Fijne zaak erbij in het wilde westen

Wat grappig dat Vrij Nederland een verhaal over de in volle gang zijnde gentrificatie van Rotterdam aftrapt in Holy Smoke. Wij lunchen in deze nieuwe eet- en drinkzaak aan het Tiendplein, waar de West-Kruiskade overgaat in de Eerste Middellandstraat. In het vroegere ‘wilde westen’ van Rotterdam vestigen zich jonge gezinnen (sommige afkomstig uit Amsterdam!) die zich per bakfiets verplaatsen langs espressobars, biologische supermarkten, halalrestaurants en pop-ups van allerlei aard die langs de winkelstraten opduiken.

Met Holy Smoke heeft de West-Kruiskade er een aansprekend lokaal bij. Voor de deur ligt een flink terras, maar hoewel november zich nog nooit zo zomers heeft getoond, gaan we toch binnen zitten. Wat meteen opvalt, is de grote bar, centraal in de zaak. Aan de tafeltjes bij de grote vensters aan drie zijden heb je zicht op het drukke leven op straat.

De kaart is eenvoudig. Burgers, sandwiches, salades. De hotdog heet hier holy dog. De gril speelt in de keuken de hoofdrol. Vlees: rund, varken, piepkuiken; vis: tonijn, sardientjes, kreeft; vegetarisch: paddestoelen, tofu. Die kreeft (Canadese, een halve kost € 12) kun je ook bij de vleesgerechten bestellen onder het motto ‘make it surf & turf’.

Proefondervindelijk lijkt ons dat iets voor de grotere eters. Ik had de varkensribbetjes (uit Duitsland, de varkensbuik komt uit Nederland net als het rundvlees; het piepkuiken, dit voor de volledigheid, uit Frankrijk) die op een soort dienblad werden geserveerd. De frietjes en de gegrilde groenten die je apart bestelt, kwamen ieder in een eigen bakje.

Gelukkig hielp mijn tafelgenoot mij met de knapperige frites, want aan de drie stukken spareribs had ik meer dan genoeg. Ze waren goed voorzien van smakelijk vlees, maar die barbecuemarinades zijn overal hetzelfde en vaak, ook hier, nogal saai.

Dat sluit aan bij mijn eerste indruk van Holy Smoke. Afgaand op de naam had ik ook gerookte gerechten verwacht of op zijn minst vuurwerk. Door de spareribs werd ik niet verrast.

Maar ik kom terug, ’s avonds, want als ik in het donker uit de stad naar huis fiets (geen bakfiets!), ziet het er altijd genoeglijk uit met die prettig verlichte bar.