J. Edgar

In de eerste scène van Clint Eastwoods portret van J. Edgar Hoover (gespeeld door Leonardo DiCaprio), die tussen 1924 en 1972 hoofd was van de FBI, dicteert hij zijn memoires. Hoe onbetrouwbaar deze zijn, blijkt helemaal aan het eind, als Clyde Tolson (Armie Hammer), zijn loyale rechterhand bij de FBI, opsomt wat er allemaal niet klopt. Het scenario van Dustin Lance Black probeert Hoovers mythevorming af te pellen. Achter zijn publieke imago als machtig misdaadbestrijder liggen allerlei geheimen. J. Edgar heeft veel donker belichte scènes die zijn duistere wereldbeeld bekrachtigen, waarin paranoia en (irrationele?) angst voor het Rode Gevaar een grote rol spelen. Hoewel de make-upeffecten die de acteurs bejaard maken J. Edgar vaak in de weg zitten, lukt het Eastwood om de film meer te laten zijn dan een stroperige, geïllustreerde geschiedenisles. Want zijn paranoïde, machtige figuren die de regels, die ze zelf gecreëerd hebben, met voeten treden niet van alle tijden?

André Waardenburg