Rechter wijst vordering van Oad-familie op Rabobank af

De familie Ter Haar, oprichter van de failliete reisgroep Oad, is niet in de positie om miljoenen te claimen, vindt de rechtbank.

Reisorganisatie Oad ging in september 2013 failliet.

Rabobank hoeft geen schadevergoeding te betalen aan de familie Ter Haar, aandeelhouders van de in september 2013 failliet verklaarde reisorganisatie Oad. Dat heeft de rechtbank Midden-Nederland gisteren bepaald.

De vordering van Julius en Quirine ter Haar, zoon en dochter van Oad-oprichter Joop ter Haar, is afgewezen. Als aandeelhouders kunnen zij geen aanspraak maken op een schadevergoeding wegens waardevermindering van hun aandelen, zo blijkt volgens de rechtbank ook uit eerdere uitspraken van de Hoge Raad. Alleen het bestuur van de vennootschap – in dit geval de curator – kan zo’n vordering instellen.

Rabobank stelde eisen over het krediet voor Oad aan het bestuur van de vennootschap, niet aan de aandeelhouders. Omdat de zaak is aangespannen door de Stichting Administratiekantoor Oad Groep Holding, de stichting van de aandeelhouders, wordt de claim afgewezen, zonder inhoudelijke beoordeling door de rechtbank.

Kapitaalinjectie

Julius en Quirine ter Haar begonnen de rechtszaak, omdat ze vinden dat Rabobank Oad ten onrechte failliet heeft laten gaan. De bank heeft volgens de familie zijn zorgplicht verzaakt door een kapitaalinjectie te eisen en een kredietovereenkomst op te zeggen, en daarmee het faillissement te veroorzaken. Ze eisten 76,5 miljoen euro schadevergoeding, omdat hun aandelen waardeloos zijn geworden.

Rabobank had Oad in 2012 onder verscherpt toezicht geplaatst. Het bedrijf maakte steeds meer gebruik van krediet en pogingen om het bedrijfskapitaal te versterken, liepen op niets uit.

Volgens Rabobank, zo bleek tijdens de zitting van 22 september, stelde de familie Ter Haar de financiële situatie van Oad in 2013 veel te rooskleurig voor. Er was geen zicht op verbetering na het magere winterseizoen, dus het zou terecht zijn dat de bank de teugels aanhaalde. De ondergang van het bedrijf was volgens de bank onvermijdelijk.

De vraag of de aan Oad gestelde eisen wel of niet redelijk waren, en of het ingrijpen van Rabobank het faillissement van Oad heeft veroorzaakt, is nog niet beoordeeld.

Geen inhoudelijk oordeel

Via woordvoerder Jan Driessen reageerde de familie Ter Haar teleurgesteld op de uitspraak. Het niet uitspreken van een inhoudelijk oordeel is volgens hen een gemiste kans. „De rechtbank Utrecht schuift hiermee de hete aardappel door naar de curatoren. En heeft zich niet willen branden aan deze toch zeer principiële zaak.” Na overleg met de curatoren van Oad beslissen de aandeelhouders of zij in hoger beroep gaan.

Rabobank meldt in een reactie dat de curatoren „op langere termijn” de bank zullen dagvaarden om de boedels ten opzichte van Rabobank veilig te stellen. Zij hebben dit in het laatste faillissementsverslag aangegeven. Omdat het onderzoek nog loopt, nemen de curatoren die beslissing nu nog niet. Tot nu toe hebben de curatoren Rabobank nog geen verwijt gemaakt. „Rabobank is van mening dat zij zorgvuldig heeft gehandeld en de aan Oad verstrekte financieringen op passende gronden heeft beëindigd.”