Licht in een donkere tunnel

Lichtkunstwerken geven een veilig gevoel. Sprookjes ontstaan op spookachtige plekken.

De Duthmalatunnel in Eindhoven, met het interactieve lichtkunstwerk Transit Mantra van Studio Knol.

Tweehonderdvijfendertig meter kunst, aan weerszijden. Automobilisten die bij Emmen de Hondsrugtunnel nemen, krijgen daar sinds dit jaar een bijzondere ervaring mee. Kunstenaar Titia Ex ontwierp het kunstwerk Dolmen Light: veelkleurige rode en paarse lichtribben die van kleur veranderen als de auto’s passeren. De runenachtige vormen en de titel doen de automobilist herinneren aan vroeger, zodat de autorit verandert in een tijdreis. Hiermee werd Ex afgelopen jaar de tweede Nederlandse prijswinnaar van de internationale Lamp Award. Rudolf Teunissen won deze in 2011 voor zijn Broken Light in Rotterdam Zuid: de naargeestige Atjehstraat wordt ’s avonds een sprookje met lichtpatronen op de gevels en op de stoepen, alsof de zon door gebladerte heen schijnt.

Lichtkunst die straten en tunnels verbetert: alleen al in Nederland is het sinds kort een lange lijst. Daan Roosegaarde maakte Crystal, een verzameling oplichtende stenen waarmee passanten kunnen mozaïeken. Dat lag vorig jaar in een onverlichte doorgang bij lichtfestival Glow Next in Eindhoven. In diezelfde stad is de ’s avonds onaangename Duthmalatunnel sinds twee jaar bedekt met het interactieve lichtkunstwerk Transit Mantra van Studio Knol: patronen die oplichten zodra iemand de tunnel in fietst. Een zacht organisch geluid, bijna krekelachtig, vult het beeld aan. „Het geeft sensitiviteit aan de plek”, zegt lichtadviseur Geoffrey van Gerven van Armada Janse, het bedrijf dat de techniek maakte voor Transit Mantra. „Zelfs als je in je eentje fietst, blijft het na de laatste passant nog een tijdje nagloeien. Dus echt alleen ben je nooit, in deze tunnel.”

Verbetering van het gebied

Lichtkunst als gebiedsverbetering is wereldwijd een groeiend fenomeen. Bradford in Engeland is een in verval geraakte gemeente die met licht het gevoel van veiligheid in de openbare ruimte bevordert. De Canadese stad Quebec liet in een donker park een lichtroute van twee kilometer aanleggen met licht, video en geluid. Rijen dik stonden de bezoekers te wachten voor een park waar ze anders niet hadden willen of durven komen. Met lichtkunst is kortom veel te winnen. Het kan voor meer veiligheidsbeleving zorgen. Het kan het verkeer regelen. Het kan in winkelgebieden de kooplust bevorderen, denken onderzoekers (de gemeente Veghel is ermee bezig). Ellen de Vries van Het Lux Lab ontwierp voor de NS-stations een prettig licht dat voor je gevoel de wachttijden verkort en is bezig met een slim lichtplan voor de binnenstad van Leeuwarden.

Iets wat al deze projecten bindt, is de energiezuinige ledtechnologie. Dankzij chips biedt dit een scala aan computergestuurde mogelijkheden. Rik van Stiphout, programma-adviseur licht en cultuur van de gemeente Eindhoven, voorspelt grote veranderingen. „De openbare verlichting zal een plug-in worden in een slim systeem, een smart grid. Daaruit zullen nieuw te ontwikkelen diensten ontspruiten, om de kwaliteit van leven te verbeteren.”

Op het internationale Smart Lighting Event somde dagvoorzitter en ex-minister Jacqueline Cramer afgelopen zomer de vele toepassingen van dit slimme, computergestuurde licht op: „Smart lighting kan monitoren bij aardbevingen, bij het ophalen van vuilnis, het regelen van verkeer”, vertelde ze. En al passen leds in een ‘gewoon’ computerloos lichtsysteem, ‘retrofittings’ genaamd, de term geeft aan dat dit gedateerd is. De toekomst is aan smart.

Jaar van het licht

De VN hebben 2015 uitgeroepen tot ‘Unesco Year of Light and of Light Technologies’ – een viering van licht die vooral over de technische mogelijkheden gaat. 85 landen doen mee. Want er is een wereld te winnen. „Er zijn nu meer mensen zonder toegang tot een elektriciteitsnet dan voor de negentiende eeuw, vóór de uitvinding van de gloeilamp”, zegt de Amerikaanse lichtexpert Norman Bardsley. Op de conferentie in Eindhoven berekende hij dat de behoefte aan kunstmatig licht in dertig jaar zal vertienvoudigen. Dan is de toekomst aan smart cities, stelde hij, met licht waardoor kinderen ’s avonds buiten kunnen spelen en ouderen met verminderd zicht nog de auto durven pakken. Chinese bedrijven denken over vijf jaar een lichtmarkt te hebben van 150 miljard dollar, zegt hij met gemengde gevoelens: „Leds zijn goedkoper, maar de industrie zal ons ervan overtuigen er functionaliteiten bij te willen kopen waardoor het toch duurder wordt. Kijk naar de smartphone. Die is zo’n succes omdat het van alles kan waarvan we niet wisten dat we het wilden.”

