Wat verandert als iedereen zijn sterfdatum weet?

Gods dochter Ea (Pili Groyne) vlucht via de wasmachine naar Brussel.

God sjokt verveeld in versleten ochtendjas en met witte sportsokken in slippers naar zijn doorrookte werkkamer. Samen met vrouw en dochter Ea woont hij in een armoedig appartement in Brussel. Elke avond dekken ze de tafel voor vier personen, want je weet maar nooit of zoon JC nog terugkomt. God (Benoît Poelvoorde) is een chagrijn geworden die met veel oudtestamentische toorn en cynisch genoegen zijn onderdanen op de proef stelt. Liefst met vervelende regels: zo sta je in de supermarkt per definitie in de verkeerde rij en valt een boterham met jam altijd op de besmeerde kant.

In een opstandige bui hackt de puberende Ea zijn oude computer en stelt zij een belangrijke nieuwe regel in. Voortaan krijgt iedereen te horen wat zijn precieze einddatum is, wanneer hij sterft. De fundamentele vraag wat dit met je doet, vormt de filosofische kern van Le tout nouveau testament.

Het eerste deel van Jaco Van Dormaels film is heel sterk, qua ideeënrijkdom, fantasierijke terzijdes en surreële invallen, zoals een stel giraffen dat door nachtelijk Brussel loopt. Maar dan worden de ideeën dunner. De grap dat Catherine Deneuve met een gorilla gaat samenwonen, komt rechtstreeks uit Max mon amour. Ook Van Dormaels naïef-optimistische blik op romantiek gaat een beetje storen. Hij schept een wereld waarin zielige jongetjes kuilen graven op het strand en meteen verliefd worden op het mysterieuze meisje dat in de duinen opduikt. Ontroerend, of iets om kregelig van te worden? Ea’s vader zou het wel weten.