Het is allemaal een beetje leuk doen

, dat zijn drie jongens uit Rotterdam die dromen over Lowlands. Het doel is nu: ‘Dat iemand in Schubbekutteveen ons op de radio hoort en dan naar onze optredens komt.’ Dat zou best snel kunnen gebeuren, nu hun single landelijk gedraaid wordt.

Rapper Jordy Dijkshoorn (links) en producers Giorgi Kuiper (boven) en John van Beek.

Ze traden op in Roelofarendsveen, het dorp waar bandlid Giorgi vandaan komt, en hadden verwacht dat het daarom wel los zou gaan. De zaal was inderdaad vol toen ze begonnen, en later zou er ook gedanst worden. Alleen het eerste nummer was het publiek nog een beetje afwachtend. En toen sprong Jordy vol overgave het publiek in. Op twee meisjes.

Dat, en toen hij een skateboard in het publiek smeet tijdens een optreden in Rotterdam. Dat waren de keren dat Jordy, frontman van De Likt, erachter kwam dat hij niet alles kon maken op het podium.

Maar als hij niet op het podium staat is Jordy Dijkshoorn rustig, schuchter haast. Met producers Giorgi Kuiper en John van Beek vormt hij de Rotterdamse band De Likt. Ze maken futuristische funk. Harde dansbare beats. Teksten over vrouwen, naar de hoeren gaan, ketamine, uitgaan tot de volgende ochtend, Rotterdam.

Zo godverdomme lekkertjes / ik denk aan jouw ik smeer me crackertje / een leugen of is het waar / ik heb er genoeg van als ons repertoire / ik maak me klaar voor je visite / zo ongemakkelijk die dikke tieten (uit: ‘Verzonnen’)

Er zijn weinig Rotterdammers die De Likt nog niet kennen. In elke Rotterdamse kroeg en club hebben ze inmiddels wel gespeeld. En nu kennen ook daarbuiten steeds meer mensen hun naam. Het begon dit voorjaar met het debuutalbum De Likt, vorige maand kwam hun eerste clip uit, die inmiddels 150.000 keer is bekeken. Deze week werden ze uitgenodigd bij De Wereld Draait Door en de ochtend-show van Giel Beelen op 3FM.

De Likt is de nieuwe Jeugd van Tegenwoordig, zegt 3FM-dj Giel Beelen aan de telefoon. „De echte Jeugd gaat al te lang mee om nog De Jeugd te zijn. Dit is de jeugd van nu, met de sounds van nu: dansbare electronics, bijna nu-disco.”

Tuinslang

Ze wilden voor het interview graag afspreken in de hotelbar van het Nhow Hotel, op de zevende verdieping van Koolhaas’ De Rotterdam aan de Maas. Jordy woont om de hoek, in de Entrepothaven op een bootje van zeven meter lang. Hij wast zich buiten met een tuinslang. Hij hoorde Wubbo Ockels ooit zeggen dat het gezond was. „Voor hem heeft het niet geholpen, maar ja.”

Hoe hij begon is niet interessant, zegt hij. Het mag niet zo’n verhaal worden over hoe hij 14 jaar oud was en in Vlaardingen op zijn kamer zat te dichten. En Giorgi en John begonnen gewoon thuis, achter de laptop, zoals iedereen begint, zeggen ze. Ze ontmoetten elkaar op school, de Popacademie in Rotterdam.

Twee jaar geleden werd het opeens snel serieus. Jordy was met een gedicht dat hij had ingestuurd genomineerd voor de Grote Prijs van Nederland. Hij stond in de kwartfinale met alleen dat gedicht, zonder muziek. In de weken voor de finale kwamen Giorgi en John erbij, zij maakten de beats. Ze kwamen tot de finale, maar verloren van rapper Mongoose. Wel won Jordy de prijs voor beste muzikant. De 1.000 euro die hij kreeg, investeerden ze in de studio.

Frustratie

Toen De Likt net begon was Jordy onrustig. Hij was net van Vlaardingen naar Rotterdam verhuisd. Opeens kon hij vier avonden per week uit. „Ik was bijna niet meer op mijn bootje. Op een gegeven moment wilde ik ook niet meer thuis zijn omdat het zo’n bende was. Ging ik maar weer de deur uit.” Het is de periode waar veel van zijn teksten over gaan. Aangezet, dat wel.

Uit ‘Op dreef’:

Gooi al die sletten in de kamer bij Auschwitz / energie voor een, ik wil niet zitten / de meesten gaan naar huis maar dat zie ik niet zitten, nee / foute vrouw doe je mee / ik heb een zak snoep en een bed voor twee

Auschwitz? Daar moeten we niet te veel achter zoeken, zegt Jordy, meer dan frustratie over vrouwen is dat niet. „Het nummer is niet alleen dat ene zinnetje.” Zie het als met kanker schelden, zegt manager Immanuel Spoor. „Je wilt met een krachtterm je punt maken, scheldt, en bedenkt dan niet dat je iemand kunt kwetsen. Zo is het bij hem opgekomen en zo heeft hij het opgeschreven.” Er is nog nooit iemand over gevallen, zegt hij. „Nu je dit zegt denk ik; oh ja. Maar De Likt neemt geen blad voor de mond.”

Giorgi en John zijn rustiger dan Jordy, altijd al geweest. „Ik ben bijna het tegenovergestelde”, zegt Giorgi. Hij woont pas een maand in Rotterdam en is misschien een keertje uitgeweest. Inmiddels zijn ze goed op elkaar afgestemd. Jordy praat vooral in anekdotes en stopt soms middenin een zin met vertellen. Giorgi en John vullen hem dan aan. Ze houden het gesprek gaande.

