Koerdische PKK zegt eenzijdig staakt-het-vuren op

De PKK stopte op 10 oktober met vechten om de verkiezingen in Turkije eerlijk te laten verlopen.

Strijders van de PKK, hebben de wapens weer opgepakt. Foto Ilyas Akengin / AFP

De Koerdische guerrillabeweging PKK heeft vandaag het eenzijdig afgekondigde staakt-het-vuren opgezegd. Dat heeft de leiding van de beweging in een verklaring laten weten aan het Koerden gelieerde persbureau ANF.

De PKK stopte op 10 oktober voorlopig met vechten om ervoor te zorgen dat de verkiezingen in Turkije, die op 1 november waren, eerlijk te laten verlopen. De aankondiging van de wapenstilstand volgde ook enkele uren na twee bloedige aanslagen in de Turkse hoofdstad Ankara. Toen kwamen er bommen tot ontploffing tijdens een vredesmars van Koerdische en pro-Koerdische partijen en organisaties.

Het besluit om het eenzijdig afgekondigde staakt-het-vuren op te zeggen, wordt volgens de PKK ingegeven door de niet-aflatende oorlogspolitiek van de regerende partij van president Erdogan, de AKP, en de aanvallen die het leger onverminderd op Koerdische doelen uitvoert.

Eerdere wapenstilstand

Een eerder staakt-het-vuren tussen de Turken en de Koerden, hield twee jaar stand. De wapenstilstand kwam ten einde toen 31 Koerdische activisten omkwamen bij een aanslag in de Turkse plaats Suruç op 21 juli. Die aanslag lijkt het werk van Islamitische Staat (IS), maar de PKK geeft de Turkse regering de schuld omdat die te weinig zou doen tegen de opmars van IS. Daarop begon de PKK met het plegen van nieuwe aanslagen.