Nieuwe 'frisse' en 'vlotte' vertaling Homerus' 'Ilias'

Imme Dros’ vertaling van de Odyssee werd in 1991 een bestseller. Nu is er de Ilias van Homerus in dynamisch Nederlands, in een afwisseling van stijlen, met genoeg klassiek exotisme en vol wrok, rouw en ontroering.

Bladzijde uit de getekende Ilias in de Ambrosiana bibliotheek in Milaan, omstreeks 500 na Christus Foto Biblioteca Ambrosiana

Het is nog steeds een wonder dat onze westerse literatuurgeschiedenis begint met een prachtige avonturenroman: de Ilias van Homerus. Een spannend verhaal over de wrok en onmin in het Griekse leger, dat al tien jaar voor de poorten van Troje ligt, maar de stad nog steeds niet heeft kunnen veroveren. Niet zomaar een beginnersverhaal, maar een voldragen epos van 15.693 versregels, met een vaste versvorm, ondergebracht in een strakke compositie, verdeeld over 24 boeken.

Scène uit Imme Dros' 'Ilias': Patroklos neemt wapenrusting Achilleus

Scène Ilias

Frisse, nieuwe vertaling

Nog wonderlijker: daarna volgde nog zo’n soort boek. Ook een avonturenepos, misschien nog wel beter, want gevarieerder en sprookjesachtiger, over de omzwervingen van de Griekse held Odysseus ná het veroveren van Troje: de Odyssee, 12.110 versregels, ook in een strakke compositie, ook verdeeld over 24 boeken.

Nog wonderlijker: het werd allemaal al bij elkaar gedicht en mondeling doorgegeven rond 800 v.Chr., en voor het eerst op schrift gesteld rond 500 v.Chr.. Rond die tijd waren wij, wij Batavieren, hier nog bezig met bier drinken, dobbelen en boomstammen uithollen.

Van deze Ilias is nu een nieuwe vertaling verschenen: van Imme Dros, die in 1991 al, en met veel succes (ruim 100.000 exemplaren), een vertaling van de Odyssee maakte. Ik ben er van begin tot eind enthousiast over. Dit is een vlotte en frisse vertaling. Opvallend is de spreektaligheid.

Kromdenker Kronos

De Ilias bestaat voor een groot deel uit dialogen en monologen. Dros is erg goed in de bijbehorende wendingen: ‘Luister ook even naar mij’, ‘Als je het mij vraagt’. Het is mooi om Agamemnon ‘Ook wat moois’ te horen zeggen. En Achilles: ‘Maar nu even iets anders’. Vooral als er onenigheid en boosheid in het spel is, en dat is hier nogal vaak, is Dros’ vertaling erg dynamisch en direct, met veel herkenbaar gemopper en gescheld (‘Was je maar nooit geboren!’).

Maar minstens zo opvallend is de afwisseling in stijlen. Na een felle dialoog kan een mooie ritmische zin volgen, of een soepele dichterlijke regelval. ‘Zij kozen zee en het schip voer over de vochtige wegen.’ Er zit ook nog veel statigs en gedragens in de vertaling van Dros – in de vaste formuleringen, de opsommingen, de vaste rituelen waarmee de offers aan de goden worden beschreven. En dan zijn er natuurlijk de welbekende epitheta: de snelvoetige Achilles, de blankarmige Hera en de bronsgekuraste Achaiërs. Ook hier weer is er weer die afwisseling tussen lieflijk (‘de viooltjeskleurige zee’), toegankelijk (‘Apollon, de god die raak schiet van veraf’) en verrassend: Kronos heet hier vaak ‘kromdenker Kronos’.

Er zit ook genoeg klassiek exotisme in deze nieuwe vertaling. ‘Atreuszoon, wat voor woorden ontsnappen de haag van je tanden!’ is nog een echte oude gymnasiastenwending. Maar even later kan Zeus, ‘op de hoogste top van de bergruggenrijke Olympos’, een toespraak ook gewoon zo beginnen: ‘Allemaal luisteren, goden en godinnen.’ De grote charme van deze nieuwe vertaling lijkt mij de voortdurende afwisseling. De Homerus van Dros is nergens saai, maar eerlijkheid gebiedt te zeggen dat dat ook geldt voor de oude prozavertalingen van Schwartz en Van Gelder, de vertaling in hexameters van De Roy van Zuydewijn en de vertaling in blanke verzen van Lateur, uit 2010. Ze kunnen heel goed naast elkaar bestaan.

Rare goden

Moeten we het in dit korte bestek ook nog over het verhaal hebben? Er wordt nog steeds, zo bleek mij bij herlezing, veel in gevochten en er vloeit veel bloed. En de rol van de goden is nog steeds erg raar, althans voor het moderne oog. Zij sturen de handeling op afstand, en voeren intussen hun eigen onderlinge kinderachtige strijd.

Het wonder van de Ilias is dat het bij alle kinderlijke en fantasy-elementen toch een spannend verhaal blijft. Zelfs de vechtscènes zijn goed. Hoogtepunten? De wrok van Achilles, die vanaf het begin alles onder stroom zet. Het verdriet van Achilles om de dood van Patroklos. De huilende paarden. Het schaamteloze gesol met het lijk van Hektor. De rouw van de Trojanen die dit moeten aanzien. Misschien is het ware hoogtepunt van de Ilias wel de enorme liefde voor vertellen en beschrijven. En misschien is de ware hoofdpersoon van de Ilias dan wel de lange, zich over vele regels uitstrekkende, ‘homerische’ vergelijking. Daarvan heb ik er ruim driehonderd geteld. Ze zetten het lopende verhaal even stil, kleuren het met een ander beeld, tillen het boven zichzelf uit, iedereen houdt even de adem in – en daarna gaat het verhaal weer verder. Zo ook in het wonderlijke en ontroerende voorlaatste boek, met zijn beschrijvingen van het verbranden van het lijk van Patroklos, en van de plechtigheden, én van de sportwedstrijden ter ere van de dode. Hoe zei Schiller het ook alweer? ‘Wie het drieëntwintigste boek van de Ilias heeft gelezen, heeft niet vergeefs geleefd.’ En toen moest de vertaling van Imme Dros nog verschijnen.

Nederlandse opening 'Ilias' (1955-2015)

M.A. Schwartz (1955)‘Goddelijke muze, zing van de wrok van de Pelide Achilles, de onzalige wrok, die aan de Grieken eindeloos leed bracht, die veel zielen van krachtige helden zond naar de woning van Hades en hun lichaam gaf tot prooi aan honden en vogels; zo voltrok zich de wil van Zeus. Begin uw lied bij de twist, die tweespalt bracht tussen Atreus’ zoon, de opperste heerser, en de edele Achilles.’

Frans van Oldenburg Ermke (1959): ‘Vertel, Muze, vertel van de wrok van Achilles. Daar kwam voor de Grieken grote ellende uit voort. Naar Hades heen voeren talloze helden. Honden en gieren vraten hun lijken. Het was Zeus, die het wilde. Begin met de twist tussen Agamemnon, de koning, en de zoon van Peleus, Achilles de machtige’

Dr. Aegidius & W. Timmerman (1978): ‘Wrok, zij uw zang, o, Godin, de moordende wrok van Achilles, Peleus’ zoon die talloze rampen de Grieken bereidde, Vele krachtige heldenzielen ten prooi zond aan Hades, ’t Lichaam wierp tot een buit voor de honden en roofvogels, allen… - ’t Raadsbesluit van Zeus werd volbracht - terstond na de tweespalt, Waar de verwijdering tussen d’Atride, beheerser van mannen, Eerste sprong in vond, en Achilles, de zoon ener Godheid…'

H.J. de Roy van Zuydewijn (1980)‘Muze, bezing ons de wrok van de zoon van Peleus, Achilles,
die ongenadige wrok die de Achaeërs grenzeloos leed bracht,
tal van krachtige zielen van helden prijsgaf aan Hades
en die hun lichaam ten prooi aan honden en allerlei soorten
vogels deed vallen. Zo ging de wil van Zeus in vervulling. Zing vanaf het begin, toen twist tot vijanden maakte
Atreus’ zoon, de koning van ‘t volk, en de grote Achilles.’

Patrick Lateur (2010): ‘Aanroeping van der Muze
 De wrok, godin, van Peleus’ zoon Achilles
moet u bezingen. Hij was dodelijk,
bracht voor Achaiërs rampspoed zonder einde
en stuurde naar de Hades vele schimmen
van forse helden; lijken werden voer
voor honden en voor vogels allerhande.
Maar zo voltrok zich het besluit van Zeus.
Begin vanaf de dag toen twist een breuk
bracht tussen Atreus’ zoon, bevelhebber
van krijgsvolk, en de godlijke Achilles.’

Imme Dros (2015): ‘Zing, godin, over de wrok van Achilles van Peleus, de bron van dood en verderf die duizenden rampen bracht voor de Achaiërs, die de krachtige geest van veel helden toewierp aan Haides en van de helden zelf een prooi voor honden en alle roofvogels maakte - het plan van Zeus voltrok zich - en zing dan vanaf toen ruzie voor het eerst tot een breuk leidde tussen Atreuszoon, koning der manschappen, en de grote Achilles.’