Mits niet té hel of té blauw, wordt licht geassocieerd met veiligheid. Dat was ooit anders. In vroeger eeuwen was openbare verlichting in handen van de machthebbers, die het burgers verboden of hen juist verplichtten hun gevels te verlichten met toen nog olielampen. In veel steden was het na zonsondergang verboden de straat op te gaan. Het boek Brilliant van Jane Brox beschrijft hoe in onder andere Parijs burgers hun sleutels ’s avonds moesten afgeven en kettingen rond huizenblokken werden gelegd. Dat veranderde in de tijd van de gemeenschappelijke straatlantaarns – eerst gaslampen, later elektrisch – die nog weleens door burgers kapotgeslagen werden: licht stond synoniem met de machtsdragers.

Intussen is licht van iedereen en alom aanwezig – althans in de westerse wereld. Iedereen wil licht. En de belangen groeien: toegang tot een smart lichtnet betekent toegang tot data over hoe mensen zich op straat gedragen. „Alles is data”, zegt Van Stiphout. „In 2030 weten slimme systemen in de openbare ruimte alles over ons en over onze gedragingen. Woorden als privacy hebben hun bestaande betekenis verloren. De openbare ruimte heeft een digitale kolonisatie ondergaan en zal mogelijk uitgroeien tot een verleidelijk ‘all inclusive’ gebied waaraan niemand zich nog kan onttrekken.”

Onafwendbare toekomst

Lichtkunst en lichtfestivals spelen een verkennende rol bij het greep krijgen op die onafwendbare toekomst. We hebben kunstenaars nodig om de mogelijkheden van smart lighting vorm te geven. „Licht is heel sterk gekoppeld aan beleving. Daarmee moet je iets maken, wil je de technologie kunnen verkopen”, zegt Rombout Frieling, lichtontwerper en artistiek leider van Glow Next, het festival voor innovatieve lichtkunst en -design in Eindhoven.

Nu de dagen korter worden, begint het seizoen van de lichtfestivals. Publieksgigant Glow en experimenteel broertje Glow Next openen dit weekend. Glow Next toont onder meer vernieuwende lichtontwerpen op basis van technologie om verkeer te tracken. Ook staat er een glaspaviljoen met glas dat te dimmen is. Dat biedt architecten nieuwe mogelijkheden. Smart kan nog veel smarter, weet Frieling, die bezig is om met zwevend licht en drones de nooit voltooide Romboutstoren in Mechelen ‘af te bouwen’.

Opvallend vaak is de kunst spiritueel en poëtisch. Het schelle ledlicht wordt verzacht in vloeiende lichtgolven en plantaardige vormen, met romantische titels als Dolmen Light, Transit Mantra, Flower of the Universe. Kunst, stelt Van Stiphout, helpt de komst van een technologie inmasseren waarvan we de gevolgen nog niet weten.

Wordt kunst dan gebruikt voor een andere agenda? Videokunstenaars werkzaam in de openbare ruimte kennen dat dilemma. Vooral in Amerika worden ze gevraagd op locaties waar videokunst de komst van reclameboodschappen moet versoepelen: het scherm hangt al. Is lichtkunst, als dat wordt gebruikt voor andere doelen, een pact met de duivel? „Dat zou kunnen ja”, antwoordt Frieling. „Het zou jammer zijn als gemeentes denken dat ze dit soort technologie nodig hebben omdat de industrie het ze aanpraat. De uitdaging ligt in het vinden en ontwerpen van mooie en betekenisvolle toepassingen, niet in de duizenden mogelijkheden waarvan we wel weten dat die er zijn.”

De mogelijkheden zijn oneindig, beaamt ook Van Gerven: „Aan lantaarnlampen kunnen we apps koppelen zodat een paal gaat knipperen als je je fiets zoekt. Sommigen willen er wifi in, zonnepanelen, beveiliging, feestkleuren als er carnaval is. Vraag je dit aan duizend mensen dan krijg je een lantaarnpaal met een veelvoud aan technologieën. Maar moeten we dit willen?” Hij pleit ervoor om systemen onderling te verbinden tot een geheel om op door te bouwen in de toekomst.

Eén bezoekster in Eindhoven zou graag bij alle bejaarden een smart system in huis willen, zodat we zien als iemand valt of niet kan opstaan. Buitenshuis zijn al verschillende smart systemen operationeel. Zo is Philips betrokken bij het ‘smart’ monitoren van Stratums Eind. In deze Eindhovense caféstraat is weleens rottigheid rond sluitingstijd. „We zijn bezig met een experiment met licht, geluid, beeld, temperatuur en geur op straat”, aldus burgemeester Rob van Gijzel. „Als je wegrent, rent het licht met je mee.” Gecombineerd met slimme beveiligingscamera’s is de straat vanuit een controlekamer te overzien en te regisseren. Maar een bezoekende lichtprofessional uit Rome kwam duizelig de controlekamer uit, zag Van Gerven: „Dit zou in Italië nooit kunnen, zei ze. Daar vertrouwen we de overheid niet zoals jullie dat doen.”