Niet zielig vinden, Lies!

(41) heeft de rol van Margje in een nieuw toneelstuk van Aaf Brandt Corstius: ‘Haar teksten spelen is zoiets als ademhalen’.

Foto X+L

Actrice Lies Visschedijk (41) komt schaterlachend uit de try-out van Een flinke linkse vrouw, het nieuwe stuk van Aaf Brandt Corstius voor gezelschap Mugmetdegoudentand, dat ze samen met Marcel Musters speelt. Ook tijdens het interview moet ze herhaaldelijk luid grinniken om haar personage Margje. Margje is het hevig verzorgende type: de beetje sneue alleenstaande veertiger die zich ontfermt over stervende plantjes en daklozen. Het liefst had ze een vluchteling in huis genomen, maar in plaats daarvan valt haar oog op de dakloze Jan. Visschedijk: „Het is door Aaf gewoon ontzettend goed geschreven. Zo geestig en herkenbaar. We hebben allemaal een Margje in ons.”

Margje gaat geregeld op haar hurken zitten en kijkt dan meelijdend naar Jan. Dat is een mooie fysieke vertaling van haar karakter.

„Ja, die vorm had ik snel gevonden, want dat over-empatische ken ik wel. Daar word ik ook wel eens om uitgelachen. Mijn moeder zei vroeger vaak tegen mij: ‘Niet zielig vinden, Lies!’ Laatst stootte Marcel in de kleedkamer heel hard zijn hoofd. Dan ben ik meteen van: ‘Ooh God, néé! Gaat het?!’ Toen moest hij zo ontzettend hard lachen, omdat ik op zo’n moment precies Margje ben. Zij is zo’n type dat alles práchtig en bijzónder vindt, ook arme mensen op een vuilnisbelt. Ze benadert mensen in de marge als een soort exotische vogelsoort. Dat herken ik: ik ga ook naar foto-exposities en roep dan uit hoe schitterend die uitstervende Maja-stam in beeld is gebracht.”

Is deze voorstelling ook ingegeven door de vluchtelingenhulpkoorts die in Nederland lijkt te zijn uitgebroken?

„Het stuk was al geschreven voordat de crisis escaleerde, maar de werkelijkheid heeft ons flink ingehaald, ja. We hebben er met zijn drieën veel over gepraat. Het is even ontroerend als ongemakkelijk soms. Als mensen hun eigen hulpvaardigheid al op Twitter zetten, nog vóórdat ze iets hebben gedaan, schemert de ijdelheid erdoorheen. Gevaarlijk daaraan vind ik ook de behoefte aan wederkerigheid. ‘Nooit zeggen ze eens dankjewel!’ Het is emotioneel, en die emotie kan snel omslaan.”

Een flinke linkse vrouw is de tweede samenwerking van Musters en Visschedijk met Brandt Corstius. In 2013 vroegen de acteurs de columniste om een stuk voor hen te schrijven. Fiftyfifty werd een succes: vorig jaar werd het hernomen en onlangs is er een televisiefilm van gemaakt. Musters en Visschedijk voelen zich thuis bij de theatertaal van Brandt Corstius, die Musters in een interview omschreef als ‘Woody Allen meets Annie M.G. Schmidt.’

Wat spreekt je zo aan in haar toneelwerk?

„Voor een acteur is het spelen van teksten van Aaf zoiets als ademhalen; het is zo muzikaal. Haar taal klinkt alledaags, terwijl de zinnetjes ontzettend knap in elkaar zitten. Het geheel is heel zorgvuldig geboetseerd. Sprezzatura, heet dat zo? Is dat een operaterm? Dat is het precies: schijnbaar achteloos. Aaf moraliseert niet, dat biedt veel ruimte aan spelers. En haar teksten zijn nooit pretentieus, terwijl ze wel degelijk grote thema’s aansnijdt.”

Dan komt een kennis bij de tafel staan, met de portemonnee van Visschedijk. Vergeten op de bar, terwijl ze net had gepind voor de oppas, voor een maand. Dat soort dingen overkomt haar vaak, zegt ze. „Ik vergeet van alles. Ouderavonden, tandartsafspraken, waar de auto ook alweer stond. Ik moet gewoon altijd nét even te veel ballen in de lucht houden.”

Sinds haar man Marc van Uchelen in 2013 een eind aan zijn leven maakte, zorgt Visschedijk alleen voor hun twee zoontjes, van 11 en 5. Het is zwaar, heel zwaar, maar ze redt het, zegt ze, mede dankzij de hulp van die oppas en een lieve tante in de buurt.

Je zei in een interview na het overlijden van Marc dat je bang was om ‘die vrouw met dat verschrikkelijke verhaal’ te worden.

