BOG zoekt het onmogelijke in theater

BOG is een origineel en creatief theatercollectief. Geestig, ontwapenend en diepzinnig.

BOG speelt GOD: Sanne Vanderbruggen (links), Lisa Verbelen, Judith de Joode, Benjamin Moen. Foto Wannes Cré

Als de fotograaf binnenkomt bij de repetitie van GOD door theatercollectief BOG, zegt actrice Lisa Verbelen verontschuldigend dat het toneelbeeld „megastatisch” is. De vier acteurs van BOG staan op een rij voor een wit doek, frontaal naar de zaal en komen niet van hun plek. Wat voor een foto misschien een kaal gezicht is, levert voor toeschouwers in de zaal juist grote spanning op. De aandacht ligt geheel bij de tekst, en bij de gezichtsuitdrukkingen van de vier, die vrij neutraal hun tekst zeggen.

Eindregisseur Erik Whien, hun coach in de laatste fase van de voorbereiding, moedigt de vier aan tot expressie en zichtbaar instemmen met de tekst: „Jullie zijn niet van steen, jullie verplaatsen alleen niet.” De dynamiek zoekt hij in afwisselende snelheden en de kracht van spreken. Whien geeft de aanwijzing dat een bepaald deel tekst moet aanzwellen: „Ik heb zin in een hamer.”

Voor hun debuut BOG, een poging het leven te structureren werden de vier van BOG genomineerd voor de Taalunie Toneelschrijfprijs, voor hun tweede MEN, de mening herzien kregen ze in september de BNG Nieuwe Theatermakersprijs, 45.000 euro groot – een onderstreping van de opvatting dat BOG het leukste en meest originele nieuwe collectief van de laatste jaren is. Beide voorstellingen hadden een sprankelende tekst, geestig, ontwapenend en diepzinnig, die als een vierstemmig muziekstuk de kijker vervoerden en ritmisch omhulden.

Nu spelen de vier jonge makers (drie Belgische vrouwen, één Nederlandse man, allen geboren in 1988) GOD, dat donderdag in première ging – een voorstelling waarin ze op zoek gaan naar de zin van het leven.

Benjamin Moen, Judith de Joode, Lisa Verbelen deden de Toneelschool in Maastricht, Sanne Vanderbruggen zat op de Amsterdamse Toneelschool & Kleinkunstacademie. De vier vonden elkaar in hun liefde voor grote thema’s. Vanderbruggen: „Na ons afstuderen in 2010 worstelden we met de vraag hoe verder te gaan. We dachten, shit, laten we iets maken wat onszelf troost biedt.”

GOD past voor hen in een logisch rijtje filosofisch geïnspireerde voorstellingen: leven, ratio, metafysica. God staat voor wat niet te bevatten is. De Joode: „Deze voorstelling gaat over zoeken, over dat je elkaar eerder vindt in een vraag dan in een waarheid of een antwoord.”

De tekst, die in wezen een monoloog is die de vier onderling hebben verdeeld, is grotendeels geschreven in de wij-vorm. Waarbij de een zegt: „Wij vertrouwen niet op verhaaltjes uit de woestijn. Wij doen het werk zelf”, de ander vervolgt met: „Wij hebben de wereld verklaard. Wij hebben niet alles verklaard.” En de derde dan zegt: „Wij kunnen niet ontkennen dat er problemen zijn. Wij kunnen de kruistochten niet ontkennen.”

Verbelen: „Deze tekst is ook een poging gezamenlijke grond te vinden, zodat je in gesprek kan komen met iemand met een totaal ander wereldbeeld.” Moen: „We zoeken steeds naar tekst waarin we het koor van alle mensen kunnen zijn. Dat begint bij ons vieren. In deze voorstelling proberen we dichtbij elkaar te komen, dichtbij God, dichtbij het onmogelijke.”

De ruimte voor anders denken leidt tot een ruimhartige hoeveelheid stellingen en tegenstellingen. Verbelen: „We hebben bij het schrijven veel gelachen, omdat we, als iemand een idee had, vaak zeiden: ‘Ja, inderdaad dat is zo... Of niet!’ Die wendbaarheid in het denken is ook een oefening voor het publiek.”

Ze twijfelen bij de vraag of ze voor hun generatie spreken. Verbelen: „Zoeken is natuurlijk wel typisch voor twintigers.” Moen: „Voor ons telt wel de eerlijkheid, de oprechtheid waarmee je iets toont, zonder ironie uit te sluiten. We performen, maar zijn niet psychologisch aan het spelen. Ik ben geen personage. We benaderen het als muziek maken, met ritme en stiltes.” Verbelen: „Als MEN een klassiek muziekstuk was, dan is GOD meer John Cage.”