Hij ontdekte dat liefde altijd een vorm van imitatie is

René Girard (1923-2015) De filosoof, antropoloog en religiewetenschapper geldt als een van de belangrijkste denkers over cultuur en godsdienst van zijn generatie.

Foto François Guillot / AFP

De Frans-Amerikaanse filosoof, antropoloog en religiewetenschapper René Girard, die gisteren op 91-jarige leeftijd in zijn huis in Stanford overleed, is in Nederland nooit zo bekend geworden als in de Verenigde Staten. Zelfs in zijn geboorteland Frankrijk kwam de erkenning pas laat, met zijn benoeming in 2005 tot lid van de Académie Française. Toch geldt hij als een van de belangrijkste denkers over de menselijke cultuur en godsdienstgeschiedenis van zijn generatie.

Voor zijn rol als cultuurtheoreticus was Girard nauwelijks opgeleid toen hij in 1947 als 23-jarige archivaris en paleograaf naar Amerika vertrok. Daar doceerde hij Franse literatuur en schreef hij ruim tien jaar later een baanbrekend boek over de liefde in 19de-eeuwse romans. Anders dan het romantische cliché wil, springt er tussen de liefdesparen geen vonk over omdat zij voor elkaar bestemd zijn, zo ontdekte hij. Verliefd wordt de één pas op de ander omdat hij ziet hoe een derde persoon iemand het hof maakt. Girard noemde dat ‘mimetische begeerte’. Liefde is altijd een vorm van imitatie, schreef hij in De romantische leugen en de romaneske waarheid uit 1961.

Mechanisme van de zondebok

Zijn reputatie vestigde Girard elf jaar later met zijn even bejubelde als omstreden studie God en geweld. Elke cultuur gaat uiteindelijk terug op een gewelddaad, zo betoogde hij, en wordt juist cultuur doordat ze dat geweld weet te beteugelen. Een sleutelrol is weggelegd voor de zondebok, over wie Girard tien jaar later een afzonderlijke studie zou schrijven. De zondebok krijgt de schuld van alle problemen waarmee een samenleving worstelt en wordt daarom ter dood gebracht. Ook het geweld is een kwestie van na-apen en richt zich meer en meer op één persoon of groep. Maar na de uitbarsting daarvan treedt plotseling een verschrikte stilte in en stokt het.

Daarmee begint niet alleen een vreedzame beschaving, aldus Girard, maar lijkt de zondebok ironisch genoeg inderdáád de schuld van alle ellende te zijn geweest. Omdat zijn dood zo verstrekkend is, krijgt hij onwillekeurig een bovenmenselijke status. Dat religieuze mechanisme ligt volgens Girard ten grondslag aan alle culturen. Het was een klap in het gezicht van ieder die meende dat de (moderne) beschaving juist tegenover het geweld en de religie staat, in plaats van eruit te zijn ontstaan.

God en geweld riep dan ook felle controverse op. Die werd er niet minder op toen Girard, als belijdend gelovige, zijn theorie op het christendom toepaste om de unieke betekenis daarvan te laten zien. De zondebok die Jezus was, zo stelde hij, werd na zijn dood juist als ónschuldige vereerd. Daarmee brak volgens hem het christendom met het sacrale geweld en het zondebokmechanisme.

Hoewel Girard in de VS doceerde aan een reeks van prestigieuze universiteiten (Indiana, Johns Hopkins, Stanford) is hij tot aan het begin van de jaren 90 in het Frans blijven schrijven. Een grote studie over Shakespeare (Het schouwspel van de afgunst) werd zijn eerste Engelse boek. De toen bijna zeventigjarige Girard zag er zijn eigen zwanenzang in. Maar er zou nog een dozijn boeken en interviewbundels op volgen.

Interview (in het Frans) met Girard over mimetische begeerte en Don Quichotte: