Column

The Hunt: jagende roofdieren in Hollywoodstijl

Topshot van wilde honden en gnoe in 'The Hunt' (EO)

In 2008, toen de smartphone net ons leven begon binnen te dringen, presenteerde Jon Stewart de jaarlijkse Oscaruitreiking. Hij maakte daar een pijnlijke grap, die tout Hollywood wel kon waarderen. Starend naar zijn nieuwe speeltje vertelde Stewart dat hij naar een film aan het kijken was: Lawrence of Arabia.

Films, series en documentaires mogen dan op elk denkbaar platform geëxploiteerd kunnen worden, wel degelijk geldt dat size matters. Een breedbeeldepos, waarin je minutenlang naar een naderende stip aan de horizon van een lege woestijn kijkt, verliest elke waarde op pocketformaat.

Televisie heeft in dat opzicht nog een relatief voordeel boven apparaten die je in je zak kunt steken. Series als Borgen of House of Cards zijn in wezen binnenkamerdrama, maar de spectaculaire BBC-natuurseries behoeven echt een wat groter scherm.

De eerste aflevering van de jongste loot, The Hunt, was gisteren bij de EO slechts drie dagen na de BBC te zien. In de allereerste beelden wordt ingespeeld op dat bioscoopgevoel, door als een Cinemascope-film een breed uitgerekt beeld met veel zwart erboven en eronder te laten zien. Al na enkele seconden rolt het zich naar boven en onder uit tot een meer gangbaar tv-formaat, maar dan is de verwachting al gewekt.

Breedbeeld is bij uitstek geschikt voor achtervolgingen en weidse, open landschappen, zoals in een western. The Hunt is een aaneenschakeling van races tussen roof- en prooidieren, met gebruikmaking van alle mogelijkheden van de moderne cameratechniek: drones en andere op afstand bediende apparaten leggen de actie vast uit elke denkbare hoek, met de nadruk op imposante topshots.

Van bovenaf is de achtervolging op de savanne van een gnoe door een roedel wilde honden, die elkaar aflossen als knechten van een wielerploeg in de beklimming van de voorlaatste col, buitengewoon imposant.

In meer opzichten is The Hunt nog meer Hollywood dan voorgangers als Frozen Planet en Life Story. Dat zit niet alleen in cameravoering, montage en muziek, maar vooral in de dramatische mogelijkheden van die strijd op leven en dood. De commentaarstem (in Nederland helaas niet die van de 89-jarige Sir David Attenborough) legt uit dat de jager heel vaak verliest – de luipaard zelfs zes van de zeven keer. De Nijlkrokodil moet nog langer wachten op succes; hij eet in principe maar eens per jaar, als de reizende kuddes uit zijn rivier komen drinken.

In feite waren alle cruciale momenten al eerder op de avond op dezelfde zender NPO1 langs hekomen in De Wereld Draait Door (VARA). Dat vinden ook bioscoopbezoekers vaak leuk, als ze de trailer in de film herkennen. Toch keken er niet meer dan 1,2 miljoen mensen, 400.000 minder dan vlak erna naar Floortje Aan het Einde van de Wereld (VARA). Aan de kwaliteit ligt het niet, maar misschien wel aan enige weerzin bij de liefhebbers van natuurfilms tegen de meedogenloze waarheid van eten en gegeten worden, hoe kies en zonder veel bloed gemonteerd dan ook.