Wethouder Kukenheim in nauw na motie van wantrouwen

De Amsterdamse onderwijswethouder Simone Kukenheim (D66) heeft gisteravond een motie van wantrouwen overleefd die was ingediend door de voltallige oppositie. Kukenheim had in augustus de gemeenteraad een rapport onthouden waaruit bleek dat de onderwijsaanpak van oud-wethouder Lodewijk Asscher (PvdA) goed had gewerkt. Asschers aanpak was door Kukenheim juist grotendeels teruggedraaid.

In de aanloop naar het debat stuurde Kukenheim een brief waarin ze liet weten „onverstandig” te hebben gehandeld. Volgens de politica was „het beter geweest als de raad meteen in augustus over het rapport was geïnformeerd”. De wethouder bleef gisteren in het zadel dankzij de steun van de drie coalitiepartijen D66, SP en VVD.

D66 zette zich vorig jaar in een succesvol verlopen verkiezingscampagne voor de gemeenteraad fel af tegen het beleid van Asscher, waarbij zwakke scholen op kosten van de gemeente door een team van externe experts werden geholpen. In het partijprogramma van D66 stond dat „scholen zelf weer verantwoordelijk moeten worden; het stadhuis bepaalt nu te veel hoe er lesgegeven moet worden”.

Het rapport dat wethouder Kukenheim deze zomer in verlegenheid bracht, onderzocht de zogenoemde Kwaliteitsaanpak Basisonderwijs Amsterdam. De gemeente was in 2008 – onder Asscher – met die aanpak gestart om de onderwijskwaliteit op basisscholen te verbeteren. De aanpak volgde op bevindingen uit 2006 van de onderwijsinspectie dat het Amsterdamse basisonderwijs onderpresteerde ten opzichte van andere grote steden.