daar denkt advocaat Veldman anders over: „De burgemeester heeft een autonome bevoegdheid.” Veldman weet wat hij wil: samen met GroenLinks en D66 – partijen die tegen het afstandscriterium zijn – zorgen dat de stekker uit deze maatregel gaat voor 1 juli 2016 en niemand meer hoeft te sluiten.

Coffeeshop Kadinsky op de Nes vindt de drukte nog wel te overzien, trouwens. Maar ja, de een zijn dood, is natuurlijk ook de ander zijn brood.