‘Een dierentuin is fake’

directeur van dierentuin Artis

Dieren zijn geen mensen, vindt Artis. Een zebra krijgt geen ‘baby’ meer, maar een veulen.

Leeuw, Caesar

In een vochtige, warme zaal waar het Latijns-Amerikaanse regenwoud groeit, gaat Artisdirecteur Haig Balian de tropische struiken in. Een dwerg-oeistiti – het kleinste aapje ter wereld – is door het gaas gekropen en wandelt nu ergens onder het dakraam. Aan de andere kant van de zaal bewonderen bezoekers een luiaard, maar Balian kijkt omhoog. „Hierboven zit-ie! Is er al gebeld?” Ja, hulp is onderweg. „Die dieren zijn heel handig.”

We zijn in de Amsterdamse dierentuin omdat deze week bekend werd dat Artis voor de dieren een nieuw namenbeleid heeft. De dierentuin wil het „vermenselijken” van de dieren tegengaan. Daarom blijven de eigennamen van de dieren (zoals leeuw Caesar en gorilla Akili) zoveel mogelijk onvermeld.

Het is al ruim een jaar intern beleid, maar het viel pas op toen er op 19 oktober een giraf werd geboren. In het persbericht noemde Artis zijn naam niet. „Het is een hengst”, en daar bleef het bij. „Die giraf hééft wel een naam”, zegt Balian. „Iets Afrikaans. Als iemand ernaar vraagt, vertelt de verzorger het wel.” Maar toch: dieren nadrukkelijk anonimiseren, dat deed een dierentuin nooit eerder.

Haig Balian (1954), een Nederlander met een vader van Armeense afkomst, is een atypische dierentuindirecteur. „Artisdirecteur”, zegt hij zelf. „Ik zou nooit directeur van een andere dierentuin kunnen zijn.”

Balian was een succesvol filmproducent – onder meer van Terug naar Oegstgeest – en eigenaar van bioscopen voor hij in 2003 de baas van Artis werd. „Om na mijn mislukte studie alsnog de cirkel rond te maken”, zegt hij nu. Hij had voor zijn twintigste biologie gestudeerd in Lausanne, maar was eenzaam in Zwitserland en stopte. Via zijn vader rolde hij de filmwereld in.

En nu woont hij in de directeurswoning in Artis, alweer twaalf jaar. Als directeur bouwde hij onder meer Micropia: een ‘dierentuin’ voor bacteriën en andere onzichtbare organismen die in Artis kan worden bezocht.

„Toen ik Micropia presenteerde op een wereldcongres van dierentuinen keken ze naar me: ‘wat is dit nou voor gek?’ Pas toen ik het bijbehorende lab liet zien en de laboranten dierverzorgers noemde, werden ze wakker.”

Wandelend door de negentiende-eeuwse dierentuin praten we over de omgang met dieren, over natuurlijkheid en over de illusie daarvan. Een dierentuin, zegt Balian, draait om de suspension of disbelief. Een filmterm: de filmmaker verleidt de toeschouwers hun argwaan even uit te stellen en te geloven in zijn gecreëerde werkelijkheid. „Het lijkt een tropisch regenwoud, maar het is een monumentale zaal. Het is fake.”

Hij spreekt vol overtuiging, met sprongen. „Toen ik bij Jan Wolkers was vanwege de film Terug naar Oegstgeest zei hij: ‘Als een kind honderd vierkante meter heeft waar hij een worm uit de aarde kan trekken, heeft hij contact met de natuur’. Dat wilde ik mijn kinderen ook bieden – dus we verhuisden naar een huis met een tuin vlakbij Artis.”

„Mensen groeien op zonder besef van natuur, ze zien zichzelf als ánders dan de natuur. Daarom heb ik Micropia bedacht – die bacteriën zitten op en in je. Zo zie je: we zijn onderdeel van de natuur.”

Waarom hoort daarbij dat je de namen van dieren niet noemt?

„Een jaar of vijf geleden zag mijn vrouw bij de gorilla’s een jongetje met zijn vader. Hij zei ‘Wat is de naam van die chimpansee?’ Zijn vader keek op het bordje en zei ‘Gorilla’. Ik vond dat shocking. Dat die vader dacht dat dat de náám van de aap was.

„En er waren onze persberichten met „babyzebra geboren’. Dat heet een véulen. Door een jong ‘baby’ te noemen dicht je allerlei menselijke eigenschappen en menselijke emoties aan dieren toe. Dat is niet goed, en dat is de kern van wat ik wil veranderen.”

Een naam hoeft een dier toch niet te vermenselijken? De naam kan toch ook de individualiteit van elk dier benadrukken?

„Wél wanneer de verzorger een praatje houdt. De matriarch heet Thong Tai. Haar dochter Yindee is nu vruchtbaar. Mumba nog niet. Als je dat moet uitleggen, moet je hun naam wel gebruiken. Maar we vertellen liever iets over de diersoort dan dat we de naam gaan promoten. Want die vermenselijking van dieren gaat steeds verder. Het gaat over sóórten.”

Haig Balian begint een terzijde. Hij identificeert zich ook wel met dieren, zegt hij. Toen hij net begon, in 2003, kwam olifantenbul Nikolai in Artis. „We waren allebei nieuw. Bij hem ging ik vaak even langs.” Later zal hij ook nog vertellen dat hij, toen hij films produceerde, bij iedereen die hij ontmoette stilletjes bedacht op welk dier diegene leek.

„Ik geef graag namen, maar ik wil dat niet commercialiseren. Ik ga geen namenwedstrijd organiseren, zoals vroeger wel gebeurde. Als je iets wilt vertellen, moet je er zelf mee beginnen. Het is om bij mijn eigen mensen in hun kop te zetten. Niemand vindt dit nieuwe namenbeleid leuk, zeker niet bij marketing. Maar: walk the talk.”

Dus als komend voorjaar de twee jaguars in Artis aankomen, staat niet op een bordje hoe ze heten?

„Misschien wel. Je kunt hier in de dierentuin dieren adopteren. Dan staat op het bordje iets als: ‘José – ik noem maar wat – is geadopteerd door die en die’.”

Het klinkt alsof er toch niet zoveel verandert.

„Inderdaad. Ik wil alleen geen persberichten meer over een tapir waarin staat ‘moeder en kind maken het goed’. Daar word ik helemaal niet góed van. Dat is mensentaal.”

Maar een tapir heeft moederzorg, en het ís haar kind – biologisch is er niets mis mee om het zo te zeggen.

„Biologisch niet. Maar wel in de mind van mensen. Als je kijkt hoe we omgaan met individuele dieren. We vinden dode dieren zielig. En tegelijk eten we weet ik hoeveel dieren per dag op, en worden er in de duinen damherten afgeschoten.”

Gaat u ook opener praten over het doden van boventallige dieren in de dierentuin?

„Als iemand erom vraagt, vertellen we het. We vertellen niet alles meteen, maar we liegen niet.

„Soms voer ik grote veranderingen door. Dan kun je fouten maken. Misschien is dit namenbeleid een stupide idee en komen er hier straks helemaal geen mensen meer.”

Haig Balian pakt zijn telefoon en laat een foto zien van een lange rij mensen, vorige week bij het giraffenverblijf met het veulen. „Hier. Geen namen. En iedereen wil het zien.”