Column

Lifehack

Gisteren kwam op het terras het gesprek op lifehacks, van die trucjes om het leven makkelijker te maken, zoals je toetsenbord met plakband schoonmaken of een onmogelijke verpakking van de Media Markt kraken met een blikopener. Mijn vrienden zijn vooral dol op lifehacks waarmee je tijd bespaart (een timer op je router zetten, een taart snijden met behulp van flosdraad) zodat ze nog meer tijd over hebben om na te denken over hoe je tijd kan besparen.

Ik hang er meestal een beetje bij, want ik ben slecht in het bedenken van dit soort trucs. Bovendien kan ik niet zo goed tegen de term ‘lifehack’, omdat die suggereert dat slim doen eigenlijk valsspelen is, en ons leven een computerprogramma is dat je, als je maar handig genoeg bent, kan herprogrammeren.

Maar toen gistermiddag het gesprek op lifehacks kwam, veerde ik meteen op.

„Stop! Ik heb er ook één!” Iedereen lachen.

„Wat, jij?” zei vriendin P.

„Ja! Ik ontdekte mijn lifehack dankzij het gedicht Haaientanden van de Amerikaanse schrijfster Kay Ryan. Het gaat over…” maar toen was iedereen alweer met elkaar in gesprek. Alleen P. bleef luisteren.

„Het gedicht begint met de volgende regels: Alles bevat wel een beetje stilte. Lawaai dankt zijn bite aan de kleine haaientandvormige restanten van rust’”, zei ik, het citaat inkortend omdat P. altijd een beetje wazige blik krijgt wanneer ik ongevraagd poëzie citeer. „En dan zegt Ryan dat er in ieder kabaal wel een element van geluidloosheid zit. Uit een uur stadsherrie kan je volgens haar minstens een minuut stilte destilleren.”

„Dat is een leuke gedachte”, zei P., terwijl ze naar haar blauwe metallic schoenen staarde om het op zich te laten inwerken. „Maar is dat een lifehack?”

„Nou”, zei ik... en op dat moment knalde er een toerist met zijn Segway op een geparkeerde auto, waardoor het alarm afging. De eigenaar, die tien meter verderop op het terras zat, rende schreeuwend op de geschrokken toerist af. De peuter aan het tafeltje naast ons schrok zo dat die het op een huilen zette. De totale heibel die dat veroorzaakte was, getuige de verwrongen gezichten van mijn vrienden, genoeg om je trommelvliezen te willen doorprikken met een passerpunt.

Ik keek P. aan. En glimlachte ondanks deze terroristische aanslag van decibellen. P. keek verbaasd terug, en toen begon haar gezicht te stralen alsof iemand er een gloeilamp bij hielp. Door ervan uit te gaan dat er stilte zit in lawaai, ga je juist belangstellend luisteren naar herrie, stukjes aftastend naar geluidloosheid, en wordt het leuk om naar kabaal te luisteren. Terwijl onze vrienden hun oren probeerden dicht te proppen met bierviltjes, vlooide ons gehoor het lawaai uit, op zoek naar stilte. Beste lifehack ever. Je hoeft er alleen maar een poëziebundel voor open te slaan.