Doen wat je echt wilt, want zonder gierput kun je niet leven

Uitgevers opgelet! De biografie van Geert van Oorschot is verschenen. Ik schrijf dit niet om Arjen Fortuin, de auteur van dit in een mooie handelseditie verschenen proefschrift, een pluim op zijn doctorshoed te steken, want ik heb zijn boek nog niet gelezen. Wel wil ik van de gelegenheid gebruikmaken om uitgevers aan te moedigen een voorbeeld te nemen aan deze flamboyante figuur, wiens ondernemingszin en durf om alleen dat te publiceren wat hij mooi vond zeldzame eigenschappen zijn geworden in deze tijden van rekenmeesters en concerns.

Van Oorschot had iets van Dostojevski, zei een van Fortuins promotores afgelopen woensdag. Hij was een pokerspeler, een marxistenhater in een tijd dat weldenkend Nederland naïef links was, een man die risico’s nam, een begenadigd schrijver. Daarnaast was hij een acteur, die boekhandelaren zoveel angst wist aan te jagen dat ze onder de toonbank doken zodra hij binnenkwam om even later alsnog vijftig exemplaren van een onverkoopbare dichtbundel of het verzameld werk van Multatuli van hem af te nemen.

Wat dat flamboyante en die durf betreft, lijkt alleen uitgever Mai Spijkers (door Esquire onlangs uitverkoren tot Best Geklede Man 2015) hem te evenaren. Trouwens, waar Zeeland als autobiografisch voer diende voor Van Oorschots romans, zou de Peel dat voor Spijkers kunnen zijn. Schrijf die roman dus, Mai!

Maar wat dat uitgeven van grootse literaire kleinoden betreft, zie ik weinig licht in de duisternis. Nee, daarvoor moet je bij de kleintjes zijn. Zo kwam mini-uitgeverij Pegasus onlangs met Lieve Dubenka, een 32 pagina’s dun boekje met nooit verstuurde liefdesbrieven van de Tsjechische schrijver Bohumil Hrabal aan een jonge vrouw, met heerlijke zinnen als: ‘Maar, Miss April, ik schrijd gemaskerd, larvatus prodeo, door de straten en kroegen van Praag en wijs met mijn vinger op mezelf, omdat ik graag misbaar maak, en in plaats van mijn glans ietwat te dimmen en mijn pilletjes te nemen bereid ik me langzaam voor op een delirium tremens, want zonder gierput kan ik niet leven.’ Of neem uitgeverij IJzer, die het verzameld werk van Witold Gombrowicz in een dundrukeditie brengt.

Van Oorschot leek ergens ook op Elsschot, die als uitgever een nog niet bestaand boek beter aan de man wist te brengen dan een al verschenen boek. En op zijn beurt was Elsschot weer leidsman voor uitgever Vic van de Reijt, die vorige week vrijdag met pensioen ging na 28 jaar uitgeven bij Nijgh & Van Ditmar. Managementtaken waren Van de Reijt vreemd, maar boeken maken of verzinnen en teksten van auteurs oppeppen kon hij als geen ander, ook al leverde het geen cent op. Het enige dat telde was of hij vond dat zo’n boek er moest komen. Eigenlijk zou dat de leidraad van iedere uitgever moeten zijn. Dan volgt de rest vanzelf – hoop je.