„Dat gebeurt. Ik heb net een heel geestige lunchvoorstelling gemaakt, en nu zitten wij er toch weer over te praten. Ik begrijp dat ook wel. Maar om mezelf te beschermen wil ik wel de grens bewaken: ik praat niet over hem of over zijn motieven. Het is vermoeiend om dat steeds uit te leggen, en daarom houd ik interviews meestal liever af. Maar ik vind het ook een mooi idee dat mensen die iets soortgelijks meemaken, troost kunnen putten uit mijn verhaal. Dus shoot.”

We zijn twee jaar verder; is de aard van je verdriet veranderd ten opzichte van toen?

„Als je zoiets hebt meegemaakt, is je huid heel dun. Ik kon een tijdlang absoluut niet naar muziek luisteren, dat was te emotioneel. Je kern ligt helemaal bloot; net als na de tandarts, weet je wel, als je tanden gevoelig zijn en je eet iets heel kouds. Alles komt heel hard binnen. Maar die beschermlagen bouw je weer op. Naar muziek luisteren kan ik gewoon weer.”

Ze neemt een slok thee en denkt even na. „Het alleen zijn went. Ik begin er routine in te krijgen. Dat is gek om te ervaren maar ook prettig. Geruststellend. De blinde paniek van het begin, van ‘ik kan dit niet!’ is weg. Ik kan nu terugkijken en zien: het eerste jaar hebben we overleefd, en het tweede jaar ook. En bij tegenslagen denk ik soms: ‘Kom op, mens, je hebt wel erger meegemaakt.’ Maar ja, hij blijft wel dood. Dat verdriet komt nu niet meer als een intercity op me afgedenderd, maar het is wel onderdeel van mij, tot in mijn haarvaten.”

Is zo’n grote, tragische gebeurtenis in je privéleven van invloed op je speelstijl? Ben je er een andere actrice door geworden?

„De eerste maanden na zijn dood waren een soort nullijn, zowel privé als professioneel. Alles was opeens anders, en in zekere zin nieuw. Dat maakte ook dat ik open stond voor een andere manier van spelen. Ik wist al wel wat ik kon, met welke timing ik een zaal kon laten lachen, bijvoorbeeld, maar ook merkte ik dat technische perfectie mij niet meer zo interesseerde. Met muziek heb ik dat ook: als je ouder wordt, is virtuositeit minder interessant.

„Het werken met Marcel kwam wat dat betreft als geroepen. Hij is intuïtief en reageert echt ‘in het moment’. Dat vraagt een heel andere houding van mij als actrice. Transparanter, waarachtiger, daar streef ik naar. Het is een reis hoor, en ik ben er nog lang niet. Er zit nog een beetje ijdelheid in de weg, want het is voor een actrice natuurlijk ook gewoon leuk om te laten zien wat je kan. En angst: het publiek moet zich nou ook weer niet vervelen. Maar van Marcel leer ik om vertrouwde technieken los te laten. En dat lukt, soms. Dus ja: ik denk wel dat ik als actrice ben veranderd. Als mens trouwens ook, enorm.”

In welke zin?

„Ik ben minder bezig met de buitenkant, met verplichtingen en wat mensen van me verwachten. Vroeger had ik de neiging om overal ja op te zeggen en wilde ik dat iedereen me aardig vond. Dat heb ik niet meer. Heel langzaam leer ik ermee dealen dat ik hoe dan ook tekortschiet: naar mijn kinderen, mijn familie, mijn vrienden, mijn werk, of naar mezelf. Het is niet anders. We zijn net verhuisd naar een leuk huis in de stad, en met de kinderen gaat het goed, dat telt, en daar ben ik trots op.”

In een interview in 2009 zei je dat je bang was om cynisch te worden. Je wilde open in het leven blijven staan. Kan dat nog, na zo’n verlies?

„Ik zie cynisme als een jeugdzonde. En misschien wel als iets voor mensen die nooit iets écht ergs hebben meegemaakt. Daar ben ik niet meer bang voor, haha. Wel ben ik melancholieker geworden. Laatst vond ik met mijn zoontje een nest hoornaars, van die reuzenwespen. Die waren superdruk bezig, allemaal heel bedrijvig en doelgericht, en dan denk ik: goh, over twee weken zijn ze dood, en ze hebben géén idee. Zo kun je ons mensen ook zien. Ik vind dat een droevige, maar ook troostrijke gedachte.

„Als je een dierbare jong verliest, word je je bewust hoe plotseling het allemaal kan eindigen. De jeugdige overmoed, het idee van onsterfelijkheid, verdwijnt. In die zin ben ik nu realistischer. Maar cynisch, nee, dat niet.”