Ma en Xi praten, maar alleen als meneren

Voor het eerst sinds de communistische revolutie in 1949 ontmoeten de leiders van de Chinese Volksrepubliek en Taiwan elkaar – op neutraal terrein.

De Chinese en Taiwanese presidenten Xi Jinping en Ma Ying-jeou, die elkaar zaterdag op neutraal, Chineestalig terrein in het Singaporese Shangri-La-hotel ontmoeten, zullen elkaar aanspreken met „meneer” en niet met „president”. Hoe bijzonder het ook is dat voor het eerst sinds de communistische revolutie in 1949 Chinese en Taiwanese leiders op het hoogste niveau rechtstreeks met elkaar praten, er ligt een grote, ononderhandelbare kwestie op tafel: China zal Taiwan nooit erkennen als een onafhankelijke staat.

In Chinese ogen is Taiwan, ooit het vluchtoord van de verslagen Nationalisten van Chang Kai-shek, „verloren grondgebied” dat heroverd moet worden. Taiwan wordt gezien als rebelse kleine broer die ooit wel naar de grote broer zal luisteren. Het ultieme doel, misschien wel China’s belangrijkste buitenlandspolitieke oogmerk, is hereniging van moederland en verloren zoon.

Geen Chinees maakt zich illusies dat dit doel snel bereikt kan worden, ook niet met militaire middelen. President Xi Jinping is mogelijk wel – zei hij eens – bereid na hereniging een ‘een land, twee systemen’ in te voeren. Naar het voorbeeld van Hongkong, dat 18 jaar geleden door het Verenigd Koninkrijk werd teruggegeven.

Dat de Communistische Partij van China naar zo’n oplossing streeft, is zichtbaar. De media behandelen Taiwan omzichtig, van dreigende retoriek is geen sprake, berichtgeving over de op Taiwan gerichte raketten worden gecensureerd. De relaties zijn sinds vijf jaar verbeterd, de handel is verdubbeld, Chinese bedrijven kunnen zich in Taiwan vestigen en alleen al in Shanghai wonen en werken 250.000 Taiwanezen. Grote Taiwanese bedrijven, zoals Honhai Precion Instruments met bijna een miljoen werknemers, spelen een grote rol in de Chinese economie.

De historische ontmoeting – en dat is dit keer geen cliché – vindt plaats op een onverwacht moment. President Ma Ying-jeou is na de twee wettelijke zittingstermijnen een ‘lame duck’. Na de presidentsverkiezingen op 16 januari treedt een nieuwe leider aan. Volgens de peilingen zal dat de leidster van de Democratische Progressieve Partij (DPP) zijn, Tsai Ing-wen. Ma’s eigen Nationale Partij (Guomindang) staat er in de peilingen beroerd voor. Volgens Taiwanese politieke analisten wil Ma door een ontmoeting met ‘Grote Vader Xi’ de kansen van zijn partij verbeteren. De relatie met het Chinese vasteland zal een rol spelen in de campagne. Oppositiepartij DPP heeft het juist liever over kwesties als zorg en huisvesting.

Het is niet voor het eerst dat Chinese leiders zich bemoeien met de Taiwanese verkiezingen. In 1996 vuurde de Chinese luchtmacht enkele raketten af die voor de Taiwanese kust in zee belandden. Dat was een contraproductieve poging om kiezers te overtuigen op een pro-Beijing-kandidaat te stemmen. Xi riskeert ook met name jonge Taiwanezen af te schrikken met zijn toenaderingspogingen. Al te innige relaties met het autoritair geregeerde China worden door jongeren afgewezen. Dat bleek vorig jaar toen studenten in Taipei zich solidair betoonden met honderdduizenden demonstranten in Hongkong.