Premier voor eigen kunst

Als kunstenaars de wereld willen veranderen, kan het geen kwaad als zij macht vergaren. In Albanië is dat gelukt; een kunstenaar heeft er het hoogste politieke ambt bereikt. Edi Rama is premier sinds 2013.

Internationale roem vergaarde kunstenaar Rama al als burgemeester van Tirana, door grijze fantasieloze flats te laten beschilderen in knallende kleuren – veel rood, oranje en roze. Dat was vijftien jaar geleden. Nu wordt Rama toegejuicht als hij op internationale podia vertelt hoe hij kunst en cultuur plaatst „in het hart van de economische en sociale wedergeboorte van Albanië”.

Maar opvallend genoeg komt de kritiek op Rama dezer dagen juist van Albanese kunstenaars. Het verwijt: hij misbruikt zijn positie om zijn eigen kunst te verkopen. Zo heeft hij nu al een paar keer een tentoonstelling met eigen werk laten organiseren in een buitenlandse stad die hij als premier bezoekt. Na vergaderingen en een officieel programma opende hij afgelopen week in Hongkong de tentoonstelling Calendar Blossoms, met tientallen van zijn werken op papier.

Dat zijn veelal pagina’s uit een grote dagagenda, waarop hij met viltstift heeft getekend. Ze zijn te koop voor ongeveer duizend euro per stuk.

En in april had hij een verkooptentoonstelling in Berlijn, in september een in München. Ook die steden bezocht hij als premier.

Toen de correspondent van deze krant vorig jaar bij Edi Rama op bezoek was, zag hij hem aan het werk: hij pakt de viltstiften uit grote potten die op zijn werktafel staan. Hij tekent terwijl hij praat of luistert. Het resultaat zijn uit de kluiten gewassen droedels, vergelijkbaar met de tekeningetjes die wel meer mensen gedachteloos maken tijdens lange vergaderingen.

Ik hoor van vrienden in Albanië (ja, ik weet hoe blasé dit klinkt) dat de woede van de kunstenaars niet zozeer voortkomt uit een maatschappelijk-ethisch besef, over machtsmisbruik of onoorbare nevenactiviteiten, maar vooral uit teleurstelling: is er een kunstenaar aan de macht, blijkt dat niets op te leveren voor Albanese kunstenaars.

Neem Rama’s kantoor. Daarin is de benedenverdieping gereserveerd voor kunst. Prachtig. Maar Rama exposeert er alleen werk van buitenlandse kunstenaars.

In zijn tijd als oppositieleider bleek al dat Rama geen politieke concurrenten in zijn omgeving duldt. Albanese kunstenaars zijn er nu achtergekomen dat de man als kunstenaar niet anders is. Hij heeft de hoogste machtstrede van zijn land bereikt. Het is een mooie positie om de wereld te veranderen, misschien, maar zeker ook een goede stek om de concurrentie de loef af te steken.