Techbedrijven: wraakporno niet te voorkomen

Slachtoffer-organisaties eisen zelfde aanpak als kinderporno. Intussen worstelen internet-bedrijven met de preventie.

Wie heeft een seksfilmpje van de Nederlandse Chantal tegen haar zin op Facebook gezet? Morgen dient daarover een kort geding. Het gaat over de vraag aan wie Facebook toegang moet geven tot zijn servers om te achterhalen wie de dader is. Het bedrijf moet volgens een uitspraak van een rechter eerder dit jaar openheid geven. Maar de partijen zijn het niet eens over de keuze van de expert die onderzoek gaat doen in het datacentrum van Facebook. Daarom heeft Facebook een kort geding aangespannen.

1 Waarom wil Facebook geen toegang geven tot zijn servers?

Facebook vindt de expert die de advocaten van Chantal aandragen niet geschikt, en andersom. De advocaten willen dat een Nederlandse expert gaat zoeken. Facebook wil dat het iemand wordt van de Ierse privacytoezichthouder. Die heeft al vaker vergelijkbaar onderzoek uitgevoerd en weet volgens Facebook beter hoe de systemen werken.

Wat de rechter ook beslist; het gaat bijzonder ingewikkeld worden om de dader te vinden. Facebook zegt dat het de gegevens van de plaatser van Chantals filmpje niet meer heeft, omdat diegene zijn account heeft gewist ver voordat Chantal bij Facebook aanklopte.

2 Hoe voorkomt Facebook wraakporno überhaupt?

Facebook heeft strenge regels tegen het plaatsen van naaktfoto’s, en een knop om ongepaste inhoud te melden. Zo’n melding gaat naar een afdeling die beoordeelt of het inderdaad niet door de beugel kan. Bij het melden kunnen gebruikers ook aangeven in welke categorie de afbeelding valt. Bij wraakporno zegt Facebook dat die melding hoge prioriteit krijgt. Maar dan alsnog is het wachten op de beoordeling, en kan een bericht in de tussentijd verder verspreid raken. Er is geen automatisch systeem.

Zo’n systeem is er wel voor kinderporno. Dat herkent eerder opgespoorde beelden van kindermisbruik aan hun unieke ‘vingerafdruk’. Als iemand zo’n filmpje of foto plaatst op Facebook of andere sociale media, herkent het systeem dat onmiddellijk. Het materiaal wordt verwijderd, en de dader kan worden opgespoord.

Organisaties die zich bezighouden met slachtoffers van seksueel misbruik op internet, zoals het Nederlandse Help Wanted, willen dat sociale media zulke systemen ook gaan invoeren voor wraakporno. Ook vragen zij van Facebook om een systeem in te voeren waardoor filmpjes die door gebruikers worden aangemerkt als ongepast, direct al niet meer verder verspreid kunnen worden. Facebook zegt te onderzoeken of dat kan, al heeft het geen concrete plannen .

3 Wat doen andere internet bedrijven ertegen?

Wraakporno kan op allerlei sites worden geplaatst. Facebook, Google, Microsoft en Pinterest brachten in oktober een gezamenlijke verklaring uit over de aanpak van wraakporno. Maar daarin staan vooral redenen waarom het onmogelijk is voor ‘welwillende technologiebedrijven’ om inhoud vooraf te censureren.

„Alleen al het volume van de miljarden berichten die mensen op internet zetten maakt het praktisch en juridisch onmogelijk om dit soort inhoud proactief te monitoren.” Wel willen ze samen hun gebruiksvoorwaarden aanscherpen, en willen ze zeker stellen dat foute inhoud altijd binnen twee dagen van hun sites af is.

Maar als het zo lang duurt is die waarschijnlijk al veel verder verspreid.