‘Met Bel’

Thomas Rueb belt met Simon Bel (69) uit Winschoten, Groningen. Hij ontving de Gouden Jostiband-speld.

Wat betekent deze onderscheiding?

„Die krijg je als je veel voor de Jostiband hebt betekend. Dit is pas de vierde keer. Toen ik hem kreeg heb ik tranen met tuten gehuild, stond aan de grond genageld. Ik ontving hem omdat ik ze de afgelopen twintig jaar vier keer naar Groningen heb gekregen. Zo heb ik wel 150.000 guldens opgehaald voor geestelijk gehandicapten.”

Waarom bent u dat gaan doen?

„Dat zal ik je vertellen. Ik zag ze op de televisie. Ik heb zelf een zuster die gehandicapt is, en ik dacht: wat is dít mooi. Ik had een bloemenstal in Winschoten. Hoe ging ik versieren dat de Jostiband hierheen kwam? Ze waren nog nooit boven Zwolle geweest. Ik heb ze die drempel over geholpen. Ben bij alle winkeliers langs geweest om geld op te halen.”

Hoe was het optreden?

„Dat kan ik je wel vertellen. Jongen, ze hebben hier zowat de Klinker afgebroken. Dat is het cultuurhuis in Winschoten, 1.750 man zat erin. Ik wilde iedereen laten zien wat een geestelijk gehandicapte met een muziekinstrument kan doen.”

En wat is dat dan?

„Als je dat eenmaal ziet, kan ik je vertellen, dan moet je een paar zakdoeken meenemen. De tranen lopen over je wangen, zo mooi. Ik ben een doodgewone arbeider, niet meer, niet minder – 48 jaar heb ik buiten gestaan met mijn bloemen – maar ik ken mensen, drie keer zo groot als ik, drie keer zo dik, die lopen huilend weg. Dit is zo iets bijzonders, dat moet elke Nederlander gezien hebben, zeg ik altijd maar.”

En wat nu?

„Nou, ik zal je vertellen: één van de leden vertelde me net dat de Jostiband volgend jaar vijftig jaar bestaat. ‘We zijn wel toe aan nieuwe kostuums’, zei die, ‘maar daar is geen geld voor.’ Ik zit nu te denken hoe ik dat eens voor mekaar moet krijgen.”