Slechtziend

De man en vrouw waren allebei slechtziend. Wij, de medetreinreizigers, concludeerden dat niet alleen door hun rood-witte stokken, de twee geleidehonden, maar vooral aan de wijze waarop hun handen, als ogen, de stoelen aftastten. In het contact met een blinde probeer ik altijd krampachtig woorden te vermijden die iets met ‘zien’ te maken hebben. Maar dat hoeft waarschijnlijk niet. Op het moment dat de trein het station inreed, hoorde ik ze zeggen: „Laten we nu maar afscheid nemen want op het perron verliezen we elkaar toch uit het oog en we zien elkaar vrijdag in ieder geval weer.”

Ook een ikje? Stuur maximaal 120 woorden naar nrc.nl/ik