Door De Likt werd Jordy serieuzer. Hij gaat niet zo vaak meer uit. „Gisteren waren we in de Markthal, heb ik zo’n kaas gehaald. Doe ik thuis waxinelichtjes aan. Kijk ik naar 24Kitchen met Rudolph van Veen. En dan ga ik zo heel ouderwets net als in Babe, dat filmpje, ken je dat filmpje van Babe, met dat varkentje? Daar heb je toch die boer. Die snijdt ook zo kaas aan, en die doet het dan zo op zijn brood. Dus doe ik dat ook. Zo op mijn brood. En ja, dan heb je het hartstikke gezellig.”

Aandacht

Deze zomer werd Jordy voor het eerst op straat herkend. Maar niet dankzij De Likt. Hij werd herkend als de jongen van ‘Praat Rotterdams Met Me’, een parodie op de hit ‘Praat Nederlands met me’ van Kenny B, maar vooral op de Amsterdamse versie, gezongen door een jongen zonder Amsterdams accent. Alleen al op YouTube is die Rotterdamse versie meer dan 2,5 miljoen keer bekeken.

„Toen ik wist dat het viral ging ben ik naar het Toffler Festival in Rotterdam gegaan. Niet om op te treden, maar om aandacht te trekken. Kijk mij eens. Het was de eerste keer dat ik werd herkend. Dan vind je dat leuk.” Daarna ging hij ook nog langs Metropolis Festival. Kwamen er mensen met kinderen naar hem toe of hij even op de foto wilde. Nee, oppleuren, zei hij dan. En dan maakte hij alsnog een foto. „Het is allemaal een beetje leuk doen.”

Daarna was hij er wel klaar mee. Jordy loopt nu anders door de stad. Om de massa’s heen. Bang dat mensen denken dat hij aandacht wil. Hij is voor anderen gaan denken. „Ik kijk altijd recht vooruit. Maar je ziet het. Je hoort mensen praten. Mensen denken altijd dat ze heel zacht praten maar ze praten best wel hard. En dan hoor je het gewoon. Dat is niet erg. Het is wel leuk.’’

De vergelijking met de Jeugd van Tegenwoordig horen ze vaker. Soms worden ze De Jeugd van Rotterdam genoemd, zegt John. Een beetje overdreven, vindt hij. Die vergelijking is misschien te kort door de bocht, vindt programmeur Marcel Haug. Hij boekte De Likt vorig jaar voor het Oerol Festival. Toen waren ze nog stukken onbekender. „Hun muziek is harder, punkiger dan De Jeugd. Jordy is geen woordkunstenaar, maar hij zet je steeds op het verkeerde been. Tijdens optredens doet hij een knullig dansje met Giorgi. Zo anti-macho. En tegelijkertijd staat hij daar met dikke tattoos.”

Haug, inmiddels ook bestuurslid van het Metropolis Festival, zag Jordy een paar jaar geleden voor het eerst. Ze hebben een paar keer afgesproken. Jordy is zo anders, zo eigen, hij moet goed terechtkomen, dacht Haug. Maar hij is boeker, geen manager. „Ze hebben nu iemand die goed voor ze zorgt.”

Sinds een paar weken is De Likt ook op de radio te horen. 3FM en 538 draaien ‘Ja dat bedoel ik’, de eerste single van het album. Airplay is belangrijk, maar ik weet niet of het ons hoofddoel is, zegt John. „Persoonlijk vind ik het wel leuk dat we op de radio worden gedraaid.” Je wilt toch dat Nederland je een beetje kent, zegt Giorgi. „Dat iemand in Schubbekutteveen in de auto zit, ons op de radio hoort, onze muziek gaat opzoeken en dan naar onze optredens komt.”

Dat is het doel. „Lekker” door heel Nederland kunnen spelen. In januari hopelijk op Noorderslag. Dan het land door voor de clubtour. En dan? „Dat we kunnen zeggen dat we op Lowlands willen staan is al een droom die uitkomt”, zegt Giorgi.

Maar daarvoor moeten ze nog wel aan hun geluid werken, zegt festivalboeker Haug, die ze ook zag optreden tijdens het Bevrijdingsfestival in Rotterdam. „De act is goed, maar de beats moeten ook live overeind blijven. Ook voor een groter publiek.”

Werk

Tot vorige maand had Jordy een bijbaantje in de Kunsthal in Rotterdam. Tegen zijn moeder had hij al gezegd dat hij een Vespa ging kopen van het geld dat hij daar verdiende. Tot hij zijn loon kreeg. 148 euro voor vier dagen werk. Toen hij dat zag heeft hij niets meer laten horen. Hij is niet meer naar zijn werk gegaan. „Ik liet ze een beetje stikken”, zegt hij. „Maar dat is niet leuk want mijn neef werkt daar. Hij heeft mij daar geïntroduceerd. Dat hele team was kwaad, ofzo.”

„Wil je nog iets kwijt over de Kunsthal, of niet?”, zegt manager Immanuel Spoor. Gelach. John: „Dat zes euro per uur niet kan voor iemand van 26?”

Nu klust Jordy alleen nog een dag per week bij als glazenwasser. Hij heeft niet veel geld nodig. Zijn leven is niet duur. Voor het bootje betaalt hij alleen liggeld. 800 euro voor het hele jaar. Om geld te besparen laat hij de verwarming nog even uit. Met een wollen trui en een thermodeken redt hij het de komende weken nog wel. „En dan, als ik lig”, zegt hij, terwijl hij zijn hoofd op tafel legt. „Dan zie je zo die briesjes uit mijn mond komen.” Af en toe wordt hij wakker, dan legt hij zijn neus in zijn handen, blaast hij zich weer warm, en slaapt hij weer verder.